Geoloog: Groningen acht jaar na Huizinge nog steeds volledig van anderen afhankelijk voor kennis over de bodem

Geoloog en hydroloog Peter van der Gaag. Foto archief DvhN

Groningen had met het oog op de aardbevingen al lang een eigen geologisch en hydrologisch instituut moeten hebben. De provincie beschikt nog steeds niet over eigen kennis.

Dat zegt de Rotterdamse geoloog en hydroloog Peter van de Gaag, die in het aardbevingsgebied al jaren bij bodemonderzoek is betrokken. Van der Gaag, die zichzelf betitelt als onafhankelijk geoloog, stelt dat Groningen acht jaar na de aardbeving bij Huizinge nog steeds volstrekt afhankelijk is van de NAM en instituten die voor het gasbedrijf en de Nederlandse overheid werken.

,,Er ligt hier een duidelijke taak voor de provincie, de gemeenten, de waterschappen en de universiteit. Als zij een goed plan maken, dan kan de overheid daar niet om heen’’, vindt Van der Gaag. Het is nog niet te laat, meent hij.

Heeft de Rijksuniversiteit Groningen het laten afweten? ,,Op juridisch gebied heeft de universiteit wel veel gedaan in het aardbevingsdossier. En er is natuurlijk ook geen geologisch instituut meer in Groningen, daarvoor moet je tegenwoordig in Utrecht zijn. Toch had men in Groningen absoluut meer kunnen doen’’, vindt de geoloog.

Onderzoek

Hij wijst er op dat in sommige Europese landen waar olie en gas worden gewonnen is bepaald dat één procent van de opbrengst besteed moet worden aan onderzoek naar mogelijke schadelijke gevolgen van de delfstofwinning. ,,Als dat hier in Groningen ook was gebeurd, hadden we nu een heel andere uitgangssituatie.’’

Van der Gaag vindt ook dat bij het schadeherstel en de versterking van huizen in Groningen veel te weinig wordt gekeken naar de bodem. De opbouw daarvan is in de provincie gecompliceerd en zeer gevarieerd. ,,Waar een huis staat is belangrijker dan hoe het is gefundeerd.’’

Er wordt volgens hem onvoldoende bodemonderzoek gedaan. ,,Als je hier een huis bouwt, moet je altijd sonderen om de ondergrond te kunnen bepalen. De Groningse grond is zo apart. Veen leidt bijvoorbeeld tot grotere trillingen dan zand en kalk. Hetzelfde geldt voor slappe klei, dat heeft weinig draagkracht. Iedere Groninger zou in de gelegenheid moeten zijn om zijn eigen bodem te onderzoeken.’’

Kwel

Van der Gaag vraagt al jaren aandacht voor de volgens hem funeste werking van knipklei, dat her en der in Groningen in de ondergrond zit en dat onder bepaalde omstandigheden bij aardbevingen forse schade aan gebouwen kan veroorzaken. Ook vindt hij dat er te weinig aandacht is voor opborrelend kwelwater in het gasgebied. Door bodemdaling en de stijging van de zeespiegel neemt de hoeveelheid kwel gestaag toe. ,,Gebieden met veel kwel zijn aanzienlijk aardbevingsgevoeliger dan andere plekken.’’

Hij zegt dat woningen ook versterkt kunnen worden zonder aan de bebouwing te komen. ,,Door bijvoorbeeld naburige sloten met duikers erin te dempen. Panden langs sloten en kanalen lopen veel meer schade op bij een beving. En zorg ervoor dat beschoeiingen in orde zijn, zodat er geen zand verdwijnt waardoor huizen kunnen verzakken. En begin bij de versterking altijd met de huizen die aan een sloot aan.’’



menu