Gesprek v/d week: ‘Je moet je onderdompelen'

Het logo van Noorderslag.

Peter Sikkema is muziekliefhebber, concertorganisator, festivalmanager, reiziger en – sinds kort – vader. Thuis is hij in De Oosterpoort, waar hij vooruitblikt op de dertigste editie van Eurosonic Noorderslag. Een jubileum. ,,Echt wel.”

Het liefst draait hij de stad om, zoals Peter Sikkema (52) het noemt. Hij bedoelt: van het podium in de Stadsschouwburg de zaal maken, en van de zaal het podium. Atypische bands laten optreden op atypische plekken. Van de Grote Markt een openluchtconcertzaal maken, om na vijf succesjaren toch te bedenken: moet er misschien een dak op?

Er komt een dak op.

Eurosonic Air, het gratis muziekprogramma van Eurosonic Noorderslag (ESNS) wordt dit jaar overdekt. ,,We gaan de Grote Markt meer gebruiken als Eurosonic-locatie.” Omdat sommige bands onder dak beter tot hun recht komen, betoogt Sikkema. Het geeft een optreden iets intiems, iets beschuts, zo'n tent. Ook al kunnen er drieduizend mensen in. Daarbij, het is en blijft natuurlijk wel januari, een maand die nou niet bekend staat om zijn teveel aan zon-uren. ,,Best een gekke maand eigenlijk voor openluchtconcerten.”

Het weer is het spannendst

Sikkema is aangeschoven in de ronde kamer, boven in cultuurcentrum De Oosterpoort. Het is 7 januari, zes dagen voor de dertigste editie van ESNS, Europa's grootste en bekendste showcase muziekfestival, waarvan hij festivalmanager is. Al tientallen jaren behoort hij tot het team van zes vaste organisatoren. Zij sturen zo'n tachtig mensen aan, onder wie programmeurs, productie- en logistieke medewerkers. Dan zijn er nog de bijna duizend vrijwilligers die ervoor zorgen dat de vierhonderd bands, vierduizend ‘afgevaardigden' (professionals) uit de Europese muziekindustrie en veertigduizend bezoekers het vier dagen lang aan niets ontbreekt.

Sikkema oogt ontspannen, zijn linkerhand weggestopt in de mouw van een grijsblauwe capuchontrui. Een mouw die steeds de warmte van de verwarming opzoekt. Buiten aan de Trompsingel stopt een bestelbus, de bestuurder glibbert over de beij-zelde stoep de Oosterpoort binnen met een pakket. Oei, ja, het weer vindt hij het spannendst, zegt hij. Want stel nou dat het volgende week weer zo ijzelt. Of dat het vriest en vriest en sneeuwt. ,,Dat heeft toch zijn weerslag op een festival. Je hebt er geen invloed op.”

Hij wilde journalist worden. Dus lootte Sikkema mee voor een plek op de opleiding in Utrecht – zonder succes. Maar goed ook, zegt hij nu. ,,Kennelijk moest het zo zijn. Dus het is helemaal goed.”

loading  

Geen journalist, wel ondernemer

De muziek, de bands, ze waren er altijd al. Op de middelbare school in Warffum boekte Sikkema sinds zijn 14de bandjes voor op schoolfeesten en in de jeugdsoos. Hij glimlacht, terugkijkend op zijn organisatiedrift in die jaren. ,,Als er weinig te doen is, ga je zelf dingen organiseren.” Zijn ouders, twee ‘echte middenstanders (Sikkema recht zijn rug met enige trots), bestierden een sigarenzaak in het dorp. Ook hij lijkt gezegend met het ondernemersbloed. De uitloting bij journalistiek dreef Sikkema naar de stad, waar hij met enkele kompanen een boekingskantoor begon: Buro Gogo aan het Boterdiep. ,,Dat ging supergoed.”

Hij werkte onder meer met Peter Smit, zijn voorganger bij De Oosterpoort. Sikkema volgde hem op in 1994. En hij piekert er niet over om iets anders te gaan doen. In twintig jaar zag hij De Oosterpoort groeien, van een grotendeels op klassieke leest geschoeid cultuurcentrum naar een verzamelpodium, een broeinest ook, voor popmuziek in de breedste zin van het woord. Telde hij destijds jaarlijks veertig popconcerten, nu zijn dat er tweehonderd. Plus een flink aantal thema-avonden zoals TakeRoot, de Rhythm & Blues Night en de Latin Dance Night.

‘Elk jaar denken we na over wie we zijn en wat we doen'

Zijn hoogtepunten? Och, zo veel. Koude rillingen kreeg hij van de Britse triphop van Portishead, ooit, in de grote zaal. En zo muisstil als bij het heel kleine kwetsbare optreden van het Amerikaanse bluegrass/americana-echtpaar Gillian Welch en Dave Rawlings (Dave Rawlings Machine), wordt het misschien nooit meer. Of! De ingetogen indie-folk van Bon Iver als afsluiter van Take Root in 2008. ,,Een gok toen, in de grote zaal”, zegt Sikkema. ,,Maar helemaal goed.”

'We willen altijd vernieuwen'

Zonder af en toe zo'n gok, ja, de durf van die kleine stad met haar grootstedelijke muziekambities was ook ESNS nooit geweest wat het nu is: een springplank voor Europese acts, een festival dat zich onderscheidt van vele andere festivals. De hele stad voelt anders, die vier dagen, avonden, nachten en ochtenden in januari: broeierig en internationaal, vol met en van al die bezoekers die zich te voet of op hun (huur)fiets opgetogen bewegen tussen huis of hotelboot en de vele seminars en concerten.

De dertigste editie klopt aan de deur, een jubileum. ,,Echt wel”, zegt Sikkema. ,,Superleuk.” Hij en zijn collega's liggen in de voorbereiding letterlijk over de stadsplattegrond gebogen. Om Groningen om te keren. Om te speuren: wat zijn goede routes? Hoe blijft het spannend? Wat kan er dit jaar anders? ,,We willen altijd vernieuwen, niet bang zijn. Elk jaar denken we na over wie we zijn en wat we doen.”

Alles staat ter discussie, zegt Sikkema, ook de grenzen van het festival. ,,We kunnen moeilijk meer podia kwijt in de stad.” Ook meer dagen feest zit er niet in. ,,Zo groot is de spanningsboog van mensen niet.”

Internationale inspiratie

De organisatie vroeg dit jaar om extra souplesse van Sikkema en de zijnen, met de bouwwerkzaamheden in het Ebbingekwartier, de brand in EMG Faktors en de faillissementen van Subsonic, De Spieghel en het Infoversum. Daarom verrijzen twee tenten op het Damsterplein, verblijft een deel van de artiesten op het voormalige Suikerunieterrein en verhuizen hotelboten van het Eemskanaal naar het Hoendiep.

Voor inspiratie moet Sikkema de stad uit, nu en dan. Naar Londen, Hamburg, Berlijn. Naar Austin, Texas, waar het festival South by Southwest hem nieuwe energie geeft. In zijn sas keert hij terug naar Groningen, die stip op de kaart die elke januari weer voor even het muzikale middelpunt van Europa is.

,,In Amsterdam had dit nooit gekund”, zegt hij. Daar is de muziek te dicht bij huis. ,,Hier kiezen mensen echt om te komen. Thuis slapen is er niet bij, iedereen blijft. Er is maar één manier om Eurosonic te beleven, je moet je onderdompelen.”

Van de stad Eurosonic Noorderslag maken en omgekeerd; Sikkema is er dol op. De allergrootste ommekeer in zijn leven voltrok zich onlangs, zeven maanden geleden. Sikkema werd vader, van zoon Otto. Het was de stad, de wereld op zijn kop. Opnieuw draaide en draait alles. Om de muziek, om zijn Tonneke (35) die hij vijf jaar terug ontmoette op het Vlielandse muziekfestival Into the Great Wide Open. Om Otto. Sikkema glimlacht zijn grootste lach. ,,Superleuk.”

menu