Noorderbreedte bestaat 40 jaar.

Het clubgevoel van ‘Noorderbreedte’

Noorderbreedte bestaat 40 jaar.

Het tijdschrift Noorderbreedte bestaat veertig jaar en viert zijn robijnen jubileum met een expositie van alle omslagen in Grafisch Museum GRID in Groningen. Directeur Chris Elsinga van Stichting Noorderbreedte: ,,Wie abonnee is van Noorderbreedte, is lid van een club.’’

Dat vierkante tijdschrift, met die gedenkwaardige omslagen, dat zich buigt over de schoonheid van de drie noordelijke provincies, over de ontwikkeling ervan. Iedereen ként Noorderbreedte , maar het aantal abonnees is met 3500 relatief een handjevol. Duizend per provincie pakweg.

,,En de mens natuurlijk, die in dit gebied geniet, boert, woont, leeft, ontwerpt.’’

Neemt niet weg dat het blad dit jaar zijn 40-jarige bestaan viert. En dat het goed gaat, zegt directeur Chris Elsinga (54) van Stichting Noorderbreedte. ,,In het Noorden gebeurt zo veel moois en interessants. We hebben elke keer moeite om met al die verhalen binnen de omslag te blijven.’’ Hij somt voor de vuist weg wat onderwerpen op die een plek vinden in het noordelijke tijdschrift over natuur, milieu, landschap, ruimtelijke ordening, kunst en erfgoed.

,,Verdroging, de kracht van dorpen, de kust, healthy ageing , nieuwe vormen van energie. En de mens natuurlijk, die in dit gebied geniet, boert, woont, leeft, ontwerpt.’’

Niet gemakkelijk uit te leggen
Het is niet eenvoudig om in drie zinnen uit te leggen waar Noorderbreedte voor staat. Elsinga duikt direct het verleden in, om te duiden hoe het tijdschrift is ontstaan. En onherroepelijk valt dan de naam van Jan Abrahamse – grondlegger van het blad en tot 2004 hoofdredacteur – die overleed in 2013. ,,Jan was gek van de variëteit van het landschap in het Noorden. En van het wad, de enige natuurlijke wildernis van het land. In de jaren zeventig begon er grote belangstelling te ontstaan voor natuur en milieu. Natuur- en milieuclubs schoten als paddenstoelen uit de grond en hadden allemaal hun eigen blaadje. Abrahamse bedacht dat ze gezamenlijk een blad moesten maken. Noorderbreedte .’’

,,We kijken graag naar de toekomst en de mogelijkheden in plaats van naar de zwarte scenario’s’’

Dat ging maar even goed, omdat alle clubjes veel meer over zichzelf kwijt wilden dan er ruimte was in Noorderbreedte, met als gevolg dat ze een voor een afhaakten en hun eigen blaadje weer gingen stencilen. Abrahamse liet Noorderbreedte niet zinken, integendeel. ,,Het tijdschrift sloot aan bij de tijdgeest, er waren grote zaken te winnen. Het was de tijd van groeiend milieubesef door milieuschandalen zoals de gifbelt in Lekkerkerk. Daar speelde Noorderbreedte op in met een noordelijke gif-atlas . Noorderbreedte kwam met duiding en achtergrond. Nu staan er nauwelijks nog milieugerelateerde onderwerpen in Noorderbreedte , maar gaan de stukken over huidige actuele zaken, zoals krimp en bodemdaling. We kijken daarbij graag naar de toekomst en de mogelijkheden in plaats van naar de zwarte scenario’s’’, zegt Elsinga.

Bruggen slaan
Hij werkte zelf in 1979 als documentalist bij de Waddenvereniging. Zo leerde hij Noorderbreedte kennen. Hij toont wat oude jaargangen, met overwegend lappen tekst en grijze pagina’s, maar toen ook al was er het afwijkende vierkante formaat, de immer vernieuwende voorbladen. Ook inhoudelijk, zegt Elsinga, was Noorderbreedte afwijkend. ,,Het legde verbanden tussen architectuur, omgeving en esthetiek. Het had een integrale kijk op natuur en landschap en op de ontwikkeling en toekomst van het Noorden. De kern van Noorderbeedte is dat het om de welbewuste ontwikkeling van het Noorden gaat. Opdat het Noorden niet tot stilstand komt.’’

Het tijdschrift verschijnt vijf keer per jaar. Daarnaast krijgen abonnees elk jaar een of meer verrassingsnummers cadeau. ,,Je bent als abonnee van Noorderbreedte lid van een club die staat voor het mooie en bijzondere van het Noorden. Noorderbreedte slaat een brug tussen alle kennis over de ontwikkeling van het Noorden en het algemeen publiek.’’

Te elitair
Commentaar op het tijdschrift is er ook. Het zou slechts de bovenkant van de markt bedienen, lees: te elitair zijn. Ook horen Elsinga en de zijnen geregeld dat artikelen te diepgravend zijn of juist te licht bevonden worden. ,,Het is ook nooit goed’’, zegt hij. Zelf graast hij er graag in. ,,We brengen geen nieuws, maar achtergrondinformatie en duiding. Dat kan evengoed gaan over het nut van verwarmde fietspaden als over landbouw in de stad. Noorderbreedte is heel breed.’’

Abonees over Noorderbreedte

loading
Journalist Ansje Monkhost (75) uit Groningen, heeft tien jaar voor Noorderbreedte geschreven over kunst in het landschap:

,,Ik heb Noorderbreedte altijd graag gelezen. En nog. Maar ik vind dat je kunt merken dat Jan Abrahamse er niet meer is als hoofdredacteur. Het tijdschrift is sindsdien veranderd, het is heel sterk gericht op landschappen en op de inrichting van het buitengebied. Strenge verhalen noem ik dat. Ik vind dat een tijdschrift rustpunten nodig heeft, dat je als lezer even kunt lachen, dat er iets luchtigs tussendoor komt. Die afwisseling is noodzakelijk wil je een brede doelgroep bedienen en bereiken. De krul mist, maar ik lees Noorderbreedte nog wel.’’

Archeologe Janneke Hielkema (46) uit Groningen heeft haar abonnement op Noorderbreedte onlangs opgezegd, omdat het ook op haar werk bij archeologisch adviesbureau Raap te lezen is:

,,Ik lees Noorderbreedte nog steeds, ik vind het een mooi tijdschrift, qua vormgeving ook. En met mooie foto’s. De artikelen lees ik graag, al ligt het ene je beter dan het andere. Ik vond het steeds terugkerende item over personen die teruggingen naar de plek waar ze vandaan kwamen heel leuk. Ook voor archeologen staan er lezenswaardige stukken in, sowieso voor mensen die van landschap- en cultuurhistorie houden. Het is een tijdschrift om te bewaren, alle nummers liggen op zolder. Ik nam Noorderbreedte ook wel mee naar familie, om ze een stuk te laten zien. Of foto’s.’’

Publicist Bertus Boivin (64) uit Assen is al minimaal 25 jaar geabonneerd op Noorderbreedte:

,,Noorderbreedte was een blad dat opiniërend was in het Noorden en dat is helaas een beetje weg. Noorderbreedte stond ergens voor, dat had te maken met hoe je met het Noorden en met het landschap omging. Het had importantie, maar dat gewicht van toentertijd is verdwenen waardoor het ‘onze’ Noorderbreedte niet meer helemaal is. Het is nu meer een modieus, journalistiek product, overigens nog steeds een mooi podium voor schrijvers, kunstenaars en fotografen.’’

menu