Groningse achterstandswijken maken zich op voor een inhaalslag: van 'kan niet' en 'lukt nooit' naar 'doen we'

Buurtpastor Jan Waanders werkt met jongeren in de Korrewegwijk, één van de buurten waarin de gemeente en het Rijk 30 miljoen investeren. Foto: Jan Willem van Vliet

Kan een buurt van een dubbeltje in een kwartje veranderen? Absoluut, denken burgemeester en wethouders van Groningen, en ze gaan het de komende twee jaar laten zien. Samen met het rijk investeren ze 30 miljoen euro in de kwetsbare noordelijke stadswijken.

Het was op een avond, zo rond half 8, dat missionair werker Jan Waanders in de gaten kreeg in wat voor buurt hij eigenlijk woonde. Hij was net vanuit het Twentse Rijssen naar de Sumatralaan in Groningen verhuisd. Zijn dochter Ilse, nu volwassen, was nog maar een kleuter. Net zo oud waren de buurkinderen die hij die avond op de stoep trof. Of Ilse buiten kwam spelen, vroegen ze.

,,Ilse slaapt’’, zei Waanders verbouwereerd. ,,Moeten jullie zelf ook niet naar bed?’’

Nee hoor, schokschouderden de buurkinderen. Dat hoefde niet. Ze hadden trouwens ook nog niks gegeten. Voor hij dáár wat van kon zeggen, waren ze alweer vertrokken.

,,Ik kwam uit een keurige twee-onder-één-kap-Vinex-wijk’’, vertelt Waanders, die inmiddels wel om z’n eigen cultuurshock kan lachen. ,,Ik dacht: wat is dít nou voor wereld?’’

30 miljoen euro voor ‘aandachtswijken’ in het noorden van de stad

Op de Korrewegwijk zijn de afgelopen jaren allerhande termen geplakt - kracht, pracht, aandacht. Toch is het hardste woord, ‘achterstandswijk’, misschien wel het eerlijkste. Vergeleken bij de rest van de stad ligt de buurt inderdaad achter: de mensen zijn er minder gezond, minder rijk en minder hoog opgeleid, de huizen zijn aftandser, de straten minder veilig. Maar er staat een inhaalslag van jewelste op stapel.

Groningen sluit met het rijk een Regiodeal, die inhoudt dat de gemeente 15 miljoen euro krijgt en daar zelf nog eens 15 miljoen bij legt. Zo is er de komende twee jaar 30 miljoen euro beschikbaar voor de wijken in het noorden van de stad: Vinkhuizen, Paddepoel, Selwerd, De Hoogte, de Korrewegwijk en de Oosterparkwijk. Buurten die op leefbaarheid en veiligheid laag scoren.

Het rijk moet officieel nog over de definitieve toekenning besluiten, maar wethouder Roeland van der Schaaf (PvdA), die onder meer over wijkvernieuwing gaat, maakte woensdag al op hoofdlijnen bekend wat hij voor Groningen-Noord van plan is.

‘Wijkaanpak is nooit echt klaar’

„We willen af van de tweedeling tussen arm en rijk’’, zegt Van der Schaaf. ,,Ik ben er best trots op dat het rijk daarin met ons wil samenwerken.’’ Niet alleen vanwege de investering, maar ook omdat er nu landelijke ogen op de Groninger aanpak gericht zijn. Die vervolgens, hoopt hij, tot voorbeeld kan strekken voor anderen.

,,De wijkaanpak is sinds 2010 geschrapt van de rijksagenda. Er werd bezuinigd en gedecentraliseerd en men vond dat het wel klaar was’’, vertelt Van der Schaaf. Zo is het werk van voormalig minister Ella Vogelaar in feite langzaam teruggedraaid: in de ‘aandachtswijken’ die sinds 2007 opkrabbelden onder haar aanpak, gaat vanaf 2014 de leefbaarheid en tevredenheid opnieuw achteruit.

,,Ik denk dat een wijkaanpak nooit echt klaar is’’, stelt Van der Schaaf. ,,En ik vind het heel hard nodig dat er weer meer aandacht voor komt.’’

Bewoners en maatschappelijke organisaties werken samen in Wijkacademie

Zijn plan voor de noordelijke stadswijken staat op vier hoofdlijnen. Eén: voor alle bewoners een geschikte baan, opleiding of vrijwilligersfunctie, zodat niemand werkloos en alleen thuiszit. Twee: een veilige, prettige omgeving, met goede woningen voor verschillende doelgroepen en een mooi ingerichte openbare ruimte. Drie: volop ontplooi- en ontwikkelmogelijkheden voor kinderen.

Speerpunt nummer vier is een voorstel om al die verbeteringen te organiseren. De gemeente wil een ‘wijkacademie’ opzetten. ,,Een soort coalitie met bewoners en maatschappelijke organisaties, waarin we samen bekijken hoe we de noordelijke wijken vooruit kunnen helpen’’, schetst Van der Schaaf.

In zo’n coalitie komen mensen als Jan Waanders goed van pas. Zestien jaar geleden voelde hij zich uit de toon vallen, de keurige evangelist met z’n Twentse tongval in de rauwdauwerige Korrewegwijk; nu is hij er niet meer weg te denken. In zijn kerk annex buurtcentrum Het Pand aan de Madoerastraat organiseert hij wekelijkse samenkomsten, huiswerkbegeleiding, sporten, knutselen, spelletjes, maaltijden. Er zijn zo’n zeventig vaste bezoekers van alle leeftijden.

‘Ik stuur m’n kinderen toch niet op kamp met mensen die ik niet ken?’

Zover kwam het bepaald niet vanzelf. Waanders vestigde zich in de wijk als buurtpastor in opdracht van zendingsorganisatie IZB. ,,Ik was volkomen naïef’’, zegt hij achteraf. ,,Ik had wel wat ervaring bij de scouting, kende de jeugdactiviteiten in Rijssen en dacht: die kopieer ik hier gewoon.’’

Maar de buurtkinderen hadden meer interesse in stoken dan leuk meedoen - als ze al kwamen opdagen. Zelfs voor het zomerkamp gaf niemand zich op. Hoe dat kwam, hoorde Waanders via ouders op het schoolplein. ,,Ik stuur m’n kinderen toch niet op kamp met mensen die ik niet ken?’’ werd er onderling gemompeld.

Toen viel er een kwartje. Waanders ging koffiedrinken met z’n buren, stelde niet alleen vragen, maar vertelde ook over zichzelf. Eén van de wantrouwige moeders vroeg hij mee op kamp als begeleider. ,,Zij is nu één van m’n beste vriendinnen’’, glimlacht hij. ,,Je moet heel eerlijk en open zijn en de mensen betrekken bij je plannen, heb ik geleerd.’’

‘Leer de bewoners vissen in plaats van ze vis te geven’

Waanders hoopt dat de gemeente dat ook inziet. Anders vreest hij een vermoeiende herhaling van zetten. In 2007 werd de Korrewegwijk aangewezen als één van de ‘Vogelaarwijken’, waar extra overheidsgeld de maatschappelijke problemen moest oplossen. De oplossingen kwamen doorgaans in de vorm van externe bedrijven, die ook heel snel weer vertrokken.

,,Er waren dagen bij dat er wel drie verschillende consultants een aanpak kwamen presenteren voor multiprobleemgezinnen’’, zucht Waanders. ,,En die wisten dan allemaal niet van elkaar dat ze met dat onderwerp bezig waren. Dat verzin je toch niet? Laat de plannen nou groeien van onderaf. Geef de bewoners zélf de regie en vertrouw ze een beetje. Leer ze vissen, in plaats van ze vis te geven.’’

Dat is in de nieuwe Groninger aanpak precies de bedoeling, verzekert wethouder Isabelle Diks (GroenLinks). ,,’Wijkacademie’ klinkt misschien wat hoogdravend, maar de clou is juist dat wijkbewoners daarin zelf aan de slag gaan. We willen ze helpen elkaar te ondersteunen op een informele manier.’’

Van schulden krimpt alles

Diks is pas een paar maand als wethouder verantwoordelijk voor armoedebestrijding en jeugdhulp, maar nu al diep onder de indruk van wat Groningers allemaal met en voor elkaar verzinnen. ,,Ik zie zoveel prachtige initiatieven waarbij mensen hun buren met van alles helpen.’’

Maar als de bewoners zelf zo veel ideeën hebben, waarom tuigt de overheid dan een aanpak op ter waarde van 30 miljoen euro? ,,We hebben het wel over wijken met veel sociale huur’’, zegt Diks’ collega Van der Schaaf. ,,Er wonen mensen voor wie het een dagtaak is om simpelweg rond te komen. Dan ontbreekt het vaak aan mentale ruimte om daarnaast nog van alles te doen voor je buurt, ook al is de wil er wel.’’

Het venijnige van in de schulden zitten, zegt Diks, is dat alles ervan krimpt: zelfredzaamheid, eigenwaarde, perspectief. ,,Je raakt in een soort stroomversnelling naar beneden. Schulden zijn de kern van heel veel sociale problemen en vaak het begin van armoede.’’

In de gemeente Groningen groeit ongeveer 20 procent van de kinderen in armoede op; in de Korrewegwijk en De Hoogte zo’n 45 procent. Diks is vast van plan dat percentage naar nul te brengen. ,,Het is gewoon niet acceptabel’’, vindt ze. ,,Het móét anders.’’ Het grootste deel van de Regiodealmiddelen - 11,4 miljoen euro - steekt de gemeente daarom in kansen voor kinderen.

‘Ouders heb ik opgegeven, maar kinderen kunnen nog positief leren denken’

,,Als je kinderen zelfvertrouwen geeft, als je ze leert dat er naar hen geluisterd wordt, dan gaan ze opener de toekomst in’’, zegt Jan Waanders. ,,De ouders heb ik eerlijk gezegd opgegeven: die zitten té vast in hun denkbeelden en hun ingeslagen paden. Maar de kinderen kunnen we nog leren positief te denken.’’

Waanders werkt daarvoor samen met de gemeente en andere maatschappelijke organisaties aan ‘Kinderdromen durven doen’. Dat werkt precies zoals het klinkt: Waanders en consorten vragen de kinderen wat zij voor de wijk willen, en zorgen dan dat het gebeurt. Vorig jaar wilden de leerlingen van basisschool De Kleine Wereld graag een moestuin, en dus kwam er een moestuin.

,,Zo’n wijk moet het worden’’, vindt Waanders. ,,Niet ‘lukt nooit’ of ‘kan niet’, maar ‘doen we’. En het mooie is: veel van de kinderen die hier vandaan komen, willen het liefst hier blijven.’’ Dat snapt hij na zestien jaar best. ,,Dit is ook een wijk waar veel veerkracht en solidariteit zit. Je buren komen je zomaar helpen klussen en als je er beroerd uitziet, vragen ze je ronduit wat er is. Heel echt, en eerlijk. Naar de schone schijn van Vinexwijk hoef ik nooit meer terug.’’

menu