Hoe ziet de economie van Groningen er straks uit na het dichtdraaien van de gaskraan? Heb ik nog een baan en is er een geschikte opleiding die mij helpt werk te vinden? Deze aflevering over het Nieuwe Noorden biedt een blik op de toekomst van economie, werkgelegenheid en kennis.

Het dorpje Oudeschip ligt met haar 275 inwoners verscholen achter een eeuwenoude slaperdijk, de enige barrière tussen het noordelijkste dorp van Nederland en de Eemshaven, die langzaam maar onstuitbaar over het landschap walst. Witte wolken markeren de koeltorens die de servers van Google op temperatuur houden. De oude poldermolen Goliath (1897) klapwiekt als een verloren wachter in een wanhopige poging de sneeuwwitte windturbines die boven de molen uittorenen op afstand te houden.

In de Oostpolder, vlakbij het dorp, wordt gebouwd aan 21 machtige windturbines. Tot voor kort leken dat de enige plannen. De gemeente en de provincie overvielen de bevolking 13 april met een ‘blijde’ boodschap: het bedrijventerrein wordt fors uitgebreid en de overheden verwachten dat datacenters, bedrijven op het gebied van windenergie en waterstof straks tegen de slaperdijk klotsen. Zij constateren een stijgende vraag naar grote bedrijfskavels en ze zien kansen voor extra werkgelegenheid.

Het is dezelfde polder waar de provincie Groningen jarenlang plannen had voor glastuinbouw. Ook goed voor de werkgelegenheid. De bevolking verzette zich met de leus ‘geen glaskolder in onze polder’ tegen de ‘lichtbakken’. De kassen zijn er nooit gekomen.

Ondernemers en bestuurders roemen het succes van de ooit weggehoonde Eemshaven, die nu als ‘hét waterstofpakhuis van Europa’ wordt aangeduid, dankzij de plannen van onder meer Shell en Gasunie om de grootste groene waterstoffabriek van Europa in het gebied te bouwen. De stroom daarvoor komt van een enorm windpark op de Noordzee. Ook weer goed voor de werkgelegenheid.

loading

‘Er werkt één iemand uit het dorp in de Eemshaven’

Maar vooralsnog merkt Oudeschip, vernoemd naar de jeneverkroeg Het Oude Schip (een bouwvallig zeilschip dat na stranding in 1760 ook reuze geschikt bleek als woonhuis en café), er bitter weinig van. ,,Er werkt één iemand uit het dorp in de Eemshaven’’, merkt voorzitter Jaap Kap van Dorpsbelangen droogjes op.

Als compensatie voor de turbines komt er in de Oostpolder een fonds voor het dorp. Kap rekent ook op compensatie voor de jongste uitbreidingsplannen. ,,Mensen voelen zich overvallen. Sommigen willen verhuizen. Anderen starten een petitie. Dorpsbelangen moet nog een standpunt innemen, maar ik vind dat we om de tafel moeten. Laat de overheid nu maar eens een keer echt over de brug komen. Ze moet niet voor zakenmannetje gaan spelen. De overheid moet niet alleen aan de zak met centen denken. De mensen zijn er ook nog.’’ Hij schudt met zijn hoofd. ,,Maar hoe dit plan naar ons is gecommuniceerd! Ongelooflijk. We worden gewoon voor een voldongen feit gesteld. Hoezo inspraak?’’

loading

Hij schenkt koffie in de ‘huiskamer van het dorp’: Dorpshuis Diggelschip, dat zijn naam dankt aan de schepen die in de achttiende eeuw gevuld met diggel (grof aardewerk) over de Groote Tjariet bij het dorp aanlegden. Aan de muur hangt nog steeds het oude schoolbord. Compensatie voor de aanstormende Eemshaven is geen overbodige luxe, zo benadrukt de in Oudeschip geboren en getogen Kap. ,,Loop maar eens door het dorp dan zie je het zelf. Mooi dat de Eemshaven zoveel geld oplevert, maar dat zie je in het dorp niet terug. Het is een beetje een armzalig gebeuren. Maar er is hier ook niks meer: geen winkels, scholen of verenigingen. Mijn vader had de laatste winkel. Die sloot in 2013 nadat hij overleed. De winkel is er nog steeds. Kom maar mee.’’

De wonderlijke mengelmoes in de Winkel van Sinkel

Hij stapt naar buiten, steekt de straat over en loopt een oud huisje binnen. Kap pakt een bouwlamp en een seconde later dringt een lichtbundel door de duisternis van de oude Winkel van Sinkel die zijn vader Luit Kap tot aan zijn dood bestierde. De inventaris bleef sindsdien onaangeroerd. De winkel was een wonderlijke mengelmoes van warenhuis, supermarkt, speelgoed, fietsspullen en lectuur.

Kap grinnikt als hij een doosje van een plank haalt. ,,Kijk eens, helemaal puntgaaf.’’ Hij opent het doosje en toont een Philips scheermachine in prachtig jaren zeventig bruin, nog net zo nieuw als toen het vers uit de fabriek werd ingepakt. De lichtbundel glijdt langs stellingen vol speelgoed, geneesmiddelen voor koeienhoeven, potten, pannen, fietsspullen, bekers en blijft rusten op een pocket van de jeugdserie Euro 5 met de titel Stralen uit het verleden . Voorin de winkel, nabij de toonbank, schijnt het zonlicht op een vitrine met cassettebandjes en filmrolletjes, klaar voor gebruik. ,,Er ligt van alles. Pa had een hekel aan ‘nee’ verkopen.’’

Luit Kap begon met zijn vrouw Gré, die hij bij de Mandolineclub had leren kennen, in 1952 de winkel aan de Molenweg. Het echtpaar stichtte ook een gezin en deed dit met zulke verbluffende resultaten dat het landelijk nieuws werd. Kap: ,,Ons gezin bestaat uit acht kinderen, onder wie twee drielingen.’’ Hij grinnikt weer. ,,En voor alle duidelijkheid: het was puur natuur hoor. We zijn zelfs nog op het journaal geweest.’’

Zijn vader was altijd in de zaak. ,,In de tijd dat winkels ’s avonds en op zondag dicht waren kon je altijd nog bij mijn vader terecht. Je tikte gewoon tegen het raam.’’ Zijn vader stierf op 92-jarige leeftijd en met zijn ogen sloot ook de laatste winkel van het dorp.

‘Eerst het licht maar eens maken’

Daar komt als het aan Kap ligt verandering in. Hij werkt in ploegendienst in de Teijin-fabriek op het Chemiepark in Delfzijl. Een mooie baan, maar hij heeft een droom: de heropening van de Winkel van Sinkel. Hij gebaart om zich heen. ,,Dit staat helemaal vol met retrospul. Het is helemaal in. Zou toch mooi zijn als hier weer een winkel komt.’’ Hij dooft de bouwlamp en de duisternis keert terug. ,,Eerst het licht maar eens maken.’’

Terwijl Kap probeert een deeltje van de oude economie nieuw leven in te blazen, raast vanuit de Eemshaven de nieuwe economie letterlijk en figuurlijk op hem af. Het dichtdraaien van de gaskraan brengt de energietransitie in een stroomversnelling. Windturbines, zonne-energie en biomassa moeten het gapende gat opvullen.

loading

En waterstof. Het woord wordt door bestuurders en ondernemers met eerbied uitgesproken. Het is het wondermiddel dat Groningen moet opstuwen in de vaart der volkeren. De oplossing van het banenverlies als de gasindustrie verdwijnt? Waterstof. Waarop draaien de machines in de fabrieken? Waterstof. Gronings hoop in bange dagen.

We hebben een oplossing nodig. En die oplossing is waterstof

Maar is dat ook zo? Mwoah, is kernachtig samengevat de reactie van de Groninger hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse Jouke van Dijk - tevens voorzitter van de Sociaal Economische Raad Noord-Nederland. De SER bestaat uit ondernemers, werkgevers en deskundigen die de regering en het parlement over sociaaleconomische vraagstukken adviseren.

,,We zijn heel lang een energieprovincie geweest, maar gaan we het daar straks mee redden? Veel bestuurders zien waterstof als de Heilige Graal die alles zal oplossen. Het heeft ook een nuttige functie, maar ik heb wel grote twijfels. Het eerste probleem is dat je waterstof van groene stroom moet maken en daar is een schrijnend tekort aan. Bovendien verzetten mensen zich tegen de komst van zonnepanelen en windmolens. Aardbevingen zijn natuurlijk vreselijk, maar de keuze geen aardgas te gebruiken is op zich niet logisch. We kunnen wel stoppen met de aardgaswinning, maar niet stoppen met het gebruik van aardgas.’’

Van Dijk wijst naar de oosterburen. ,,Daar zijn ze opgehouden met kernenergie, maar ze willen wel aardgas. Wij niet en dat is raar, want er is genoeg van. Waterstof is schoon, maar je moet het wel maken. Het kan ook wel. Dan moet je aardgas gebruiken en de CO2 onder de grond stoppen of stroom uit een kerncentrale halen, maar dat willen we ook niet.’’

De Groninger gedeputeerde van economische zaken IJzebrand Rijzebol (CDA) koerst wel rotsvast op Groningen als dé nieuwe waterstofprovincie van Nederland. Rijzebol is eveneens bestuurslid van Samenwerkingsverband Noord-Nederland ,,Er komt enorm veel ellende aan. We draaien de gaskraan dicht en dat gaat ten koste van de werkgelegenheid.’’

'We draaien de gaskraan dicht en dat gaat ten koste van de werkgelegenheid...'

Hij schat dat er door het stoppen van de gaswinning zo’n twintigduizend banen verloren gaan. ,,Dit kunnen we dus niet zomaar op zijn beloop laten. We moeten een oplossing bedenken.’’

En die oplossing is volgens hem dus waterstof. De volgende stap is dan de rest van West-Europa met waterstof ‘uut Grunn’ te voorzien. ,,Zo creëer je nieuwe werkgelegenheid en houd je die ook. Maar dat kan alleen als je de chemische industrie totaal groen maakt. Vergroenen, dat is het verhaal. Dat vindt de chemie zelf ook. Wij hebben de (chemische) industrie nodig om de transitie naar waterstof los te trekken. Zij kunnen massa maken in productie en gebruik van H2 en daardoor de transitie op gang brengen. Uiteraard snijdt het mes dan aan twee kanten, namelijk én vergroenen en de transitie wordt op gang gebracht.’’

loading

Van Dijk schudt zijn hoofd als hij hoort dat er twintigduizend banen verdwijnen. ,,Misschien dat er tot nu toe vanwege het stopzetten van de gaswinning maximaal drieduizend zijn verdwenen en er komen ongeveer nog drieduizend bij, meer niet. Er blijft altijd wel Russisch gas of gas uit een ander land binnenkomen. Die distributiebanen verdwijnen dus niet zo maar, tenzij we zeggen dat we geen energie meer gaan gebruiken.’’

Veel mensen vinden vlot nieuw werk

De NAM maakte onlangs bekend dat er in 2020 bij een reorganisatie 150 vaste medewerkers vrijwillig zijn vertrokken. Daarnaast was er geen plaats meer voor 300 ingehuurde krachten. Eind 2020 telde de NAM nog 1120 werknemers. Dit jaar verdwijnen opnieuw honderden banen bij het gasbedrijf, vooruitlopend op het dichtdraaien van de gaskraan in het Groningenveld, medio volgend jaar.

Van Dijk verwacht dat veel van die mensen, zeker wanneer ze een technische achtergrond hebben, vlot nieuw werk vinden. Voor de nieuwe, duurzame energiebronnen zijn immers veel mensen nodig. Maar of dat de verwachte duizenden banen in de ‘waterstofvallei’ van de Eemshaven zijn? ,,Ik denk het niet. En dan is de vraag: willen wij in het Noorden waterstof maken dat daarna via gasleidingen naar Rotterdam en het Ruhrgebied gaat? Ik denk dat het toerisme meer werk oplevert.’’

Voor de bouw van de nieuwe waterstofindustrie in de Eemshaven zijn specifieke vakmensen nodig. Die zijn er niet of niet genoeg en ze zullen dus ingevlogen moeten worden, aldus de hoogleraar. Na verloop van tijd vertrekken ze en lekt de werkgelegenheid weer weg. Wat resteert is onderhoudspersoneel op vooral mbo-niveau. ,,De schatting is dat het tussen de vijfhonderd en de duizend banen oplevert. Dat is natuurlijk nooit weg. Zeker niet voor mbo’ers. Kijk naar Google in de Eemshaven, daar werken veel mbo’ers. Mensen denken: dat is hightech, maar dat is niet zo, het gaat vooral om onderhoud van servers.’’

Hoe moet dat met het land van Ede Staal

Maar vooralsnog lijkt de lucht boven Groningen nog onbewolkt. De chemie-industrie in Delfzijl bloeit, de Eemshaven barst uit zijn voegen en ook de stad boert goed, zo blijkt uit cijfers over de werkgelegenheid in deze gebieden. Maar nu ontstaat er een klassiek dilemma: wat te doen met het landelijke gebied, het land van Ede Staal? Torenen windturbines straks uit boven het torentje van Spiek? Verrijzen vierkante bedrijventerreinen en glanzende zonnepanelen op grond waar ooit landarbeiders aardappelen uit de aarde schraapten?

Van Dijk ziet voor dat Groningen vooral een rol weggelegd als aantrekkelijke woonprovincie, met thuiswerken als belangrijke plus. ,,Veel werk kan best op afstand, dat zie je nu ook met de coronapandemie. Werkgevers wennen er ook aan. Wonen in de Randstad is een bepaalde periode van je leven leuk, maar je ziet dat mensen met kinderen allemaal opschuiven. Zwolle en omgeving, Brabant, daar groeit de economie het hardste. Groningen pikt net niet aan, omdat we net iets te ver weg liggen. Maar in Groningen kun je als moderne thuiswerker van alles doen. ICT, dienstverlening, noem maar op. Maar dan moeten er wel goede verbindingen zijn, zowel digitaal als fysiek binnen de regio en ook naar andere regio’s.’‘ Als voorbeeld noemt hij de Lelylijn.

‘Je kunt hier prima wonen’

Iemand die thuis al jaren meters achter de computer maakt is Marie-Lou Gregoire (57) uit Garsthuizen. De in het Belgische Kanne opgegroeide woordvoerder en communicatieadviseur kwam bijna drie decennia geleden naar Delfzijl om voor Akzo aan het werk te gaan op de pr-afdeling.

Na tien jaar vertrok ze er als hoofd en ging als zzp’er bij Groningen Seaports in de Eemshaven aan de slag. In de ruim twaalf jaar die ze daar werkte met voormalig directeur Harm Post hielp ze bedrijven als Google, Nuon en RWE zich te presenteren. Later kwamen er onder meer klussen voor regionale en provinciale overheden voorbij. De Gasunie is nu haar belangrijkste klant.

'Je kunt hier prima wonen en in Amsterdam een klus hebben...'

,,Heel interessant, zo midden in de energietransitie’‘, zegt Gregoire bij haar thuis in Garsthuizen, aan de keukentafel. ,,Elke werkdag begin ik hier, met een kop koffie en mijn iPad. Daarna ga ik naar mijn werkkamer, lekker de kranten lezen.’‘

Ze loopt naar haar werkvertrek, waar ze aan veel van haar klussen werkt achter een van de twee computers op een imposante houten tafel, met uitzicht op de uitbottende tuin. In de hoeken stapels boeken, een muziekstandaard en een trombone. Aan de muur een fraaie Friese klok.

,,Je kunt hier prima wonen en in Amsterdam een klus hebben. Het maakt eigenlijk niet uit waar je zit. Bij een opdracht in Amsterdam ga je daar tweemaal per week naar toe, de rest doe je hier.’‘

Helemaal probleemloos is thuiswerken in Noord-Groningen niet, erkent ze direct. ,,Het grote obstakel is het internet. Het gaat nu goed, even afkloppen want dat is niet altijd zo. Soms moet je belangrijke gesprekken in de tuin voeren’‘, aldus Gregoire, die om haar woorden kracht bij te zetten haar smartphone pakt. ,,Zie je? Eén streepje voor het bereik. Dan moet ik weer naar de keuken, daar is het beter.’‘

Om haar verbindingen in orde te maken, schakelde Gregoire een techneut in. Desondanks houdt het dus niet altijd over. ,,Goed internet, dat is het allerbelangrijkste.’‘

Groningen is niet bijster innovatief

Dat het vestigingsklimaat in Groningen niet alleen voor thuiswerkers goed is, bevestigt ondernemer Aaldrik Haaijer (35). Hij is met zijn bedrijf Water and Energy Solutions neergestreken op het Groninger bedrijventerrein Euvelgunne. In Rotterdam heeft de onderneming ook een kantoor, waar de Groninger vaak twee dagen per week werkt.

,,We helpen fabrieken bij de verbetering van hun productieproces, het reduceren van energieverbruik en het maken van strategische keuzes voor verduurzaming. We werken vooral voor grote bedrijven in de procesindustrie, maar ook voor investeringsmaatschappijen en de overheid’‘, zegt de in Winschoten geboren Haaijer. Zijn bedrijf doet veel in Nederland – van Maastricht tot de Eemshaven – maar heeft ook volop klanten over de grens: in China, Vietnam, India en Indonesië bijvoorbeeld. ,,Verstandig omgaan met energie en water wordt over de hele wereld steeds belangrijker.’’

Toch zit het hoofdkantoor in Groningen. ,,ICT en de stad gaan goed samen. Er zijn mensen genoeg, net als kennis. Als dat niet zo was, zou het hier lastig worden’‘, zegt Haaijer. ,,Bovendien hebben we hier genoeg markt: de Eemshaven, Delfzijl en Emmen zijn belangrijke industrieclusters. En ook in Noord-Duitsland zit veel industrie.’‘

,,Wij hebben tot nu toe geen problemen om medewerkers aan te trekken, ook al wil niet iedereen uit de Randstad naar Groningen. Degenen die wel komen, willen bij de stad wonen.’‘ De Ommelanden zijn aanzienlijk minder populair, weet Haaijer. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met gebrek aan werk, waardoor partners van medewerkers daar lastig emplooi kunnen vinden.

Uit onderzoek blijkt dat Groningen niet bijster innovatief is. Dat sommige Groningers minder ondernemend zijn, kan volgens hem te maken hebben met het feit dat velen in dit deel van het land werken bij de overheid en de semi-overheid. ,,Maar innoveren kun je leren. Je wordt ook niet geboren als ondernemer, dat kun je leren. Het moet wel op je netvlies staan dat het kan. Daar ligt een rol voor de universiteit en de Hanzehogeschool: zij kunnen laten zien dat je iets kunt proberen.’‘

'Wij blijven hier...'

Haaijer denkt dat de regionale overheid meer kan doen om de bedrijvigheid in Groningen te bevorderen. ,,We hebben vooral stabiliteit nodig. Wanneer de regels steeds weer veranderen, is dat lastig. Zorg er voor dat vergunningen snel worden gegeven en faciliteer bedrijven. En hou die subsidie maar. Doe meer aan garantstelling.’‘

Als aan die voorwaarden wordt voldaan, ziet hij de toekomst van Groningen zonnig in. ,,Je hebt hier de ruimte, de mensen, diepzeehavens, een goed leefklimaat. En dus een hartstikke mooie stad. Wij blijven hier.’’


Universiteit van het Noorden

Van Dijk ziet ook dat lang niet alle hoger opgeleiden, vooral afgestudeerden van de Rijksuniversiteit Groningen, in de regio gaan wonen. ,,De helft trekt weg. Je moet ook niet vergeten dat 50 procent van de studenten van buiten de drie noordelijke provincies komt. Ze besteden hier een aantal jaren hun geld en gaan dan weer weg. Maar we moeten niet over een braindrain gaan klagen, want dat is helemaal niet erg. In de jaren negentig had onze provincie de best opgeleide werklozen van Nederland.’’

De RUG geeft dankzij haar ‘export’ van studenten werk aan duizenden mensen, aldus de hoogleraar. ,,En dat wordt alleen maar beter als je de verbinding met het hbo weet te leggen. Sommige bedrijven vinden de afstand tot de RUG nog te groot. Die lopen langs het Academiegebouw, maar zijn er nooit binnen geweest en hebben geen idee wat daar gebeurt. Het hbo staat veel dichter bij het bedrijfsleven. Daarom is het ook zo goed dat we nu zo op de Universiteit van het Noorden inzetten.’’

Bestuursvoorzitter Jouke de Vries van de RUG lanceerde dat idee enkele jaren geleden en sindsdien staat de telefoon roodgloeiend. Wat houdt de Universiteit van het Noorden ook alweer in? Ze bestaat – nu nog – uit een samenwerkingsverband van de RUG, de Hanzehogeschool, Van Hall Larenstein, UMCG en NHL Stenden Hogeschool, dat zich met het bedrijfsleven richt op drie thema’s: energietransitie met de nadruk op waterstof/groene chemie, gezondheid en digitalisering.

De Vries benadrukte onlangs in een interview dat mbo’ers met hbo’ers en wo’ers de handen uit de mouwen moeten steken. „De schotten tussen deze drie opleidingen moeten weg.” Hij verwees naar de geroemde samenwerking van de drie opleidingen in het Top Dutch Solar Racing. Dat eindigde vorig jaar in Australië als vierde tijdens de World Solar Challenge voor wagens op zonne-energie.

Maar het raceteam dat eind dit jaar Australië zou doorkruisen, maakt deze keer niet de grote oversteek naar ‘down under’, want – geen grote verrassing - corona. Een hard gelag voor de hbo-, wo- en mbo- studenten die er graag een jaar studievertraging voor overhebben om een experimentele raceauto van de grond af op te bouwen en deze vervolgens volgestouwd met zonnepanelen door de outback te laten racen. Het onderkomen is gevestigd in de periferie op Zernike Campus en doet nog het meest denken aan een afgedankt noodgebouw van een basisschool.

Teammanager Aymar Berkel (22) vecht hard het team op de rails te houden. Corona zette een streep door een maandenlang verblijf in Australië en onlangs stapte de complete afdeling mechanica op. Berkel: ,,We moesten op zoek naar een alternatief voor Australië, maar dat leverde nogal wat onzekerheden op. Sommige leden vonden het te lang duren. ’’ Maar het alternatief is nu bekend: ,,We mogen er helaas nog niks over zeggen, maar het is buiten Europa!’’

Vanwege de concurrentie nog niks laten zien

De student technische bedrijfskunde werkt sinds april vorig jaar fulltime bij het raceteam. ,,De race vindt om de twee jaar in oktober plaats. In Australië was de start in Darwin en de coureurs reden vijf dagen lang van noord naar zuid. In totaal legden ze 3000 kilometer af.’’

Voor elke race wordt er een nieuwe wagen gebouwd. Die bestaat nu nog uit heel veel tekeningen. ,,Nee, we mogen vanwege de concurrentie nog niks laten zien. Die kunnen daar hun voordeel mee doen. Er zijn bovendien innovaties in verwerkt die nog niet op de markt zijn. Maar we bouwen de wagen helemaal zelf. Half augustus is hij klaar.’’

Het team bestaat uit ongeveer twintig wo-, hbo- en mbo-studenten. De samenwerking verloopt vlotjes, aldus Berkel. ,,Je merkt al heel snel waar iedereen sterk in is. De studenten van universiteit en hbo zijn over het algemeen wat kritischer. De mbo’ers zijn vooral heel praktisch gericht.’’

Het raceteam is een intensieve leerschool voor de praktijk. ,,Acquisitie, communicatie, mechanica, software, elektro, strategie en de reisorganisatie: we doen alles zelf’’, somt projectmanager Calvin Beijering op. De hbo-student werktuigbouwkunde benadrukt dat veel verborgen werk gaat zitten in het logistieke deel van de operatie.

loading

,,Het transport en verblijf is altijd een hele organisatie. De wagen moet in een vliegtuig die kant op. Bovendien gaat het hele team mee tijdens de race. We zijn er zeker twee tot drie maanden. Voorbereiding, testen, kwalificatie: het kost veel tijd.’’ De race gaat altijd over een bestaande weg. Het team rijdt in een konvooi dat uit acht wagens bestaat, waaronder een mediawagen, een strategiewagen, een scout die andere teams in de gaten houdt – er zijn ongeveer vijftig deelnemers – en een verkenner die de route op veiligheid onderzoekt.’’

De teams zochten koortsachtig naar een alternatief voor Australië en hebben deze gevonden. Het gaat dus weer gebeuren: een race die vijf dagen lang om acht uur ’s morgens begint en om vijf uur ’s middags eindigt. Duizenden kilometers afleggen met een gemiddelde snelheid van 100 kilometer per uur onder een behaaglijke 40 graden Celsius. Berkel: ,,Maar het wordt toch ook helemaal anders. In Australië zijn het vooral lange, rechte wegen. In dit land is het parcours veel bergachtiger met meer bochten.’’

loading

Mbo’er Jeroen Stutterheim (28) van het Alfa-college in Groningen ontwierp de stuurinrichting. ,,We hadden een al een stuur en de wielen, maar er zat nog niks tussen.’’ De schoolloopbaan van de in Oldehove opgegroeide technisch specialist engineering vertoont enige kreukels. ,,Ik zat op het atheneum, maar in het tweede jaar ontdekte ik dat school niet echt iets voor mij was.’’ Hij komt op de havo terecht, kiest voor een andere school en staat uiteindelijk - zonder diploma - ingeschreven bij elf uitzendbureaus. ,,Ik heb van alles gedaan: aan de lopende band, inpakken bij Heijploeg in Zoutkamp, achter de kassa van de supermarkt en was verkoper in een strak pak bij de Beijenkorf. Maar ja, na een aantal jaren werd ik te duur. Ik kwam niet meer aan de bak. Ik besloot toch maar een opleiding te gaan doen. Ik zit nu in mijn laatste jaar. In het begin was het wel een beetje vreemd. Zat ik met 16/17-jarigen in de klas.’’

Hij hoopt werk als 3D-tekenaar in het Noorden te vinden. ,,Met mijn opleiding kun je overal aan het werk, maar ik blijf liever in deze omgeving. De Randstad is me echt te druk. Ook het buitenland trekt niet. Ik heb veel gereisd en ben op mooie plekken geweest, maar het valt niet mee een land te vinden waar het beter is geregeld dan in Nederland.’’

Berkel, afkomstig uit Zoetermeer, sluit ook niet uit dat hij na de studie in Groningen blijft hangen. ,,Ik zit te denken aan een start-up en daar wemelt het in Groningen van. Hier liggen genoeg kansen.’’

Beijering weet zeker dat hij voor het Noorden kiest. De in Buinen geboren en getogen student broedt op een eigen bedrijf. ,,Ik wil graag een eigen product met een noordelijke insteek maken. En dan wel op een duurzame manier. Een noordelijk biertje bijvoorbeeld.’’

'Groningen is ook géén Amsterdam, laten we daar eerlijk over zijn...'

Jonge werknemers zijn hard nodig

Werkgeversorganisatie VNO-NCW MKB Noord denkt dat jonge werknemers hard nodig zijn om te voorkomen dat de economie van het Noorden in het slop raakt. ,,Als we op dezelfde voet doorgaan, zie ik niet meteen een positieve ontwikkeling voor Noord-Nederland. Dat heeft onder meer te maken met het teruglopende arbeidspotentieel. Het aantal jongeren daalt, dus heb je straks ook minder werkenden’’, zegt directeur Ton Schroor.

Hij doelt op de studies waarin wordt voorspeld dat de beroepsbevolking in Noord-Nederland zo’n 14 procent krimpt in de komende jaren. In 2040 zijn er daardoor 140.000 potentiële arbeidskrachten minder, zeggen onderzoekers. Wie kan en wil werken, krijgt straks dus kansen.

,,Maar het Noorden is nog niet goed en snel genoeg bereikbaar. Daarom zijn we ook een groot voorstander van de Lelylijn.’’ Het plan voor die hogesnelheidslijn tussen Lelystad en Groningen bestaat vooralsnog alleen op papier en in de hoofden van ondernemers en bestuurders.

Eindpunt Groningen

Schroor: ,,Het Noorden wordt door de rest van Nederland nog steeds als een eindpunt gezien. Maar dit zou een transitieregio moeten zijn waar de oude Hanzegedachte in ere wordt hersteld.’’ Hij refereert aan de middeleeuwse samenwerkingsorganisatie van koopmannen uit Duitse steden rond de Oostzee en Noordzee waar ook Nederland steden bij aangesloten waren. ,,Een knooppunt op het gebied van economie, handel, kennis, cultuur en infrastructuur. Een plek waar je verblijft, contacten opdoet, geld uitgeeft en ook weer doorgaat.’’

Voorzitter Anita Winter van het regiobestuur Groningen wijst op de noodzaak om het onderwijs goed te laten aansluiten op het bedrijfsleven. ,,We raken de beroepsbevolking kwijt als we niks doen. Tegenwoordig roepen we dat een leven lang leren de norm wordt. Maar de vraag is of dat voldoende is om het probleem van minder aanwas op te lossen. Ik denk van niet. Arbeidsmigratie waarbij we mensen vanuit het westen hiernaartoe halen is een oplossing. Daarom is die bereikbaarheid ook zo noodzakelijk. Dan heb ik het niet alleen over de Lelylijn, maar bijvoorbeeld ook over een verdubbeling van de N33 naar Delfzijl.’’

,,Voldoende mbo- en hbo-personeel is het grote knelpunt voor de komende jaren’’, vult Schroor aan. ,,Dan heb ik het over hoger- opgeleiden en mbo’ers voor sectoren zoals chemie, zorg, techniek en ICT. En als die werknemers van binnen en buiten de EU hier komen, dan moeten we ze wel wat te bieden hebben. Dan heb ik het niet alleen over een dorp met een school, een winkel en andere voorzieningen. Die zijn noodzakelijk, maar er moet ook wat te doen zijn’’, ’aldus Schroor.

'Maar Oudeschip blijft bestaan. Oudeschip is het begin...'

,,Je kunt in Drenthe en Groningen fantastisch wandelen en in Friesland lekker het water op. Maar wat als je daarnaast iets wilt doen? Dat valt nog niet mee. Natuurlijk, er zijn prachtige musea, maar er is niet veel bijzonder vertier. We moeten dus gebieden aanwijzen voor woningbouw, recreatie, toerisme, bedrijven en grootschalige entertainment en daar de voorwaarden voor creëren.’’

Groningen is afhankelijk van wat elders gebeurt

Er zijn zeker kansen voor Groningen, denkt RUG-hoogleraar economische geografie Henk Folmer. ,,De mogelijkheden om echt zelfstandig een eigen weg te gaan zijn wel beperkt. Groningen is in sterke mate afhankelijk van wat er in de rest van de wereld gebeurt, vooral in Nederland en in Europa. Het economische en sociale beleid wordt vooral bepaald buiten Groningen zelf.’‘

,,Groningen is ook géén Amsterdam, laten we daar eerlijk over zijn. Buitenlandse studenten die hier aankomen, en dan vooral Chinezen, stappen uit de trein en kijken hun ogen uit. Wat is de lucht hier zuiver, zeggen ze. Wat een genot om hier adem te halen. Maar als ze op een gegeven moment een beetje zijn gevestigd en de stad hebben verkend, zeggen ze: komend weekeind wil ik naar Amsterdam. Dat is Nederland.’‘

Hoewel Groningen een puike woonprovincie is, denkt Folmer dat jongeren de Ommelanden altijd zullen blijven verlaten voor de stad. ,,Neem Bellingwolde. Wat heb je daar voor vertier? Daar zit je in één café met bejaarden en al. Dat trekt niet iedereen. De jeugd wil weg, dat moeten we accepteren. Krimp is ook niet typisch Gronings, je vindt het ook in Zeeland en Limburg. Werk dat er vroeger was is verdwenen, de jongeren trokken naar de stad. Ik kom veel in Zweden en daar zie je hetzelfde: de jeugd concentreert zich in de grote steden. Dat is een universeel verschijnsel.’‘

Dat wil volgens hem niet zeggen dat er niets meer aan de plattelandsdorpen in het noorden en oosten van de provincie gedaan moet worden. ,,Je kunt proberen de leefbaarheid te vergroten en er zijn natuurlijk vrije beroepen die er wel heen willen. Kunstenaars, bijvoorbeeld. Zorg dus voor goede verbindingen, geef subsidie aan buurthuizen. Maar echte grote bedrijvigheid zal je er niet meer vinden. Je kunt bedrijven niet dwingen daar heen te gaan.’‘

Zonder nieuwe bedrijvigheid is het lastig iets te doen aan de lage arbeidsparticipatie in bijvoorbeeld Oost-Groningen. Daar staan, zoals verwoord in tal van nota’s en officiële stukken, veel mensen langs de zijlijn.

Corona bederft het feestje

Arbeidsmarktanalist Erik Oosterveld van het UWV kent het verhaal. Toch, nuanceert hij, de ontslagwerkloosheid, de WW, is er niet opvallend veel hoger dan elders. Groningen heeft net als heel Nederland geprofiteerd van het aantrekken van de arbeidsmarkt - tot het uitbreken van de coronacrisis begin 2020. Problematisch zijn vooral het forse aantal bijstandsuitkeringen, de WIA en de Wajong. ,,Dat is structurele werkloosheid en die is in Oost-Groningen hoog. Dat heeft alles te maken met het opleidingsniveau van mensen, met cultuur. Het is werkloosheid die al jaren bestaat.’‘

Voor corona toesloeg ging het overigens ook hier voorzichtig de goede kant op, zegt de analist. ,,Als de economie goed draait, daalt eerst de werkloosheid en daarna gaat de bijstand omlaag. Die daling zag je al in Oost-Groningen. In 2019 was de werkloosheid daar record laag. Maar corona heeft het feestje bedorven en alles stilgezet.’‘

,,De arbeidsmarkt was voor de uitbraak van corona overspannen. Je ziet daar nog wel iets van terug. Werkgevers willen hun personeel niet kwijt, omdat ze bang zijn dat ze dan straks te weinig mensen hebben. We hebben iedereen nodig, is het idee. De groep van 15 tot 65 moet meer aan het werk. We gaan massaal met pensioen. Vooral de zorg, ICT en de techniek zijn heel erg vergrijsd. Er wordt tegenwoordig door jongeren wel iets meer voor techniek gekozen, maar nog lang niet genoeg.’‘

Het bedrijfsleven is er volgens VNO-NCW ook enorm bij geholpen wanneer vooral hbo en universiteit toegankelijker worden voor het bedrijfsleven. Winter: ,,Wat ik merk is dat grote bedrijven, zoals NAM en Shell, bij kennisinstellingen voor stages makkelijker in beeld komen dan mkb-bedrijven. Die vinden het lastiger om er binnen te komen en een student te vinden die zij graag willen hebben. Grote bedrijven hebben daar aparte afdelingen voor, het mkb niet.’’

Schroor: ,,Probeer als bedrijf maar eens een stage te regelen. Ik kan uit eigen ervaring vertellen dat dit nog niet meevalt. Daar komt nogal wat bureaucratie bij kijken en als ondernemer heb je die tijd nu eenmaal niet. Bovendien denken hbo’ers vaak niet uit zichzelf aan het mkb en dat is echt een misvatting. Ze weten vaak niet wat je daar kan doen.’’

Terug naar Oudeschip

Kap vermoedt niet dat de nieuwe Winkel van Sinkel in de toekomst een stagiaire nodig heeft. Hij wil de winkel, zodra deze weer open kan, in zijn vrije tijd bestieren. Hij hoopt onder meer op klandizie vanuit de Eemshaven. Hij rijdt stapvoets over de slaperdijk langs Oudeschip waar een stormvloed in de zeventiende eeuw een bres in sloeg en blikt naar de Eemshaven. ,,Dat was een prachtig natuurgebied. Je kon er heerlijk zwemmen en er was een crossbaan voor onze brommers. Ik heb nog meegemaakt dat alleen de Eemscentrale er stond. Een Japanse tanker lag er vanwege een faillissement jarenlang aan de ketting en stak boven de dijk uit. Nu steken er straks windmolens bovenuit.’’

Kap haalt zijn schouders op. ,,De Eemshaven komt onze kant op. In de jaren tachtig was er nog sprake van dat ons dorp vanwege de uitbreiding van de Eemshaven moest verdwijnen. Maar er gebeurde jarenlang niks in de haven. Nu is het er booming. Maar Oudeschip blijft bestaan. Ze zeggen altijd dat ons dorp aan het einde van Nederland ligt. Nee, hoor, Oudeschip is het begin.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Het Nieuwe Noorden