Marian Beltman belt wekelijks met meer dan tien mensen in Wedde, Vriescheloo en Veelerveen.

Op 't Randje: Marian Beltman was in 2020 in Wedde, Vriescheloo en Veelerveen het luisterend oor van iedereen die dat nodig had

Marian Beltman belt wekelijks met meer dan tien mensen in Wedde, Vriescheloo en Veelerveen. Foto: Huisman Media

Het jaar 2020 ligt achter ons en blijft in onze herinnering als het coronajaar. Desondanks draaide de wereld gewoon door en berichtten wij over gebeurtenissen in Groningen. Op het randje van 2020 naar 2021 is het tijd om achterom en vooruit te kijken.

Wat het belang van een simpel telefoontje kan zijn, weet Marian Beltman als geen ander. Zij belt in deze coronatijd dagelijks met hulpbehoevende mensen.

Ze doet dat in Wedde, Vriescheloo en Veelerveen. Dorpen waarin het zorgproject Wedde Dat ’t Lukt draait, waarbij hulpbehoevende inwoners op allerlei manieren worden geholpen door vrijwilligers.

Dorpsondersteuner

Beltman is de betaalde coördinator van dat project; dorpsondersteuner heet haar functie. Ze werd in maart geconfronteerd met het feit dat vanwege corona de hulp niet meer goed geboden kon worden. ,,We mochten niet meer dicht bij de mensen komen, die kwamen meer in een isolement terecht.’’

Om dat te doorbreken werd een beldienst opgezet, zoals dat ook in een aantal andere dorpen in Groningen gebeurde. ,,We polsten of mensen graag gebeld wilden worden. Meer dan zestig antwoordden bevestigend. Ruim tien vrijwilligers meldden zich aan als beller, ikzelf ook.’’

Ieder van de vrijwilligers kreeg een aantal ‘belklanten’. Beltman kreeg er meer dan tien. ,,Mannen en vrouwen van hogere leeftijd. Sommigen zijn alleenstaand, anderen hebben een partner. In maart ben ik begonnen met hen geregeld te bellen. Niet op vaste tijden, want dan kan het gebeuren dat zij maar zitten te wachten, terwijl er bij mij iets anders tussen is gekomen. Maar wel eens per week. Waarbij sommigen het prettiger vinden om mij te bellen, wanneer zij eraan toe zijn. Dat vind ik ook prima.’’

Minder bellen in de zomer

In de zomer werd de belfrequentie iets minder, maar sinds de coronamaatregelen weer zijn aangescherpt, zit Beltman opnieuw vele uren met de hoorn aan het oor. Normaal gesproken in het buurthuis in Wedde, waar ze haar kantoor heeft. Maar in deze harde lockdown thuis, in Wagenborgen.

Haar beltijden lopen uiteen van 5 minuten tot wel anderhalf uur. ,,Met sommigen praat ik over koetjes en kalfjes, over de dagelijkse beslommeringen. Met anderen gaan de gesprekken veel dieper, zeker als ze persoonlijke problemen hebben. Eenzaamheid is zo’n probleem, dat merk ik geregeld. Eenzaamheid die in deze coronatijd alleen maar groter is geworden en soms heel schrijnend is. Soms zijn de problemen van heel praktische aard en hebben mensen moeite met het invullen van papieren. Dan probeer ik hen zo goed mogelijk te helpen, op afstand.’’

Hechte band

Beltman bouwde in al die maanden van bellen een hechte band op met de mannen en vrouwen aan de andere kant van de lijn. ,,Ik kende de meesten al, maar nu natuurlijk veel beter. Sommigen waren stug in het begin; die gesprekken duren inmiddels veel langer.’’

Wat ook is veranderd, is de ‘toon’ van veel gesprekken. ,,In de eerste golf gingen we naar de zomer toe, waren mensen hoopvoller, vol goede moed. Nu zitten we in de duistere tijd van het jaar, komen de soms moeilijke kerstdagen eraan en is de stemming vaak gedrukter. Ze snakken naar het einde van de crisis, ze zijn er helemaal klaar mee.’’

Beltman is dat zelf ook, maar ze denkt dat ze nog veel telefoongesprekken zal voeren. ,,De crisis zal nog wel even aanhouden, vrees ik. En zolang blijft de beldienst ook bestaan. Ik pleeg die telefoontjes met veel liefde. Ik vind het mooi dat ik zo help om de eenzaamheid op afstand te houden. Maar het kan soms ook heel intens zijn. Een lang gesprek met iemand die het moeilijk heeft, gaat ook in mijn hoofd zitten. Als ik daarom zelf eens even een dipje heb, en wie heeft dat niet, dan laat ik de telefoon maar even liggen en bel ik niemand. Maar lang duurt dat nooit.’’

menu