Kinderen in de bus van De Bazenfabriek in 't Zandt.

Groningen krijgt 1,15 miljard euro om het gaswinningsgebied weer op de kaart te zetten. Maar is die pot met goud wel echt goud waard?

Kinderen in de bus van De Bazenfabriek in 't Zandt. Foto: Reyer Boxem

Een zak met geld van 1,15 miljard euro die het door aardbevingen geteisterde Groningen weer op de kaart moet zetten: dat is het Nationaal Programma Groningen. De eerste 270 miljoen is inmiddels verdeeld onder ruim honderd projecten. Is de pot met goud ook goud waard?

Zo’n twintig kinderen rennen deze woensdag kinderen over het natte gras van Landgoed de Camping in ‘t Zandt. Sommigen doen mee aan een zeskamp, anderen staan met een VR-bril op. En misschien wel het belangrijkste onderdeel: aan een tafel schrijven kinderen op wat ze missen in hun dorp. Rozemarijn van 9 wil graag een skatebaan. Het jongetje na haar een speeltuin.

Het is de dag na de zwaarste aardbeving van 2020, een schok met een magnitude van 2.7, dinsdagmiddag in Loppersum en de eerste dag van het reizende zomerprogramma van De Bazenfabriek, een initiatief om samen met de Lopster jeugd activiteiten op te zetten. Want in Loppersum is ‘verrekte weinig te doen voor de jeugd’, vinden de jongeren zelf.

Dat weten de ouders van de spelende kinderen in ‘t Zandt ook. „De jeugd heeft hier geen hangplek. Er is geen kroeg, geen winkel. Dat was vijftien jaar geleden wel anders”, vertelt moeder Eline Tammeling. Ze woont al jaren in het dorp en haar vriend groeide hier op. „In Loppersum zelf is wel wat meer te doen, maar in de omliggende dorpen niet.”

‘Als het geld er toch is, laten we er dan ook iets goed mee doen’

Het idee voor De Bazenfabriek komt voort uit een project van de gemeente van vorig jaar. In het Mercedusbusje ‘Neef Herbert’ ging de gemeente de dorpen langs om wensen van bewoners op te halen. De Bazenfabriek is geschaard onder het programma jeugd, onderwijs en leefbaarheid dat Loppersum indiende bij het Nationaal Programma Groningen (NPG): de pot van 1,15 miljard voor de toekomst van het door aardbevingen geteisterde Groningen.

Ina Boer uit ‘t Zandt: „Toen ze net met het NPG kwamen, dachten veel mensen hier: leuk al dat geld, maar zorg eerst maar dat onze huizen veilig zijn. Ik ook. Maar nu denk ik: het geld is er toch, laten we er dan ook iets goeds mee doen.”

Joris Jonker van De Bazenfabriek: „Gemeenten hebben op dit moment de financiële ruimte niet voor een zomerprogramma. Zonder het NPG was dit niet van de grond gekomen. Nu hebben we 150.000 euro.”

Terwijl het wel belangrijk is dat er iets voor jongeren wordt gedaan, vindt hij. „Niet om ze hier te houden. Wethouder Bé Schollema zei dat eerder heel mooi. Hij zei dat het normaal is dat jongeren uitwaaieren. Maar er zit een verschil tussen het gebied ontvluchten of verlaten. Jongeren die het hier fijn hebben, zijn hopelijk eerder geneigd terug te keren dan jongeren die het hier niet naar hun zin hebben gehad.”

270 miljoen voor ruim honderd projecten

De Bazenfabriek, een fonkelnieuw theater voor Delfzijl, een waterstoftrein voor de provincie Groningen, nieuwe steigers in Kiel-Windeweer. Ruim een jaar geleden ging het NPG van start, inmiddels zijn de eerste 270 miljoen euro toegekend aan ruim honderd verschillende projecten.

Gemeenten, provincie, ondernemers, inwoners, allemaal kunnen ze tot 2030 meedoen met het NPG. Als hun plannen maar een bijdrage leveren aan een toekomstbestendig en leefbaar Groningen en de welvaart in de provincie (zie kader).

Maar hoe bepaal je dat?

Dat is nog geen sinecure weet Dirk Strijker, hoogleraar Plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van het expertteam dat in de toekomst gaat evalueren of het geld uit de NPG-pot goed is besteed. „Hoe vind je projecten die daadwerkelijk effect hebben? Waar kun je het geld het beste op inzetten? Dat is voor plattelandsgebieden zoals Noord-Groningen nog niet zo eenvoudig.’’

loading

Hoogleraar Strijker: ‘Meer ambtenaren is niet echt een oplossing’

Kijk naar de economische situatie. Een bak werkgelegenheid komt voort uit de publieke dienstverlening. Een ander belangrijk deel vormt de kleine maakindustrie.

„Meer ambtenaren is niet echt een oplossing voor het gebied. En kleine bedrijven kun je een boost geven, maar dat betekent nog niet dat dat meteen uitstraling heeft naar de complete regio.”

En dan is er nog het chemie- en havencluster rond Delfzijl en de Eemshaven. „Daar kun je best wel iets innovatiefs voor verzinnen, en dat heb je de afgelopen jaren ook zien gebeuren. Maar verder? Dat is lastig. Hoe maak je in een dorp als Winsum of Usquert de stap naar voren? Met een nieuw dorpshuis of een nieuwe sporthal?”

Een onnodige complicatie: ‘Je kunt van gehakt geen varken maken’

Dat het moeilijk is om de kip met de gouden eieren te vinden, weet ook Marco Pastors. Hij is directeur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). De havenstad ging Groningen in 2011 voor met een Nationaal Programma met als doel het opleidingsniveau, de arbeidsparticipatie en de woonkwaliteit te laten stijgen.

Pastors: „Die kip met gouden eieren moet in ieder geval wel in de ren lopen. Dat vraag ik mij op dit moment af in Groningen.”

Pastors is weinig enthousiast over de manier waarop het geld in Groningen wordt verdeeld.

Om maar even bij de boerderijmetaforen te blijven: „Je kunt van een varken gehakt maken, maar van gehakt geen varken. Het geld is eerst onder gemeenten verdeeld en zij moeten nu samen kijken hoe ze heel de regio daarvan laten profiteren. Dat is een onnodige complicatie.”

Volgens hem is het slimmer om een gezamenlijk plan te maken.

Bovendien vindt hij dat het niet altijd direct duidelijk is hoe projecten bijdragen aan het uiteindelijke doel van het NPG: Groningen weer een bloeiend gebied maken.

Pastors: „Dat lukt je niet met een voetgangersbruggetje. Daar heb je goede scholen voor nodig, werkgelegenheid en een woningvoorraad die op peil is; daardoor is het aantrekkelijk om in het gebied te wonen en te werken. Ik vrees dat het niet lukt als het op deze manier doorgaat.”

loading

Meer kritische geluiden

Kritische geluiden klinken ook binnen de Groningse gemeenten. Zo wordt in de gemeente Appingedam de Tjamsweersterbrug straks opgeknapt met steun van het NPG, terwijl die brug al tien jaar aan vervanging toe is. „Wij geven NPG-geld uit aan zaken die echt al langer moesten gebeuren”, merkte fractievoorzitter Cees van Ekelenburg (D66) op tijdens een raadsvergadering.

Hoogleraar Dirk Strijker voorspelt dat de projecten die gehonoreerd worden uit de NPG-pot een reeks van trial and error wordt. „Van veel projecten zul je straks zeggen: het is geen weggegooid geld, maar of het nu de regio echt vooruit geholpen heeft.... Met inmiddels zo’n vijftig jaar ervaring kan ik zeggen dat het ontzettend lastig is om projecten zodanig op de rol te zetten dat je echt stappen maakt.”

Een ramp is dat niet, meent Strijker: „Dát er geld in de regio geïnvesteerd wordt is hartstikke belangrijk. Dat heeft het gebied verdomd hard nodig. Groningen is totaal in de steek gelaten.”

Jullie toekomst is belangrijk

Al die miljarden die de afgelopen tijd zómaar werden vrijgemaakt voor de coronacrisis, daar heeft menig Groninger zijn wenkbrauwen over opgetrokken.

Strijker: „Met het NPG kan de overheid laten zien: er wordt wel voor jullie gezorgd, jullie toekomst is belangrijk. Daarom moeten projecten niet alleen getoetst worden op innovatie en hun veelbelovendheid. Projecten moeten vooral zichtbaar maken dat er echt iets gebeurt voor Groningen.”

Pastors denkt dat van het NPG zeker een succes te maken is.

„Maar daarvoor moet je wel samen om tafel. En dan niet alleen het Rijk, de provincie en de gemeenten. Ook andere partijen als schoolbesturen, werkgevers en wooncorporaties moeten aanschuiven. Samen kun je dan bepalen waar het geld het beste uitgegeven kan worden. En dan moeten de betrokkenen ook ambitieuzere plannen durven maken.”

Het NPG zegt in een reactie op de kritiek van Pastors: „Hij lijkt ons niet helemaal op de hoogte van de laatste stand van zaken. We zijn druk bezig met allerlei partijen om het programma verder vorm te geven. Zo gaan gemeenten en scholen in Delfzijl Noord, Leeuwenborg, Beijum en Oldambt starten met een verlengde schooldag: extra activiteiten op scholen waarbij extra aandacht is voor kinderen in buurten waar de sociaal maatschappelijke achterstand het grootst is.”

Zoutkamp is blij met de nieuwe speeltuin

In Zoutkamp zijn ze ondertussen blij met de 40.000 euro vanuit de NPG-pot. De speeltuin kon wel een opknapbeurt gebruiken. Die was oud, stuk en afgeschreven. Twee jaar lang vroeg een groep vrijwilligers subsidie na subsidie aan. Met het geld van de NPG erbij, konden ze aan de slag.

„In mei werd de nieuwe speel- en beweegtuin opgeleverd”, zegt Joyce Horneman van de Stichting Sportdorp Zoutkamp. Tien toestellen voor de beweegtuin en zo’n achttien voor de naastgelegen speeltuin. De bedoeling is dat jong en oud elkaar hier ontmoeten.

„Een echte opening hebben we door corona nog niet gehad. We zitten nog in de pioniersfase met de beweegtuin, maar de kinderen spelen in ieder geval al wel in die nieuwe speeltuin. Dat deden ze in de oude echt niet meer.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen
Aardbevingen
menu