Gewitter boven de camping: een zomerverhaal

Het water in onze laarsjes maakte bij het lopen leuke zompgeluidjes. Dat de luchtbedden in de voortent dreven was minder grappig. Vakantie in Duitsland betekende Gewitter. Een zomerverhaal.

Alleen al de Autobahn was een belevenis. Mijn zusje en ik zwaaiden naar colonnes van het Amerikaanse Rijnleger en vroegen in de Raststätte om Haribo. Eenmaal ter plekke lag het gezin voor de tent, bekeek stuwdammen en at Bratwurst mit Senf. De zomervakanties in Duitsland waren leuk. Het regende alleen nogal vaak. Bleek er weer eens Gewitter, onweer, op komst, dan zaten we klaar om bij de eerste donderslag naar de auto te sprinten.

Op de vraag hoe de vakantie was geweest, antwoordde mijn vader standaard: ,,Prima. Slechts twee keer regen. Een bui van zes dagen en een van zeven dagen.’’ We gingen naar Sauerland, Harz, Eiffel, Moesel en Schwarzwald. Streken met veel groen. Dat het er zo groen was, had een reden.

De jongste herinnering aan de zomers van toen is een totaal verregende vakantie aan de Doktorsee. De kinderen van drie gezinnen, onder wie mijn zusje en ik, liepen met blote voeten in laarsjes tjokvol water. Dat sopte zo grappig.

De ouders keken minder vrolijk. Luchtbedden die in de voortent dreven was ook in de jaren zeventig niet het eerste waaraan je dacht bij ‘onthaasten’. Het is de enige vakantie die voortijdig werd afgebroken. Na nog een paar jaar twijfelachtig weer kocht mijn vader een vouwwagen. Regende het, dan sliepen we in ieder geval droog.

Marken en Pfennigs

Ons gezin koerste steevast naar het land van Max und Moritz, Udo Jürgens en Kartoffelsalat. Op de een of andere manier bleek vakantie in eigen land geen optie. Dan was je niet echt weg. In Duitsland wel. Dichtbij en toch exotisch. We rekenden in Deutsche Marken en Pfennigs, haalden ’s ochtends verse broodjes en spraken een andere taal. Die we overigens beheersten.

Immers, het Oost-Groningen van toen was gericht op het oosten. We tankten en kochten drank net over de grens, keken naar Sportschau der Nordschau, Unser Sandmännchen, Die Sendung mit der Maus en nagesynchroniseerde cowboyfilms. In de kast stonden elpees van Demis Roussos en Vicky Leandros.

Een caravan zat er voor ons, arbeidersgezin, niet in. Wel een zelfgemaakte aanhangwagen voor de bungalowtent en later de vouwwagen. Die hingen achtereenvolgens achter een Fiat 600, Simca 1000 en Fiat 127. Auto’s waar net vier man in pasten. Alleen in de Opel Kadett B bleek iets meer armslag.

Op de Autobahn keek ik jaloers naar Duitsers in dikke BMW’s en uitgebouwde Ford Capri’s. Zelfs de Turkse kinderen hadden in de volgepakte Mercedessen en Ford Transit’s meer ruimte. Die gingen drie maanden op vakantie bij familie, legde mijn vader uit: ,,Die auto’s verkopen ze daar voor dik geld en daarvan vliegen ze naar huis.’’

Duitsland was een fijn land. We dreven op luchtbedden in meren en kochten plaatjes voor onze wandelstokken. De tomatensoep voor ‘tussen de middag’ smaakte lekkerder dan thuis, net als de macaroni met Smac. De aardappels waren van eigen grond. Altijd ‘nieuwen’. We zeiden niet, zoals in de Veenkoloniën, ‘dit is niks’, maar: ‘Gooi maar in de Weser’.

Zoetemelk

Slechts één keer waren mensen boos op mijn ouders, meer precies op mijn vader. Dat was trouwens in Oostenrijk, in de zomer van 1980.

Het jaar van de Tour de France waarin favoriet Bernard Hinault afhaakte vanwege een knieblessure. Onze Joop Zoetemelk kwam in het geel. Hij zou ook winnen, maar tot de laatste dag bleef het spannend. Een familie Limburgers trok er elke dag op uit en informeerde bij terugkomst aan ons, die de etappes via de Wereldradio volgden, steevast hoe het ‘den Sjoep’ was vergaan.

,,Hij is afgestapt’’, zei mijn vader.

De Limbo’s ontploften. De ene nondeju over de ander. Had-ie eindelijk kans op winst en dan dit. Niet te geloven. Toen ze bedaarden en een van hen vroeg wáárom hij was afgestapt, zei mijn vader: ,,Hij was over de finish.’’

De hele vakantie geen woord meer. Zelfs geen groet. Het bleek de enige rimpeling tijdens die zorgeloze zomers. Naast de gebruikelijke regen.

In Holzminden, aan de Weser, onweerde het zo hevig, dat mijn vader ons wakker maakte, de slaapcabine uit stoof en onder de tafel in de voortent dook: ,,Jullie er ook uit. Hier, snel.’’

,,Waarom?’’

,,De auto staat te ver weg.’’

Daar zaten we. Met vier man onder de formica-tafel.

,,En nu?’’, vroeg mijn moeder.

,,Wachten tot het over is.’’

Hoe lang we daar zaten weet ik niet meer. Waarschijnlijk tot mijn moeder zei: ,,Ik geloof het wel, ik ga weer naar bed.’’

Onweersbuien bleven langer in een dal hangen. Donder en bliksem klonken in Duitsland ook erger dan thuis. Door de weerkaatsing van de heuvels voelde het alsof je in een zinken teil stond waar iemand een handvol knikkers in gooide.

In de modder

De eerste vakantiebestemmingen lagen op een dag reizen. Toen mijn zus en ik wat ouder waren ging het verder. Zuid-Duitsland, Oostenrijk. Dat betekende onderweg overnachten.

Een van de eerste keren deden we dat aan de Tegernsee. Halverwege de reis naar Tirol. Het was al donker toen we arriveerden. De regen kwam met bakken uit de lucht. Een dikke Duitser hielp mee de vouwwagen op de plek te krijgen. Hij was zo dronken dat hij meer op de kar hing dan duwde. Mijn vader gleed uit, met zijn gezicht in de modder, vloekte op zijn Gronings en gleed nog een keer uit. Ik verlangde naar mijn bed en een stapel Donald Ducks.

Om niet ondankbaar over te komen zei mijn vader ook nog ‘ja’ op de uitnodiging van de man om in zijn caravan een Schnapps te drinken. Ik moest mee. Moeder en zusje weigerden. Al deden ze geen oog dicht.

Terwijl ik een Orangina kreeg en mijn vader een borrel waarvan hij wit wegtrok, lagen zij in de vouwwagen te fantaseren dat de man slaapmiddel in ons drinken deed en hen daarna ging verkrachten. Dat viel erg mee. De man was na de dood van zijn vrouw voor het eerst alleen op vakantie. Hij wilde, geëmotioneerd door de drank, gewoon even zijn verhaal kwijt.

De volgende dag scheen de zon en knapten we bij het ontbijt, warme Reibeküchen, koffie en Duitse broodjes, weer op. Dat we de vouwwagen nat moesten inklappen baarde mijn vader zorgen. Niet voor niets. Ook op de eindbestemming, de Achensee, regende het stevig.

Omdat het nat ingepakte tentdoek poreus was geworden, werd echt alles slof. Van handdoeken en lakens tot aan koffiefilters en aardappels. Ik dacht weer aan mijn jongenskamer.

,,Zie je’’, zei mijn vader, ,,de luchtbedden drijven niet door de voortent. Makkelijk, zo’n vouwwagen.’’

Hardleers

Ondanks de mooie zomers in Duitsland ga ik met het gezin naar Frankrijk, beter: Zuid-Frankrijk. De kans op zon is gewoon het grootst beneden Lyon. Al zijn we hardleers. Uit medelijden met een wagenzieke zoon probeerden we het toch weer dichterbij. In de Vogezen. Vlakbij Duitsland en heel groen. We hadden geluk. Slechts twee buien. Een van vier dagen en een van vijf dagen.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.