De provincie Groningen gaat in beroep bij de Raad van State tegen het groene licht voor zoutfabrikant Nedmag om nog tot 2045 zout te winnen uit de diepe bodem in de regio Veendam.

Gedeputeerde Staten dienen een formeel beroepsschrift in tegen het zogeheten instemmingsbesluit van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat voor Nedmags nieuwe winningsplan. Het provinciebestuur heeft vooral problemen met de duur van de nieuwe vergunning en wil bovendien hardere afspraken over vergoeding van schade aan huizen in het zoutwingebied.

‘We moeten voor onze inwoners opkomen’

,,We betreuren dat het zo loopt, maar we moeten voor de belangen van onze inwoners opkomen’’, stelt gedeputeerde Tjeerd van Dekken. Hij had naar eigen zeggen niet verwacht dat Den Haag zou instemmen met het winningsplan zonder tegemoet te komen aan de bezwaren die Groningen de afgelopen jaren voortdurend naar voren heeft gebracht richting kabinet en Kamer.

Vooral het gemis van een toekomstbestendige schaderegeling voor bewoners van het gebied is een teleurstelling, zegt Van Dekken. ,,We hadden gedacht dat de minister rekening zou houden met de wensen van de regio.’’ Groningen vindt onder meer dat niet goed is vastgelegd wat er op de lange termijn met schades en wie daarvoor aansprakelijk is als Nedmag stopt danwel failliet zou gaan.

Ook buurgemeenten rond Veendam en waterschap in verzet

Al eerder besloten de gemeenten Midden-Groningen, Tynaarlo en Aa en Hunze al tot een formeel beroepsschrift tegen de nieuwe vergunning, evenals het waterschap Hunze en Aa’s. Ook zij willen de schade-afhandeling op lange termijn beter geregeld zien. Bovendien dringen ze aan op een afbouwscenario voor de zoutwinning.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen