Heidema vertrekt: antiek wordt schaars op het Zuiderdiep in Groningen

Gerard Heidema voor zijn antiekwinkel aan het Zuiderdiep. Foto Jan Willem van Vliet

Heidema Antiek verlaat het Zuiderdiep in Groningen. Precies veertig jaar nadat Gerard Heidema zijn winkel opende, draait hij de deur op slot. Over de teloorgang van het antiek.

Een staande spiegel met een vergulde lijst staat er nog, een paar kroonluchters sieren het plafond, de coulissetafel heeft een tijdelijke plek achter in de zaak. Heidema Antiek sluit de deuren, de winkel is zo goed als leeg.

25 antiekwinkels aan Zuiderdiep

Gerard Heidema (71) kijkt om zich heen op de plek waar hij veertig jaar geleden binnenstapte. „Ik was elektrotechnicus, maar ik wilde een vrij beroep.” Hij had heel kort een winkeltje met meubels aan de Korreweg in Groningen, maar wist waar hij moest zijn. Het Zuiderdiep.

„Iedereen zat hier. Toen ik in 1978 begon, was ik de 25ste antiekwinkel aan het Zuiderdiep. Ik was de jongste. Nu ik vertrek, zijn er nog drie antiekzaakjes.”

Hij somt op wie er allemaal zaten. „Annie Brinkman voorop, dat was een begrip, een fenomeen. Ze had er zo verschrikkelijk veel verstand van, daar keek iedereen tegenop.”

Mevrouw Medema-Prins noemt hij, de gebroeders Lameris, mevrouw Elburg. „Die had een prachtige etalage met porselein, daar zat ik me aan te vergapen.” Veilingmeester Joop van den Enden noemt hij, bij wie hij en zijn collega’s elke maandagmorgen koffiedronken, de familie Koolma, de Wiersema’s, Jan van Ardenne, de Grijpma’s.

Techniek en schoonheid

Hij kende ze al een beetje toen hij er neerstreek, want als jongen scharrelde hij graag rond op het Zuiderdiep, altijd op zoek naar iets moois, iets ouds, iets wat hij kon repareren. Een klok of een lamp. „De spullen in de antiekwinkels intrigeerden me. De techniek ervan. De schoonheid kwam pas later.”

Hij verhaalt over de gloriejaren en het pionieren. Over het geluk van een vondst. „Ik reed eens in mijn bus door een straat in Brabant. Ik zat wat hoger en keek over een heg. Wat denk je? Een tuin vól kroonluchters. Ik wist niet wat ik zag!” Er bleek een verzamelaar te wonen en uiteindelijk kocht Heidema alles van hem.

Precies die combinatie van mensen en mooie spullen houdt zijn werk aangenaam. „Beroemdheden die optraden in de schouwburg deden allemaal een rondje Zuiderdiep. Zij konden het zich permitteren om een mooi stuk te kopen.” Evengoed zag hij mensen die er niks van snapten. „Ik zie het aan de beweging: ze kijken wel, maar registreren niks.”

De euro en de crisis

De laatste jaren zag hij steeds minder mensen. Vroeger was hij zes dagen per week open en stonden de mensen voor de deur. De laatste tijd was hij nog drie dagen open. „Het is de teloorgang van het antiek. De vraag is weg, de belangstelling is weg. Mensen willen alles frís. Sinds de euro is de handel afgaand, maar de grootste klap is de crisis geweest.”

Hij zegt: „Ik heb het mooiste vak van de wereld. Het voelt nooit als werk.” Vandaar dat hij kroonluchters en klokken blijft restaureren en repareren. Thuis.

’’We gaan gestaag door’’

Landelijk is het aantal antiekzaken in tien jaar tijd met een derde afgenomen. Frank Siebbeler (63) van het Drentse veilinghuis Methusalem zegt dat Marktplaats en inbrengwinkels de handel parten spelen. „Maar we gaan gestaag door.” Michel Veenstra (40) van Klinkhamer Antiek in Groningen zegt: „Een stad als Groningen moet minstens vijftig originele winkeltjes hebben. We versterken elkaar.” Hij wijst naar internet als boosdoener. „Het is ook een beetje een gebrek aan creatieve ondernemers. Bovendien helpen de huurprijzen in de binnenstad niet mee om een zaakje te beginnen.”

menu