Een herinnering aan Juliette Gréco in Delfzijl; bitterballen en chateau migraine

Juliette Gréco, op de foto tijdens een concert op 7 oktober 1979 in het Palais des Congres in Parijs, was toen niet meer de vedette van de naoorlogse jaren, maar nog wel een wereldster. Foto: AFP

Het overlijden van Juliette Gréco bracht een herinnering naar boven. Want Peter Dijk uit Hoogezand was erbij toen de wereldberoemde zangeres in 1979 optrad in De Molenberg in Delfzijl: ,,In de pauze waren er bitterballen en chateau migraine.’’

Juliette Gréco, ‘de muze van het existentialisme’, overleed op 23 september op 93-jarige leeftijd. Toeval of niet, Peter Dijk (1958) tikte kort daarvoor nog een mooie box met zes cd’s van haar op de kop bij platenzaak Swingmaster in Groningen. Hij was vooral fan van Miles Davis, met wie de Française kortstondig een relatie had, maar had ook de muziek van Gréco lief. Dijk zag haar op 29 september 1979 optreden in De Molenberg in Delfzijl, toen nog omschreven als ‘ontmoetingscentrum’.

Jacques Brel

Ze werd begeleid door haar man en pianist Gérard Jouannest, jarenlang ook de vaste begeleider van Jacques Brel. Het concert was, in de beleving van Dijk, ‘gewoon goed, edoch niet bijzonder’: ,,Wel memorabel was het dankwoord van een medewerker van De Molenberg, op zijn Delfzijlster Frans. En de lokale culture elite deed zich in de pauze tegoed aan schalen bitterballen en rode wijn van het fameuze Franse Chateau Migraine. We werden bovendien getrakteerd op de vogeltjesdans van een soort duo Piet en Henk op hammondorgel en drumstel. Ik kreeg even het gevoel dat ik in een film van Jacques Tati was beland.’’

Priesteres van Saint-Germain-des-Prés

Het optreden van Juliette Gréco in Delfzijl was ‘exclusief’, kopte het Nieuwsblad van het Noorden op 24 september 1979 vooraf. De zangeres, ook wel ‘de priesteres van Saint-Germain-des-Prés’ genoemd, was in februari dat jaar 52 geworden en trad na 1970 en 1973 voor de derde keer op in het Noorden, tijdens een tournee van acht voorstellingen in acht dagen in ons land.

De Française werd in de jaren 50 een begrip. Ze was, aldus Jacques d’Ancona, ‘vrijwel de enige chanteuse na Édith Piaf die letterlijk over de hele wereld succes had in vrijwel alle musichalls en theaters. Duizenden kenden haar donkere, melancholieke stem, haar kleine, zwarte figuurtje met het lange haar.’

Onrecht, leven en liefde

Gréco was echter niet meer de vedette van na de oorlog. Ze had een ander imago, met kort haar en een nieuw programma, al zong ze nog steeds over onrecht, leven en liefde. De chansonnière trad, blijkens een interview van een paar jaar daarvoor, vooral op voor de jongeren. ,,Het is veel belangrijker om te zingen voor hen die de ogen openen, dan voor mensen die ze sluiten.’’

De show in Delfzijl, waarbij ze begeleid werd door een vijfmans ensemble onder leiding van Jouannest, trok echter amper tweehonderd mensen. In het publiek zaten ook weinig jongeren, constateerde D’Ancona in de recensie op 1 oktober in het Nieuwsblad .

Miserabel geluid

Er was wel meer van te zeggen. Het geluid bleek in het eerste deel miserabel. Wat lastig was voor een zangeres wier stem ‘dun’ is geworden en moeite had om zangnuances aan te brengen, zodat je, schrijft D’Ancona, ‘vooral voor de pauze meer mist dan blij herkent.’

De oude chansons in een nieuw jasje, vanwege de ‘teruggelopen zangtechnische vermogens’, overtuigden derhalve niet, hoewel Gréco ze doorleefd bracht, ‘ingetogen en met de warmte van een innemende persoonlijkheid.’

Pauze van 35 minuten

De recensie sluit aan bij de herinnering van Dijk, want hoewel Gréco een theatervrouw blijft en de tour de chant uitgekiend is opgebouwd naar een climax, schrijft D’Ancona: ‘…het geeft te denken, als de pauze tot 35 minuten uitloopt en Gréco begeleid wordt door een orkestje van vijf heren aan wie de muzikale ontwikkelingen van de laatste tien jaren volledig voorbij zijn gegaan. Op geen enkele manier zoekt ze goedkoop persoonlijk succes. Dat valt zeer te prijzen. Maar Gréco is wel voorbij.’

Mystieke ervaring

D’Ancona kent de precieze teksten van zijn artikelen 41 jaar na dato niet meer, maar noemt Gréco in Delfzijl nog steeds een bijzondere ervaring. ,,Zangeres van wereldnaam, qua status te vergelijken met Jacques Brel en Charles Aznavour. Als zo iemand in De Molenberg staat is dat heerlijk. Zeker in die tijd uniek. Een mystieke ervaring om een wereldster in die entourage te zien.’’

Peter Dijk las de recensie met enige verbazing terug, omdat het orkest uit vijf muzikanten bestond en niet uit twee, zoals in zijn beleving. ,,Merkwaardig genoeg is die pauze dus ook meer blijven hangen dan het concert an sich . Het had echt iets heel absurdistisch. Een gevalletje van: in welke parallelle wereld ben ik nu beland? Ik was in het gezelschap van een Franse vriendin uit Gap die dit pauze-gebeuren verbaasd waarnam en herhaaldelijk zei: ‘Vertel me dat dit niet waar is’.’’

menu