Een wietfabriek met vele verschillende kweekruimtes. De bouwtekeningen liggen klaar. Bewerking: DvhN

Groningse 'wietfabriek' wil kweken op megaschaal: 'Kom maar op met die wietproef, wij zijn klaar om te gaan'

Een wietfabriek met vele verschillende kweekruimtes. De bouwtekeningen liggen klaar. Bewerking: DvhN

Decennialang gebeurde het verborgen op zolderkamertjes, in schuren of in kelders: wiet kweken. Met de naderende wietproef moet het anders: Nederland gaat legaal telen voor recreatief gebruik. Een team uit Oost-Groningen dat zichzelf QATI noemt, staat te trappelen: het heeft grootse plannen om een ‘wietfabriek’ te openen. „We hebben alles geregeld.”

De afspraak staat in Stadskanaal. De bekende Oost-Groninger ondernemer Jakob Zwinderman is woordvoerder namens de groep. Hij staat buiten en leidt de weg naar een kantoor boven een kledingwinkel. Daar zitten zes mensen aan een grote vergadertafel. Onder hen ondernemer Gert Jan d’Haan, met een vastgoedportefeuille in Noord-Nederland met daarin woningen, winkels en kantoorpanden.

D’Haan is een van de vier aandeelhouders. Naast hem zit biotechnoloog Linda Dijkshoorn, die als adviseur betrokken is. Verder zitten er ondernemers, investeerders en drie teeltspecialisten. Onder hen iemand die al eerder op grote schaal legaal wiet kweekte. De zes vormen de helft van het team dat zich QATI noemt: Quality Assurance Through Innovation (kwaliteitszekerheid door innovatie).

Einde achterdeurtjes?

Toen eind augustus duidelijk werd dat Groningen bij een van de tien gemeenten zit waar de wietproef gehouden wordt, ging hier de vlag uit. Nu was zeker: Nederland gaat experimenteren met het legaal kweken van wiet. Geen schimmige zaakjes meer, maar legale teelt, in een gecontroleerde omgeving. Met volledige openheid over kweek, transport, verkoop en opslag.

Mogelijk betekent dit het begin van het einde voor het verafschuwde achterdeurbeleid waarbij de verkoop van wiet is toegestaan, maar het kweken ervan niet.

Toen twee jaar geleden bekend werd dat er een proef zou komen in Nederland met de zogeheten ‘gesloten cofffeeshopketen’, begonnen bij QATI de voorbereidingen voor de ‘wietfabriek’. „Noem het maar geen fabriek”, zegt een van de leden. Maar later concludeert het gezelschap: ‘wietfabriek’ dekt de lading eigenlijk wel.

De bouwplannen liggen klaar: een pand van 8500 vierkante meter met daarin verschillende kweekruimtes. Elke kweekruimte krijgt een eigen plantje dat in een veelvoud grootgebracht wordt. Onder dezelfde lampen, met dezelfde voeding, in dezelfde aarde. „Zo kunnen we een homogeen product maken”, zegt biotechnoloog Dijkshoorn.

Ze is bezig met een promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen en is eigenaar van EV Biotech: een bedrijf dat gespecialiseerd is in het genetisch modificeren van micro-organismen. Met die expertise is het mogelijk ervoor te zorgen dat de wietplanten allemaal exact hetzelfde zijn. „Daardoor zijn er geen schommelingen in kwaliteit. We werken in een laboratorium en daardoor is alles steriel en ziektevrij. Dezelfde technieken worden in Nederland gebruikt bij snijbloemen en daardoor zie je altijd dezelfde mooie roosjes. Alleen tot deze proef mocht dit niet met de wietplant.”

Van kwekerijen oprollen naar legale teelt

Juist daar zit het grote verschil met hoe het nu gaat. Telers moeten nu om de zoveel tijd verkassen en werken daarom altijd in andere omstandigheden. Het is bijna onmogelijk altijd exact hetzelfde product te leveren. „Diepte-investeringen doen ze natuurlijk niet. Het is altijd tijdelijk”, zegt vastgoedman d’Haan.

QATI denkt constante kwaliteit te kunnen leveren. „Zo kunnen we precies laten zien wat we maken. Van zaadje tot coffeeshop. En daardoor weet de consument precies wat hij tot zich neemt en is het effect elke keer voorspelbaar. Je wilt toch weten wat je rookt?”, zegt de investeerder die twee jaar geleden het voortouw nam.

Op de geleverde wiet en hasj komt een etiket met daarop onder meer het THC-gehalte: de werkzame psychoactieve stof in wiet. Nu kopen gebruikers alleen op basis van een naam. Wat er precies in de wiet zit, is onduidelijk, omdat testen nu verboden is. Bij de proef wordt getest in een onafhankelijk lab, dat wordt aangewezen door het ministerie. loading

Investering van 14,5 miljoen: 65 banen

De groep denkt met het plan 65 directe en 20 indirecte banen te kunnen creëren. Ze willen vooral mensen uit Oost-Groningen aan een baan helpen. Voor het neerzetten van de fabriek is volgens de groep een investering van 14 miljoen euro nodig. „En daarmee nemen we wel een risico. Want die investering is voor langere termijn dan de duur van de proef. De proef duurt vier jaar en als het daarna niet definitief wordt ingevoerd, hebben we een ‘issue’”, zegt de geldschieter.

Het liefst hadden we dit verhaal geïllustreerd met een teamfoto, maar de groep wil voorlopig anoniem blijven. Het ligt toch nog wat gevoelig allemaal. „Praat je met een financier en je vertelt dat je de wiet in gaat, dan moeten ze toch drie keer slikken”, zegt de bedenker. „Langzaam glijdt het taboe eraf”, voorspelt biotechnoloog Dijkshoorn.

Coffeeshops zien nog niets in het plan

De coffeeshops in Groningen zijn bij de wietproef verplicht te kopen bij een van de tien aangewezen telers. Ze staan bepaald niet te springen om de proef met het zogeheten ‘gesloten coffeeshopcircuit’. Ze voelen zich gebruikt als proefkonijn. „En met proefkonijnen loopt het meestal slecht af”, zei eigenaar Berend Fokke van de Groningse coffeeshop De Vliegende Hollander eerder dit jaar tegen de Groningse gemeenteraad.

Sommigen coffeeshops hebben al tientallen jaren hun eigen telers. Ze zeggen te weten wat ze krijgen. In de nieuwe situatie moeten ze nog maar afwachten wat ze kunnen aanbieden. Krijgen ze genoeg verschillende soorten? En de hasj, de bij klanten zo geliefde hasj, die is in Nederland niet te kweken, vrezen ze. De meeste hasj wordt binnengesmokkeld uit Marokko, een kleiner deel uit Pakistan en Afghanistan.

Nederwiet? Nederhasj!

Het rond de tafel zittende QATI-team weet het zeker. Het denkt al die bezwaren weg te kunnen nemen. Goede hasj alleen uit Afghanistan? Ook hier is het mogelijk, stellen ze: „Met nieuwe methodieken kunnen we hasj maken die niet te onderscheiden is van illegaal geïmporteerde varianten.”

Ook over de veelheid aan soorten hoeven de coffeeshophouders zich volgens QATI geen zorgen te maken. „We kunnen veertig, vijftig, zelfs honderd soorten maken. Juist in deze fabriekssetting is alles mogelijk.” De coffeeshops mogen zelf bepalen wat ze graag willen verkopen. „Ze mogen hun eigen assortiment samenstellen waarmee ze zich kunnen onderscheiden van anderen. We werken op bestelling en de coffeeshops mogen het product eerst proberen. Daar hebben we een testruimte voor.”

Wiet en hasj in beveiligd waardetransport

Een ander bezwaar van de coffeeshophouders: de beveiliging. Nu is de levering van wiet en hasj in nevelen gehuld: niemand weet wie, waar vandaan en wanneer er geleverd wordt. Straks moet alles transparant. De overheid stelt over de beveiliging strenge regels op. Zo moet de levering bij de proef gebeuren zoals dat ook met geld gaat: waardetransport met gepantserde auto’s.

De fabriek moet ook zwaar beveiligd worden en voorzien van sluizen, camera’s en alle onzichtbare vormen van beveiliging. Het pand moet niet onderdoen voor dat van Bedrocan in Veendam: de enige plek in Nederland waar legaal wiet geteeld wordt voor medicinaal gebruik. ‘Wij zijn net zo goed beveiligd als een bank’, zei mede-oprichter Tjalling Erkelens van Bedrocan daarover in de Volkskrant .

Hoe verder? Waarschijnlijk nog voor de jaarwisseling neemt minister Ferd Grapperhaus van Veiligheid en Justitie een besluit. De bewindsman kiest wie de tien legale telers worden. Zij gaan de tien gemeenten, met samen 79 coffeeshops, bevoorraden. QATI ziet de fabriek graag in Oost-Groningen komen, waar werkgelegenheid zo welkom is. Tot het besluit moet het team in de wachtkamer zitten. Bij het afscheid beloven ze hoopvol: „Als het er staat, volgt een rondleiding.”

menu