Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra.

Zittingszaal 14: Geschokte rechtsorde

Rechtbankverslaggever Rob Zijlstra. Foto: Marcel Jurian de Jong

Er zijn klanten van zittingszaal 14 die de kennis en kunde hebben (en het lef) om een afgesloten woning binnen te dringen, alle kamers te doorzoeken en binnen een minuut met de buit van hun gading (uw sieraden en laptops) weer buiten te staan.

Ik heb een man gekend die aan honderden mensen niet bestaande vakantiehuisjes verhuurde. Kwalijk, maar op zich een knappe prestatie. Hij werd uiteindelijk opgepakt in een doodlopende straat, dat dan weer wel. Er is eens een eenvoudige Groninger geweest die met valse praatjes het concern Shell 1,2 miljoen euro armer maakte.

En nooit vergeet ik Perry. Hij had zeventig spijkerbroeken gestolen dan wel zeventig gestolen spijkerbroeken voor een prikkie gekocht. Perry zat zeg maar in de vrije handel. In de rechtszaal ontkende hij de diefstal van de broeken. Hij had ze gekocht van zijn oudste broer. Dat het om niet eerlijke broeken ging, zou kunnen want zijn broer was me d’r eentje. Tegen de rechters: ,,U kent hem wel.’’

Perry had geen advocaat. Met een glunderende lach en een eis van twaalf maanden gevangenisstraf verliet hij de rechtszaal. Ze konden hem niets maken, dus over twee weken zou hij sowieso vrijspraak krijgen.

Ik vroeg waarom hij dat dacht. Perry, zonder twijfels: ,,Het is mijn broer toch? Als je van je eigen familie iets koopt, gestolen of niet, dan kunnen ze je niet veroordelen. Dat staat in de wet. Verschoningsrecht.’’

Ik zei dat het misschien iets anders zit. Perry, nog even vrolijk over zijn gelijk: ,,Nou, als ze me toch veroordelen, ga ik in hoger beroep, net zo makkelijk.’’ Ik zei dat je ook in hoger beroep kunt worden veroordeeld.

Hoogst verbaasde blik. Wist ik dat wel zeker? Honderd procent. Nog sterker, de meeste mannen die in hoger beroep gaan worden opnieuw veroordeeld. Perry was stilgevallen. Bezorgd: ,,Als ik twaalf maanden krijg, hoe lang moet ik dan zitten?’’

Veel verdachten zijn razend handig, slim en sluw in de misdaad. Maar van de bijbehorende juridische verhandelingen hebben ze meestal geen kaas gegeten. In de rechtszaal zijn verdachten vooral bezig met tijd: hoe lang nog, wanneer mag ik naar huis?

Het valt ook niet mee. Om het juridische spel te doorgronden moet je jaren op het hoogste niveau hebben gestudeerd. En dan nog. In de rechtszaal zijn de geleerde juristen (officieren van justitie, rechters en advocaten) het vaak niet met elkaar eens over hoe een wet uitgelegd moet worden.

Omdat nu alles anders is gaan op dit moment alleen die strafzaken door waar de ‘voorlopige hechtenis’ aan de orde is. De voor de wet onschuldige verdachte die in voorlopige hechtenis zit, zit vast in een huis van bewaring (wat geen gevangenis mag heten) in afwachting van zijn proces.

In de wet staat dat een verdachte in principe altijd zijn proces in vrijheid mag afwachten. Altijd, tenzij. Wie toch in afwachting vastzit, krijgt om de drie maanden een openbare zitting. De rechters moeten dan beslissen of de voorlopige hechtenis moet worden voortgezet of dat de verdachte voorlopig naar huis mag. De wet zegt ook dat de voorlopige hechtenis niet langer mag duren dan de straf die mogelijk wordt opgelegd.


Afgelopen week zat Nelis uit Marum in zittingszaal 14. Volgens de officier van justitie heeft Nelis zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, dat is de zwaarste variant van mishandeling. Nelis zou zijn opponent – met wie hij de passie deelt voor een en dezelfde vrouw – met een boksbeugel in het gezicht hebben geslagen.

De officier van justitie: ,,Potentieel dodelijk.’’

De advocaat: ,,De verwondingen vielen achteraf reuze mee.’’

Officier: ,,Je moet niet naar de gevolgen kijken, maar naar het gedrag.’’ Advocaat: ,,Ik wil het niet bagatelliseren, maar zo erg was het niet.’’

En dan moet het juridische spel nog beginnen.

De advocaat vindt dat er hooguit sprake is van een mishandeling en dus dat Nelis naar huis kan omdat hij anders langer in voorlopige hechtenis zit dan de duur van de straf die hij mogelijk krijgt. De officier van justitie (,,niks mishandeling’’) werpt tegen dat een poging tot doodslag (,,want dat is het”) een ernstig strafbaar feit is. Zou Nelis naar huis worden gestuurd, dan zou de samenleving dat niet begrijpen. Sterker nog: heel de samenleving zou geschokt zijn als deze crimineel vroegtijdig het cachot mag verlaten.

De wet zegt dat als er sprake is van een geschokte rechtsorde, de verdachte in voorlopige hechtenis moet blijven.

Komt bij dat Nelis in 2017 ook al eens een klap heeft uitgedeeld. En nu weer. Er is dus kans op herhaling. De wet zegt dat gevaar op herhaling een reden is, een grond, om de nog altijd onschuldige verdachte langer vast te houden.

De wet biedt nog een andere ontsnappingsroute: die van de persoonlijke omstandigheden. Nelis is vader van twee jonge kinderen en die kinderen hebben hem nodig. Helemaal in deze verwarrende tijd, sprak de advocaat.

De rechters hadden een kwartier nodig om te ‘raadkameren’ (samen nadenken) en kwamen toen met de beslissing: Nelis mag niet naar huis. Omdat hij drie jaar geleden al eens uithaalde. En – boksbeugel of niet – de verdenkingen zijn zo ernstig dat het volk geschokt zou zijn als Nelis naar huis mag. Dat bijna niemand van het volk van deze kwestie heeft gehoord is zo, maar juridisch is dat niet van belang. Het gaat juridisch gezien om het idee.

De laatste kans op vrije voeten sneuvelt ook. Was hij nou moeder geweest van twee jonge kinderen, dan hadden de rechters wellicht anders besloten, maar Nelis is geen moeder, hij is vader. Zijn persoonlijke belangen wegen – dikke pech – niet op tegen het belang van strafvervolging.

Nelis kijkt somber voor zich uit, overziet de schade, staat dan op om zich door twee parketwachters op gepaste afstand de rechtszaal uit te laten voeren. Terug naar het hok.

Achteraf stelden de aanwezige rechtsgeleerden vast dat ze de zaak net zo goed inhoudelijk hadden kunnen behandelen. Iedereen was er toch en er was twee uur voor de zaak uitgetrokken. Nu hadden ze met z’n allen ruim een uur gepraat over de vraag of Nelis wel of niet naar huis mocht.

Wanneer zijn proces dient is, nu alles anders is, ongewis. Behalve de crisis kampt de rechtbank ook nog met een tekort aan rechters waardoor de rechtspraak zich al twee, drie jaar piepend en krakend door de tijd worstelt.

Gek genoeg leidde de gemankeerde rechtspraak in Noord-Nederland nog nooit tot een geschokte rechtsorde.

menu