Groningse Salome Prins wint spannende schrijfwedstrijd

Dagblad van het Noorden organiseerde samen met Stichting Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen en het Kinderboekenhuis in Winsum een spannende schrijfwedstrijd. De winnaar? Het verhaal van Salome Prins (10) uit Groningen.

Bijna twintig kinderen uit groep 5, 6, 7 en 8 van de basisschool deden mee aan de schrijfwedstrijd. Zij stuurden een verhaal in van maximaal 750 woorden over de onderwerpen oorlog en vriendschap.

Supercool

Een echte vakjury, bestaande uit kinderboekenschrijfster Martine Letterie, journalist en schrijver Frank von Hebel en burgemeester Rinus Michels, boog zich over de inzendingen. Zij kozen unaniem voor het verhaal van de tienjarige Salome. ,,Ik vind het echt supercool’’, zei Salome. ,,Ik was best wel zenuwachtig.’’

Het verhaal van Salome is geïnspireerd op haar overgrootouders Willem en Gerritdina van der Sluis, die in het verzet zaten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een van de onderduikers die bij ‘Opa Willem’ verbleef mocht altijd ‘s avonds schilderen in de werkplaats in het Overijsselse Bergentheim, omdat hij een schildersbedrijf had.

‘Opa Willem’

Deze Joodse meneer heeft de oorlog overleefd. Maar Salome’s overgrootvader niet. Hij is samen met de anderen uit zijn verzetsgroep verraden en op 34-jarige leeftijd doodgeschoten in Varsseveld op 2 maart 1945.

Het echtpaar kreeg in augustus van dit jaar postuum de Israëlische Yad Vashem-onderscheiding. Hun dochter Wilna de Grooth-van Der Sluis nam de onderscheiding in ontvangst en Salome heeft een paar woorden gesproken bij de uitreiking.

Zij gaf eerder al een spreekbeurt op school over ‘Opa Willem’ en nu heeft ze een verhaal gemaakt dat losjes geïnspireerd is op haar overgrootvader. Ze heeft een boekenbon en een gesigneerd boek van Martine Letterie gewonnen.

Het winnende verhaal: Schilderijen die echt gebeuren

Het is 5 april 1942. Anna zit in de klas en verveelt zich een beetje. Ze denkt alvast na over met wie ze zou spelen. Klaartje, Maaike of toch Lisa?

Lisa zit aan de andere kant van de klas. Ze ziet dat Anna niet oplet. Ze vindt Anna een beetje stil en verlegen. Lisa weet niet waarom. Ze kijkt verbaasd als Anna vraagt: wil je misschien spelen? Ja, zegt ze na even nadenken, maar dan wel bij mij. Zullen we voor onze knuffels een mooi huis van blokken bouwen? Om vijf uur moet Anna weer naar huis. Lisa vindt haar toch wel aardig en een beetje mysterieus.

Het is ochtend, Anna stapt uit bed. In een keer hoort ze buiten een keiharde knal en dan nog een en nog een. Ze rent nog in haar pyjama naar de woonkamer. Daar zitten papa en mama voor de radio. Ze lijken ook geschrokken. Haar moeder zegt vlug: Anna, ga je maar aankleden.

’s Avonds laat hoort ze haar vader zachtjes praten beneden in de hal met iemand die ze niet kan zien. Ze hoort haar vader vragen: ja, kunnen we morgen komen? Het antwoord hoort ze niet. Ze rent gauw terug naar haar kamer. Wat is er toch aan de hand? Mama komt even later binnen en zegt: we gaan morgen ergens logeren, maar we weten niet hoelang. Dus doe wat belangrijke spullen in je tas, kleren, je tandenborstel en je teddybeer. Anna houdt wel van logeren, maar dit voelt niet zo leuk.

Anna heeft zoveel vragen. Naar wie zouden ze toe gaan? De volgende ochtend moet ze vroeg wakker worden, om 5 uur al, want ze gaan heel vroeg naar de logeerplaats. Als ze aankomen, ziet ze dat het Lisa’s huis is. Ze gaan naar binnen en daar staat een slaperige Lisa. Hoi Lisa, zegt Anna. Lisa zegt ook hoi, maar kruipt dan weer snel in bed. Anna gaat ook nog even proberen te slapen.

Na een paar weken is het normaal. Anna en haar vader en moeder logeren bij Lisa thuis. De plek van Anna in de klas is leeg. Ze vindt het jammer dat ze niet meer naar school kan. Gelukkig mag ze wel schilderen in de werkplaats van Lisa’s vader. Dat kan ze goed. Ze schildert mooie landschappen en leuke dingen die ze graag wil doen, maar nu niet kan doen, zoals schommelen en fietsen. Anna mag alleen ’s avonds schilderen, als alles buiten donker is. Dat vindt ze wel cool, want dan mag ze opblijven.

Soms mag Lisa kijken hoe Anna schildert. De schilderijen zijn zo mooi, zegt Lisa tegen Anna, jammer dat ze niet echt gebeuren. Op een dag, vroeg in de ochtend, zegt Anna’s moeder: we moeten gaan. Anna zegt: maar mam, morgen is de kunstwedstrijd omdat ons dorp honderd jaar bestaat. Ik wil mijn mooiste schilderij laten zien. Sorry, daar mag je niet heen, zegt haar moeder. Anna zucht, dat weet ik toch ook wel, ik wil Lisa vragen om net te doen of het haar schilderij is. En dan kan ik horen hoe het afloopt. Anna loopt naar Lisa toe en vraagt: wil jij misschien voor mij daarheen gaan? Lisa vindt het hartstikke spannend, maar wil wel. Het schilderij is ook zo mooi. Dan moet Anna weg. Die volgende dag gaat Lisa naar de kunstwedstrijd.

Lisa mist Anna en Anna mist Lisa.

Op de 5de dag van mei was eindelijk de oorlog voorbij. Iedereen was blij en vierde feest, behalve Lisa. Die was verdrietig. Haar ouders zeiden dat Anna misschien nooit meer terug zou komen. Lisa bleef wachten en hopen. Op een dag kwam ze dan toch opeens Anna weer tegen. Anna en haar ouders waren teruggekomen naar het dorp. Toen Lisa en Anna elkaar weer zagen, waren ze superblij! Lisa riep direct: jouw schilderij heeft de wedstrijd gewonnen! En je mag naar het schilderijmuseum, want daar hangt ‘ie nu. Ik ga wel met je mee om te zeggen dat jouw naam op het kaartje eronder moet staan en niet mijn naam. Anna kijkt blij. En, zegt Lisa, je mag ook nog vijf mensen gratis meenemen. Jeej, roept Anna, dan neem ik jou en onze ouders ook mee.

Anna mocht nog veel meer schilderijen maken in de werkplaats van Lisa’s vader. En de meiden gingen lekker schommelen en fietsen. Ze deden alles waardoor de schilderijen echt werden.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.