Henk en Hilka uit Stadskanaal bouwen een ooievaarsnest op hun erf: 'We maken het bedje helemaal mooi klaar'

Een vrouw schilt een appeltje. Hilka Steenvoorden zit aan een tafeltje in de zon, tussen schuur en boerderij. Op de deel, vlak voor haar, ligt een paal met daarop een ronde schijf. Het ooievaarsnest dat haar man Henk heeft gemaakt.

Ze zei: ,,Kom gewoon langs. We zijn denk ik wel thuis. En anders kijk je maar rond. Kun je met eigen ogen het ooievaarsnest zien. Lijkt me beter voor het verhaal, toch? Telefonisch is ook zo wat.’’

De noordelijke inborst laat zich gelden. Hilka Steenvoorden (62), meisjesnaam Drenth, die met man Henk (59) in 2008 vanuit Noordwijk naar de boerderij in Stadskanaal-Noord verhuisde, groeide op in die buurt, waar achterdeuren ‘los’ staan en mensen zo bij elkaar naar binnen lopen.

Wilgentakken

Het was een tip van Stadskanaalster fotograaf Hans Banus. Het bevriende echtpaar haalde bij hem wilgentakken voor het ooievaarsnest dat ze op hun erf aan het bouwen waren. Zat een verhaal in.

Collega Louis van Kelckhoven, kantoorgenoot op de ‘boerenredactie’ van DVHN, vogelhouder en vraagbaak inzake ‘een stukje gevleugeld gebeuren’, bevestigt dat: ,,Ooievaars zijn gemeengoed in Nederland. Bijzonder is wel als ze een nieuwe plek zoeken. Let op de omgeving als je gaat kijken.’’

‘Volluk’

Hij zegt er niet bij waar precies op te letten, maar Hilka Steenvoorden leidt rond en beantwoord ook de vragen die ik niet stel. Ze blijkt inderdaad thuis, al duurt het even voor ik haar vind, na een halve omgang rond het huis en ettelijke keren ‘ volluk ’.

,,Dat is hem dus’’, knikt ze, na de contactloze begroeting en het laatste vurreltje appel. We blijven op anderhalve meter corona-afstand en op boerenerf gaat dat prima. Een klein paradijs voor wie van ruimte en buitenleven houdt.

Kikkers en muizen

Keuken en veranda bieden uitzicht op een groot erf, met veel gras, borders, een geitenweide, compleet met hok en een vijvertje. Het terrein grenst aan een sloot en tussen beide waters komt het nest te staan. Kikkers en muizen genoeg. Ik vermoed dat Van Kelckhoven onder meer dat bedoelt met ‘let op de omgeving’.

Ze wijst op vier bomen bij de veranda. Het kwartet is gekalabeerd. Het werkwoord is kalaberen, ook wel kandelaberen en staat voor het snoeien van een boom zodat alleen dikke takken overblijven.

Kandelaber

Het gebeurt eens in de zoveel jaar, om te voorkomen dat minder dood hout uit de boom waait en er minder bladafval is. De kruin krijgt na het snoeien de vorm van een kandelaber, een meerarmige kandelaar. Ik lees het de dag erna op een aantal websites.

,,We zagen de ooievaar op 1 april voor het eerst’’, legt de vrouw des huizes uit, ,,hij vloog weer weg, kwam terug en vertrok opnieuw. Mijn neef Bert Klasen, die hovenier is, zei dat hij het terrein aan het verkennen was. Er zit een ooievaarskolonie een paar kilometer verderop, aan de andere kant van het kanaal. Kan best zijn dat het een jong mannetje is.’’

Het vrouwtje komt ook inspecteren

Henk Steenvoorden hoorde een paar dag later geklepper en zag zelfs drie op het dak zitten. Volgens Klasen een bevestiging dat de ooievaar een nest wil maken. Hij heeft een vrouwtje gevonden en die komt ook kijken, inspecteren of de plek oké is.

Hilka is tandartsassistente in Nieuwe Pekela, Henk is vrachtwagenchauffeur en verwoed klusser. Hij kwam op het idee zelf een nest te bouwen. Plaatsing in een van de vier eiken bleek niet haalbaar, te zwaar en te hoog, dus fabriceerde hij een plateau, van hout en staaldraad op een oude paal uit de schuur en creëerde met beton een staalprofiel een fundering tussen vijver en sloot. Het gevaarte wordt met hulp van Klasen dit weekend overeind gezet.

Kantelen

Aan alles is gedacht. Hoogte, diameter. Zelfs dat de paal kan kantelen. Immers, als de ooievaar te veel plastic verzamelt raakt het nest verstopt en kan regenwater niet weg.

,,Klopt, we hadden het op zijn beloop kunnen laten, de ooievaar het zelf laten uitzoeken, maar het schijnt toch dat je een nest moet maken. Met wilgentakken vlechten we een opstaande rand en op de bodem komt mos. We maken het bedje helemaal mooi klaar.’’

Jawel: een ooievaar

Het is ietwat ongeloofwaardig, maar als we op het eind van het gesprek op de veranda zitten klinkt geklepper en jawel: een ooievaar. Hij, vermoedelijk een hij, landt op één van de eiken en kijkt rond. De vogel blikt ook even naar beneden, naar de twee mensen schuin onder hem en opeens klinkt het ‘kltssch’ en een witte klodder belandt op de stam.

,,Ook daarom is het beter dat hij verderop nestelt’’, klinkt het droog, ,,we willen een zithoek onder de bomen.’’

‘Zunde dat hier gain nust is’

Of de ooievaar naar het nieuwe nest gaat is de vraag. Immers, het oog van de vogel valt in eerste instantie op de vier gesnoeide eiken. Hilka: ,,Maar als dit jaar niet, wellicht volgend jaar.’’

De vogels worden ook al door anderen opgemerkt. Fietsers stoppen voor de boerderij als ze een of meer ooievaars in de eiken ontwaren. Hilka hoorde, gezeten op de veranda, een van hen zeggen: ,, Mooi, zo’n ooievoar. Zunde dat hier gain nust is .’’

menu