Bij coronapatiënten op de intensive care blijken bloedverdunners soms een ernstig verloop van de ziekte te voorkomen.

Groningen speelt sleutelrol in nieuwe behandeling; artsen geven coronapatiënten bloedverdunners na onderzoek Groningse professor

Bij coronapatiënten op de intensive care blijken bloedverdunners soms een ernstig verloop van de ziekte te voorkomen. Foto: Marcel Jurian de Jong

Onderzoekers van het UMC Groningen spelen een sleutelrol in onderzoek naar nieuwe behandelingen voor coronapatiënten. Zo geven artsen een deel van de patiënten bloedverdunners na onderzoek onder leiding van een Groningse professor.

De ziekte covid-19 is zo nieuw dat artsen veel sneller dan normaal nieuwe behandelingen uitproberen. Wereldwijd onderzoeken ze wat wel en wat niet werkt. Chloroquine niet, bijvoorbeeld. En bloedverdunners wel, bij een deel van de patiënten. Groningen blaast een aardig partijtje mee in dit soort onderzoek..

Het coronavirus tast niet alleen de longen aan maar zorgt bij een deel van de patiënten ook voor bloedstolsels. Met een bloedprikje naar het stofje d-dimeer is te voorspellen welke patiënt daar het meest last van krijgt en dus een grotere kans op overlijden heeft. Om die kans te verlagen, moet die patiënt van te voren bloedverdunners krijgen.

Een groep Nederlandse wetenschappers onder leiding van de Groningse hoogleraar radiologie Mathijs Oudkerk heeft daarover twee weken geleden een advies gepubliceerd. Vervolgens zijn artsen in de Nederlandse ziekenhuizen meteen die bloedverdunners gaan geven.

Ziekteconcept

,,We hebben het nieuwe ziekteconcept direct na de publicatie van de Wuhan data in de Lancet ontdekt’’, zegt Oudkerk. ,,Deze communicatie heb ik in concept aan het Outbreak Management Team beschikbaar gesteld, waarop Diederik Gommers direct het beleid heeft aangepast. Daarnaast heeft Van Dissel van het RIVM mij gevraagd een onderzoekscommissie voor te zitten die op 9 april rapport heeft uitgebracht.’’

Peter van der Voort, hoofd van de intensive care in het UMCG, zegt dat het advies ook meteen in Groningen is toegepast. ,,We zien bij de covid-patiënten op de intensive care een veel groter aantal stollingsproblemen dan bij andere infectieziekten’’, zegt Van der Voort. ,,Na het onderzoek van Oudkerk hebben we meteen de dosis bloedverdunners bij die patiënten verdubbeld. Maar het is een lastig dilemma. Bloedverdunners maken de kans op bloedingen natuurlijk ook groter, en dat zien we bij sommige covid-patiënten ook gebeuren.’’

Stappen overslaan

Doordat covid-19 zo nieuw is, moeten artsen veel sneller dan anders nieuwe behandelingen uitproberen. ,,Normaal neem je de tijd en doe je na bepaalde uitkomsten een onderzoek nog eens opnieuw, om het te checken’’, zegt Van der Voort. ,,Nu slaan we allerlei stappen over. We kunnen niet anders.’’

De werkgroep onder leiding van Oudkerk gaat verder met het analyseren van gegevens van patiënten, meest CT-scans. Dat doen ze gewoon thuis. ,,CT-onderzoeken kunnen via veilige thin client-communicatie overal door collega’s worden beoordeeld’’, zegt Oudkerk. ,,De meeste radiologen werken voor hun beoordelingen momenteel van uit huis.’’

Uit de analyses bleek dat het stofje d-dimeer in het bloed een goede voorspeller is voor hoe de ziekte verder verloopt. Met een waarde boven de 1 is het advies nu om snel te beginnen met bloedverdunners en in het ziekenhuis een contrast-CT-scan te maken. Bij patiënten met een lagere d-dimeerwaarde is dat niet nodig. Het is te verwachten dat patiënten met die lagere waarde d-dimeer minder ernstig ziek worden.

Dag of tien

Uit het onderzoek van Oudkerk blijkt ook dat veel patiënten pas na een dag of tien ernstig ziek worden. Dat zijn ook de bevindingen van Van der Voort en zijn collega’s, die in het UMCG onderzoek doen naar de covid-patienten die er liggen.

,,Het is een herkenbaar patroon. Je hebt blijkbaar tien dagen de tijd om iets aan de ziekte te doen. De grote uitdaging ligt er in om patiënten in die dagen beter te behandelen.’’

Er worden in de medische wereld best stappen gezet, merkt Van der Voort. ,,In ons onderzoek zien we ook gestaag vorderingen. We leren meer over de rol van het buikvet. We hebben een onderzoek klaar over ace2-receptoren, waar het virus op aangrijpt.’’

Chloroquine

In allerlei ziekenhuizen worden verschillende medicijnen uitgeprobeerd. Zoals het anti-malariamiddel chloroquine, waarvan wetenschappelijk het effect bepaald niet bewezen is. ,,Het is ook niet zonder bijwerkingen’’, merkt Van der Voort op.

,,In Groningen zijn we er terughoudend mee geworden op de ic. In het begin hebben we het wel gebruikt. Maar dat was vooral omdat patiënten uit Brabant het daar al kregen en we er daarom mee verder wilden. Maar we hebben bijvoorbeeld ook met anti-HIV-middelen gemerkt dat er al snel veel bijwerkingen zijn. Daar zijn we ook mee gestopt.’’

Toch is Van der Voort optimistisch. ,,We zien heel duidelijke sleutelmechanismen. Hoe langer het duurt, hoe verder we komen. Het is wel een race tegen de klok omdat we natuurlijk nog geen vaccin hebben. Maar ik ben hoopvol over het verbeteren van de behandeling.’’

menu