Het kan zomaar gebeuren

Het verkeersongeluk in Lauwersoog afgelopen augustus deed menigeen huiveren. De boot naar Schiermonnikoog vertrok wat later die zondag. Zonder Peter, Aminga en Pelle. Dit is het verhaal van Willemien Hoevenaar.

Het sneeuwde een beetje, merkten Willemien en Peter toen ze in het holst van de nacht haar studentenhuis in Groningen verlieten en naar buiten gingen. Ze hadden een fles wijn willen openen, maar de kurkentrekker lag op de kamer van een huisgenoot. De deur zat op slot.

,,Oh, mijn ouders wonen hier vlakbij, kom mee’’, zei Peter. Samen liepen ze naar zijn ouderlijk huis, waar ze zachtjes naar binnen gingen, waar hij zo’n beetje op de tast een kurkentrekker vond.

De volgende ochtend maakten zijn ouders de eerste foto van hen samen. Nou ja, van hun voetafdrukken in de sneeuw. ,,Wie had je bij je?’’, wilden zijn vader en moeder plagerig weten.

Het was kerstavond 2000. Willemien Hoevenaar was 22, ze liep stage bij de crisisafdeling van de GGZ in Groningen waar Peter Luttikhuizen (toen 27) als arts-assistent werkte. Ze spraken elkaar professioneel en ondertussen leerden ze elkaar een beetje kennen. Op kerstavond bleken ze beiden alleen thuis te zijn. ,,Vind je het leuk als ik kom koken?’’, vroeg Peter.

Nu is het opnieuw winter. Het sneeuwt, Sinterklaas is vertrokken, Kerstmis staat voor de deur. Willemien (39) zit thuis in Groningen aan de keukentafel, haar zoon Pelle (8) is naar school. Haar ex-vriend Peter en haar dochter Aminga zijn er niet meer. Ze stierven in augustus toen ze, met Pelle, op weg waren naar Schiermonnikoog. Peter werd 44 en Aminga 9.

Dit is het verhaal van Willemien. Een verhaal over leven en liefde, over familie en vriendschap, over zoeken, vinden, verliezen. Het is geen vrolijk verhaal, maar zwart is het evenmin.

Willemien had er nooit bij stil gestaan dat het ongeluk haar zou treffen. Hun zou treffen. Direct toen het haar werkelijkheid was, schoten haar vier woorden door het hoofd. Deze vier: nu is alles anders. Intussen weet ze dat zij en Pelle een van de velen zijn die hun meest dierbaren missen. Het kan zomaar gebeuren. Daarom vertelt ze haar verhaal. En omdat het ongeluk op die zomerse zondag in Lauwersoog ook onbekenden raakte. ,,Het is op de een of andere manier al een publiek verhaal’’, zegt ze. ,,En dichterbij: Peter en Aminga staan in het geheugen gegrift van zo veel mensen en kinderen.’’

Het had iets beloftevols, die kerstavond van 17 jaar geleden. ,,Ik vond Peter relaxed en aantrekkelijk, snel van geest, grappig, slim’’, zegt Willemien. Ze bleven elkaar zien, ze werden Peter en Willemien. Willemien en Peter.

Met de tijd ontdekte ze dat ze een niet-standaard man aan haar zij had. ,,Hij kon onverwacht uit de hoek komen, me op het verkeerde been zetten. Daar hield ik van. Hij was lief en zorgzaam, avontuurlijk, in voor nieuwe dingen. Hij voelde mensen en situaties aan, analyseerde en doorgrondde ze daardoor snel.’’

Ze voegt eraan toe: ,,Ik ben niet zo goed in relaties.’’ En schiet in de lach.

Willemien groeide op in Brummen. Haar ouders gingen uit elkaar toen ze 9 was. Ze pakt pen en papier. Schetst haar familie, zet lijntjes, haalt door, vult in. Met haar twee broertjes bleef ze bij haar moeder wonen. Haar vader trouwde met een vrouw die net moeder was geworden, samen kregen ze nog een kind om een aantal jaren later ook uit elkaar te gaan. Willemien zag haar vader bij vlagen niet. Haar moeder kreeg een nieuwe man, haar vader een nieuwe vriendin. Willemien wilde weg, wég!

Chaos wil ze het niet noemen, maar het was op z’n minst niet stabiel, niet voorspelbaar. ,,Zo gaan wij het niet doen, zeiden Peter en ik altijd.’’

Zondag 20 augustus 2017. Willemien is aan het klussen in haar nieuwe huis. Ze draagt haar oude verfkleren. De zon staat aan een blauwe hemel, er hangt zomer in de lucht. Willemien is stikjaloers op Peter en de kinderen; ze wil het liefst met ze mee naar Schiermonnikoog.

Ze pakt haar schilderskwasten, ze gaat doen wat ze moet doen. De laatste plinten moeten in de verf, de volgende dag wordt de vloer gelegd.

Ze krijgt een berichtje van Peter. Dat hij en de kinderen toch met de auto naar Lauwersoog gaan in plaats van met de bus. En dat ze niet moet schrikken van de teringbende in zijn huis als ze daar de katten komt voeren.

Ze werkt gestaag door en om half één stuurt ze hem een berichtje. Of hij op de boot zit, wil ze weten. En of de kinderen het goed maken. En ze kwast verder.

Voor ze het weet is er een dik uur verstreken. Ze pakt haar telefoon. Peter heeft niet geantwoord. Niks voor hem, vindt ze. Ze stuurt een bericht aan haar vader die op de camping op Schiermonnikoog is. ,,Ze zijn niet van de boot gekomen’’, antwoordt haar vader.

Op haar vijftiende vatte Willemien het plan op om voor een jaar naar Mexico te vertrekken. Ze wilde er naar school, Spaans leren, een nieuwe wereld ontdekken. Weg zijn. Bezorgde waarschuwingen sloeg ze in de wind, haar moeder ging uiteindelijk akkoord en in dat jaar Latijns-Amerika ontwaakte de zorgeloosheid in Willemien. Gevaar was er vast, maar ze was er niet bang voor, liet zich er niet door weerhouden.

Later, met Peter, werkte het ook zo. Ze ging vrij snel bij hem wonen, later kochten ze samen een huis. Hun dochter werd geboren, Aminga noemden ze haar. Ze meenden dat dat in het Spaans straattaal was voor klein vriendinnetje, maar nergens konden ze dat later terug vinden. Wel dat Aminga een dorpje in Argentinië is.

Anderhalf jaar na Aminga kwam Pelle. Niets stond het geluk in de weg, vertelt Willemien. ,,Het was bijzonder en compleet. We konden al gelukkig zijn als ze lagen te slapen.’’

Ze creëerden een thuis voor de kinderen. ,,We slaagden er in om voor voorspelbaarheid te zorgen, om eigen tradities en gewoontes te maken. Het was zoeken, we hadden geen vaste vormen, maar wel altijd kerst vieren aan zee, elke verjaardag een feestdag, elke dag samen ontbijten, samen ‘s avonds aan tafel. Als gezin vind je een eigen ritme.’’

Ze zijn niet van de boot gekomen. Willemien bedenkt zich niet en gaat zoeken op internet. In een mum van tijd treft ze een nieuwsbericht dat melding maakt van een ernstig auto-ongeluk bij de veerdienst in Lauwersoog. Een vader en twee kinderen zijn overreden waarbij de vader om het leven is gekomen. ,,Alles is door m’n hoofd gegaan. Dat die vader Peter is. Maar ook het omgekeerde. Dat hij de slachtoffers natuurlijk te hulp is geschoten. Dat zijn telefoon in het water is gevallen.’’

Ze belt haar vader. Zegt wat ze heeft gelezen, legt hem voor of ze er goed aan doet de politie te bellen. Ze belt de meldkamer die haar belooft haar zo snel mogelijk terug te bellen.

Ze ijsbeert door haar nieuwe huis. Razendsnel gaan haar gedachten. Scenario’s buitelen over elkaar heen. Ze ziet zichzelf ineens staan in haar schilderskloffie en trekt iets anders aan. Iets netters. Vanuit het raam boven ziet ze een politieauto in de straat rijden. De bel gaat, ze opent de voordeur. ,,Peter is dood’’, zegt ze.

De agenten knikken en vertellen dat Aminga en Pelle in het ziekenhuis zijn en dat een van beiden er ernstig aan toe is. Samen met de agenten gaat Willemien naar het UMCG. ,,Nu is alles anders, mijn leven is niet meer hetzelfde’’, bedenkt ze zich. Ze moet huilen in de politieauto, excuseert zich daarvoor en loopt het ziekenhuis binnen waar ze verneemt dat Aminga op de operatiekamer ligt. Pelle is op de eerste hulp. Willemien hoort hem gesprekjes voeren met de verpleegkundigen. Ze hoort ze grapjes maken met elkaar, hoort hoe Pelle zich tal van ingewikkelde ziekenhuistermen eigen maakt.

Pelle weet nog van niks, zegt een van de verpleegkundigen. Willemien mag het hem vertellen. ,,Het hoeft niet nu’’, hoort Willemien haar er, tot haar opluchting, aan toevoegen.

Ergens onderweg in dat ritme en geluk van het gezin ging het mis tussen Willemien en Peter. Ze zochten samen naar oplossingen, spraken over hun verwachtingen, begonnen opnieuw, overwonnen de malaise. Dachten ze.

Met z’n allen vierden ze in 2016 vakantie in Normandië. ,,Een prachtige zomer’’, herinnert Willemien zich. Ze bezochten de stranden van D-Day, Peter at gekke enge vissen, tot hilariteit van de kinderen verorberde hij slakken, ze voeren met een bootje naar een eiland en toen de zee was drooggevallen gingen ze lopend terug, waarbij ze oesters raapten. Kon het zo maar altijd blijven.

Terug in Groningen vielen ze terug in het ongemak dat ze te boven hoopten te zijn. Ze bedachten opnieuw oplossingen en een daarvan was uit elkaar gaan, zonder de deur dicht te gooien. Wie weet wat het hun zou brengen als ze ieder hun eigen huis hadden. De kinderen reageerden ontdaan, de wereld om hen heen had het evenmin verwacht en naarmate het nieuwe huis van Willemien afgelopen juni dichterbij kwam, realiseerden zij en Peter zich meer en meer dat het hen niet gelukt was. Dat stemde hen triest.

Pelle weet nog van niks. Willemien belt een vriendin, maar krijgt geen gehoor. Ze belt haar moeder, ook tevergeefs. Haar schoonouders zijn er snel. Ze bedenkt dat ze de volgende dag niet kan werken en belt een collega om dat te vertellen. Dan gaat ze terug naar Pelle die haar vraagt of ze al bij papa is geweest. ,,Nee’’, zegt ze. ,,Papa is dood.’’

Pelle doopt de beer die hij van de ambulancebroeders heeft gekregen onmiddellijk Peter. Dan moeten er foto’s gemaakt worden van Pelles elleboog. Behalve een gekneusde arm, schaafwonden en een snee in zijn hoofd heeft hij het er lichamelijk goed vanaf gebracht.

Tussen de bedrijven door wordt Willemien geroepen om te praten over Aminga die op de intensive care ligt met ernstige bloedingen en breuken. Ze is geopereerd, een nieuwe operatie volgt. ,,Houd er rekening mee dat ze kan overlijden op de operatietafel’’, hoort Willemien zeggen, evenals woorden over afscheid nemen. En ze hoort nog iets: dat Aminga een kans heeft! ,,Ik mocht even bij haar kijken.’’

Daarna gaat ze met Pelle en de familieagent naar het mortuarium, waar een kast vol knuffels staat. Pelle kiest de allergrootste beer uit en legt die later bij zijn vader neer.

En verder herinnert Willemien zich dat ze een sigaret rookte, knuffelde met familie en collega’s, belde, appte. Dat ze het ziekenhuis binnen no time kende als haar broekzak.

Ze slaapt er die nacht. De volgende ochtend loopt ze naar het huis van haar schoonouders om te ontbijten en om te praten over de begrafenis van Peter. Voor ze daaraan toe zijn, krijgt Willemien een telefoontje dat de toestand van Aminga kritiek is. Ze rent terug naar het ziekenhuis waar haar dochter weer geopereerd wordt, met alle risico’s van dien. Die middag ademt Aminga onverwacht toch door. ,,Ik heb haar op de operatietafel even kunnen aaien.’’

Ze is thuis – Peters huis – gaan douchen. Pelle is daar, hij speelt met zijn neefje. Familie zorgt, kookt, reddert, is er. Het is mooi weer. Even zit ze erbij en snelt dan terug naar het ziekenhuis waar ze ‘s avonds laat omvalt van de slaap. Midden in de nacht wordt ze gewekt. Aminga haalt het niet en zal spoedig sterven.

Willemien zit aan Aminga’s bed, ze weet zich omringd door familie. Ze mist Peter, ze is tegelijkertijd blij dat dit hem bespaard blijft. ,,We gunden elkaar de wereld.’’ Ze houdt haar dochters hand vast als die kalm wegglijdt.

,,En dan is het ineens stil’’, zegt ze. ,,De wereld staat stil. Gek genoeg is het even net zo als rond de bevalling, dan is je wereld ook zo klein.’’ Ze loopt door de gangen van het ziekenhuis, groet mensen in de lift die naar hun werk gaan. Ze rookt buiten een sigaret en wil dan naar Pelle.

Peter hielp haar met het opknappen van haar nieuwe huis. Tot ze werkelijk verhuisde, woonden ze gevieren in het huis waar Peter zou blijven. Ze beloofden elkaar dat – wat er ook gebeurde – ze de zorg voor de kinderen samen zouden delen. Ze vertrouwden erop dat ze dat goed zouden doen. ,,We hadden nooit strijd over de opvoeding.’’

In de zomervakantie verhuisde ze. Met de kinderen ging ze een paar dagen kamperen in Uffelte, ze sliepen een paar nachten in hun nieuwe huis en toen vertrokken Pelle en Aminga naar Peter. Op donderdag kwam haar vader, die onderweg was naar Schiermonnikoog, bij haar logeren. Peter en de kinderen kwamen ook, ze aten met z’n allen, het was gezellig. De volgende dag ging Peter met Aminga en Pelle naar het Drents Museum, Willemien ging een nachtje met haar vader mee naar de huurtent op de camping van Schiermonnikoog. Ze vond het er heerlijk. Zo heerlijk dat ze Peter een berichtje stuurde dat hij met de kinderen naar Schier moest gaan. Haar vader had plek genoeg in de tent.

Zaterdagavond kwam ze terug in Groningen. Ze ging bij Peter langs om te vertellen hoe fijn het was op het eiland, om de boottijden uit te zoeken, elkaar nog even te zien. Peter vond Schiermonnikoog een goed idee, ook omdat hij geen reactie kreeg van een ander vakantieadres dat hij op het oog had. Terwijl de kinderen sliepen, bracht hij haar thuis.

Hoe het exact is gegaan, de volgende ochtend daar bij de boot in Lauwersoog – Willemien weet het niet precies. Ze is er een paar dagen na het ongeluk gaan kijken. Pelle heeft haar verteld wat hij wist, de afgelopen maanden heeft ze de buschauffeur die ter plekke was gesproken, evenals een aantal getuigen.

Peter en de kinderen hadden de auto geparkeerd aan de overzijde van de provinciale weg. Peter liep met de grote rugzak op, Aminga naast hem met twee rolkoffers en Pelle had wat stripboeken in zijn hand. Aminga vertelde de ene mop na de andere. Het was heel leuk, wist Pelle. Ze liepen over een kleine parkeerplaats vlakbij de boot toen er uit het niets een zwarte auto opdook die hen overreed.

Pelle herinnert zich de klap niet, weet Willemien. Ze weet dat hij met grote ogen heeft zitten kijken naar zijn vader en zijn zusje, dat hij het stil heeft horen worden om zich heen. Mensen zijn toegesneld, een Portugese vrouw heeft Pelle vastgehouden, een man heeft Aminga geaaid, twee vrouwen zijn niet van haar zijde geweken.

,,Bizar, dit ongeluk, op die plek. Direct daarna gebeuren er ter plekke zo veel goeie dingen: iedereen blijft rustig, de buschauffeur neemt de regie, lieve mensen gingen zorgen voor Peter, Aminga en Pelle’’, blikt Willemien terug. Ze denkt terug aan haar tijd in Mexico, aan het gevaar dat daar volgens iedereen zou zijn. ,,Maar zie je wel, je kunt thuis ook zomaar dood zijn, door een stom ongeluk.’’

Ze vlecht het haar van Aminga in, beide oma’s doen haar haar favoriete jurk aan, ze slaapt met Pelle in het grote bed dat ze jaren met Peter deelde. Met familie en vrienden halen ze herinneringen op, kijken foto’s, er gaan flessen rode port doorheen. Ze lachen, ze huilen. Ze bedenken hoe ze afscheid willen nemen van Peter en Aminga.

De manege biedt aan dat Misty en Loeka, de paardjes die het meest betekenden voor Aminga, beschikbaar zijn voor de begrafenis. Een bijzonder mooi gebaar, vindt Willemien.

De begrafenis mag de naam plechtigheid niet dragen, vindt ze. Terugkijkend zegt ze: ,,Het was een uitvaart die Peter en Aminga waardig was, precies zoals het moest zijn, met veel mensen, veel kinderen. Ik ben waar Pelle is, had ik me voorgenomen. Hij scharrelde rond, speelde met andere kinderen, was dan weer bij me. Het was een warm en prachtig afscheid.’’

Nu is het winter opnieuw, het sneeuwt. Willemien breekt een reep chocola in stukken. ,,Chocola helpt’’, zegt ze. En: ,,Het leven is niet alleen maar zwart, dat verbaasde me direct al. In die eerste week na het ongeluk wisselden zwarte humor en diep verdriet elkaar af. Het ging alle kanten op. En nog.’’

Pas geleden reed ze met Pelle door de stad, hij op het zadeltje voorop haar fiets. ,,Weet je’’, begon hij. ,,Als Peter nou niet direct was dood gegaan, dan had hij veel pijn gehad van alle breuken.’’

Ze zou zo’n gesprekje zo graag met Peter willen bespreken. ,,Mijn geluk en frustratie over de kinderen kon ik maar met een iemand echt delen. Direct na de begrafenis lag Pelle zo mooi te slapen dat ik een foto van hem maakte, maar wie kon ik die foto laten zien?’’

Het missen zit overal in, zegt ze. Als de auto naar de garage moet, als ze een gesprekje op school voert over Pelle, als ze een maaltijd bereidt. Peter kijkt mee.

Aan de keukenmuur hangen groene knipsels, het zijn knutselwerkjes van Aminga en ze hangen er goed, vindt Willemien. Ze ziet nog voor zich hoe haar vrolijke, energieke, wijze dochter van de zomer voor het eerst boodschappen deed. Ze kreeg geld mee en een lijstje én ze mocht zelf iets uitkiezen. Apetrots kwam ze thuis met donuts.

Ze zegt: ,,Het zou perfect zijn als ik dit alles, dit hele verhaal kon vertellen aan Peter en Aminga. Maar het is gestopt, de helft van ons is weg. Ik ben soms al bekaf als ik ‘s ochtends Pelle naar school heb gebracht en thuiskom waar Aminga niet is, terwijl ze nog alles kon worden wat ze wilde.’’

Ze voelt zich gezegend met vrienden, familie, buren. Die luisteren, brengen een pannetje soep, zijn er voor haar. ,,Ik word wel een beetje gedragen door liefde en steun, waardoor mijn verdriet draaglijker wordt. Uiteindelijk ben je als mens alleen. In de verbinding krijgt je leven glans.’’

Ze laat een foto zien van Pelle. Ze lacht. ,,Door Pelle is er ook heel veel geluk. Nog steeds.’’

Van de week had ze oppas geregeld toen ze met een vriendin het café in ging. Na anderhalf uur pas dacht ze aan haar mobiele telefoon. De oppas kon bellen. ,,Toen realiseerde ik me dat ik nog steeds geen overbezorgde moeder ben. Pelle en ik gaan samen herinneringen maken, ervaringen opdoen, de wereld zien. Ik wil graag dat hij gelukkig wordt.’’

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.