De inwoners van Veele hebben iets dat lijkt te zijn weggelopen uit een andere tijd: een eigen dorpsbakker. Hij heet Gerard Leta en hij bakt uit liefde.

Die liefde maakt dat hij elke nacht om één uur uit zijn bed stapt, een kop koffie drinkt en enkele plakken van zijn eigen speltbrood eet; met jam of kaas. Daarna rijdt hij fluks naar de bakkerij, die vlak bij zijn woning staat.

Overgrootvader

,,De bakkerij werd in 1908 gebouwd, door mijn overgrootvader’’, vertelt de 45-jarige Leta. ,,De steenoven die hij had, gebruik ik nog altijd. Mijn opa Lenus nam de zaak over, mijn vader Graddus op zijn beurt. Ik koos aanvankelijk voor een baan in het leger, werd uitgezonden naar de Balkan, maar besloot daarna toch bakker te worden. Het bloed kroop waar het niet gaan kon.’’

Met vader Graddus bakte hij een fiks aantal jaren het brood. Zijn moeder hielp de klanten in het winkeltje, dat aan de bakkerij vastzit. Aan die familie-idylle kwam tien jaar geleden een abrupt einde toen Graddus bij een tragisch ongeluk om het leven kwam.

,,Die klap kwam keihard aan, maar ik besloot door te gaan, omdat ik zo van dit beroep houd. En omdat ik moeilijk zaken uit handen kan geven, dit zit nu eenmaal in mijn aard, besloot ik het bakken alleen te doen. Ik nam geen andere bakker in dienst. Ook daarom moet ik zo vroeg beginnen. Als ik later aan de slag ga, red ik het niet.’’

Moederziel alleen

Hij begint op dat vroege uur met het uit de oven halen van roggebrood, dat daar uren in heeft gelegen en later nog eens een bakbeurt krijgt. Daarna volgt het bakken van het bruin-, witbrood en de andere broodsoorten. Als de dageraad aanbreekt en de rest van Veele langzaam ontwaakt, is hij daar al uren mee bezig geweest, moederziel alleen.

,,Ja, ik ben hier altijd alleen, maar van eenzaamheid heb ik geen last. Het brood bakken neemt me helemaal in beslag, ik beleef daar heel veel plezier aan. Zeker aan het bakken van het roggebrood. Daar gebruik ik rogge en water voor, als iedere bakker. Maar ik doe er ook enkele andere ingrediënten in, die ik niet verklap. Dat recept is via de vorige generaties tot mij gekomen en het bevalt mensen kennelijk nog steeds. Van heinde en ver komen ze hier naartoe om het te kopen. Ik verstuur zelfs pakjes naar allerlei delen van het land. Ook door dat per post verstuurde roggebrood rendeert mijn bakkerij nog altijd.’’

De inwoners van Veele eten het roggebrood natuurlijk ook. In de vroege ochtend, als het winkeltje de deuren opent, stappen zij naar binnen om dat of andere soorten te kopen. Ze worden in het winkeltje geholpen door een medewerkster, niet door Leta zelf. Hij zwoegt in de nabijheid van de oven naarstig door, er moet weer een volgende lading brood worden gebakken. En tussen de bedrijven door eet hij zelf ook enkele plakken.

Een praatje

In de middag zet hij een andere traditie van zijn voorgangers voort. Dan gaat hij met zijn brood op pad. ,,Ik maak dan een ronde langs klanten, door de regio. Ik doe dorpen als Vlagtwedde, Veelerveen en Vriescheloo aan. Mijn overopa deed dit nog met een wagen, ik gebruik een auto en kan dus sneller. Maar ook ik ben enkele uren onderweg om al het brood af te leveren. De mensen vinden het mooi wanneer ik aanbel, ik maak een praatje en verder gaat het.’’

In de late middag keert hij terug in Veele en merkt hij altijd weer hoe de aanblik van het dorp is veranderd. Aan de Wedderstraat, de doorgaande weg, stonden in zijn jeugd nog een slagerij, een kruidenierswinkel, kroegen. Zij zijn allemaal verdwenen, helemaal in de geest van deze tijd. Alleen de bakkerswinkel staat er nog, als een wonderlijke uitzondering op de regel.

Rond een uur of zes eet hij thuis zijn warme maaltijd. ,,Aardappelen met groente en vlees, of anders pasta, het kan eigenlijk van alles zijn. Mijn vriendin heeft het maal klaargemaakt. Daarna keer ik nog even terug naar de bakkerij om vervolgens de avond in te gaan.’’

Emotioneel

Daarin kijkt hij thuis televisie of laat hij zijn gedachten de vrije loop. De herinneringen aan zijn vader komen dan geregeld bovendrijven. ,,Dan kan ik emotioneel worden. Wat was het mooi geweest als hij had kunnen zien en horen hoe goed het nog altijd gaat met de bakkerij en wat voor leuke reacties ik krijg van mensen. Vorige week nog. Ik was uitgegleden en kreeg steeds meer last van mijn enkel. Ik ben naar een ziekenhuis gegaan. Een verpleegkundige bekeek de enkel, ging even weg en keerde terug met de woorden: ‘Ik heb de opdracht gekregen u snel weer beter te maken zodat u weer lekker roggebrood kunt maken’. Kijk, dat doet een mens goed.’’

Om half tien in de avond, als de meeste andere volwassenen van Veele nog volop actief zijn, stapt hij in zijn bed om aan zijn nachtrust te beginnen. ,,Die rust is heel kort, maar ik voel me goed bij dit ritme. Al valt het me wel wat zwaarder naarmate ik ouder word. Een opvolger heb ik niet, ik werk dus niet om iets aan een zoon of dochter over te dragen. Ik werk omdat ik zo van dit ambacht houd.’’

Daarom zit hij drieënhalf uur later weer aan de koffie en het speltbrood, klaar om naar de bakkerij te gaan. Het roggebrood roept hem weer.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen