Suzanne de Jong kreeg een hersenbloeding tijdens haar zwangerschap. Terwijl ze half verlamd in het ziekenhuis lag, groeide de baby in haar buik gewoon verder. Acht jaar later vertelt ze haar verhaal tijdens Het Fitte Brein.

Suzanne en haar dochter Lise leerden bijna tegelijk lopen. ,,Soms zeg ik tegen mijn dochter: ‘Wij zijn samen heel sterk’. We groeiden samen. Maar op een gegeven moment werd zij wel sneller. Ze had meteen door hoe ze van me weg kon rennen en ik er niet achteraan kon.’’

Halverwege haar zwangerschap, op haar 28ste jaar, kreeg Suzanne de Jong een hersenbloeding. Acht jaar later loopt een ogenschijnlijk kerngezonde vrouw, een beetje hinkend, door haar woning in het zuiden van de stad Groningen, waar ze woont met haar man Tjerk en dochter Lise. Ze vertelt haar verhaal om anderen te inspireren. Dat hoe gezond je ook leeft, je toch altijd iets dramatisch kan overkomen. Maar ook dat je er zelf heel wat aan kan doen om er weer bovenop te komen.

Er leek geen vuiltje aan de lucht tijdens haar zwangerschap. Tjerk en zij waren net op vakantie geweest en daarna getrouwd. Ineens kreeg ze aanvallen van een extreem zware hoofdpijn. ,,Ik had wel eens migraine maar dit was anders. Zo plotseling, zo heftig. Ik werd ineens ook heel erg warm en wilde onder de douche. Tjerk hielp me de trap op en ineens voelde ik de hele linkerkant van mijn lichaam wegvallen. Tjerk wist me op bed te leggen en ik braakte daar de hele boel onder. Echt een ravage. Ik wist niet meer wat er gebeurde.’’

Haar man belde meteen 112. ,,De ambulancebroeders waren er voor mijn gevoel in een paar tellen. We woonden nog in een klein straatje bij het UMCG in de buurt. Aan het eind van de straat stond een vrachtwagen net uit te laden. De ambulance kon er niet langs. Toch ben ik nog net op tijd in het ziekenhuis gekomen.’’

Pot vol pieren

Het bleek een hersenbloeding te zijn. Het gevolg van een aangeboren afwijking in haar hersenen. ,,Een soort vatenkluwen in mijn hoofd, zo is het me later beschreven. Een pot vol pieren noemde de chirurg het.’’

De eerste dagen in het ziekenhuis konden de artsen niks. ,,Ik was 22 weken zwanger, ze konden niet alle verdoving gebruiken vanwege de baby. Ik had heel veel pijn, ondanks de pijnstillers.’’

Na twee dagen werd ze geopereerd. Een zware hersenoperatie van zeven, acht uur. ,,Ze moesten mijn schedel lichten.’’ Ze voelt even midden op haar hoofd. ,,Hier is een stuk uit mijn hersenpan gezaagd, maar toen had ik niets door.’’

Later hoorde ze dat het allemaal erg spannend was en dat er wel met Tjerk is gesproken. ,,Uw vrouw gaat voor de baby.’’

Na de operatie was het afwachten hoe ze eruit zou komen. ,,Ik had nog steeds geen enkele functie in mijn lichaam. Lag achterover in bed, ik kon niks. Ik was volledig overgeleverd aan de zorg. Mijn hele lichaam moest weer opnieuw leren bewegen.’’

Alles weer leren

Na een paar weken ging ze van het ziekenhuis naar revalidatiecentrum Beatrixoord in Haren. ,,Ik was best wel afgevallen en kreeg bijvoeding. Langzaam moest ik alles weer leren en oefenen. De zorg was heel warm, herinner ik me, ik kreeg veel steun van familie en vrienden.’’

Langzamerhand leerde ze in bed te zitten. ,,Voorzichtig probeerde ik na een tijdje te staan, aan een statafel. Elke stap was een overwinning. Als Tjerk dan op bezoek kwam en ik kon weer iets extra’s, waren we zó blij!’’

Tegelijk was ze al die tijd ook zwanger. ,,Dat was ook mooi. Het was een zware periode in Beatrixoord. De zwangerschap gaf me in die tijd ook hoop. Maar aan het eind van mijn zwangerschap had ik een pauze nodig. De revalidatie was hard werken. Ik wilde privacy. Ik had heel slechte nachten omdat ik op een zaal met andere patiënten lag. Later kreeg ik wel een aparte kamer. Maar ik wilde ook thuis zijn om daar gewend te zijn, voor de baby kwam.’’

Weer thuis komen was confronterend. ,,Ik kon zo weinig. Kon zelf de trap niet op. Moest uitkijken dat ik niet omviel. En ik werd uiteindelijk weer ziek. Ik kreeg spasme-aanvallen, een soort epilepsie. Ik werd weer opgehaald, naar het ziekenhuis. Daar bleek dat ik zwangerschapsvergiftiging had.’’

Half uur

,,Tot mijn teleurstelling moest de bevalling ingeleid. Ik mocht een half uur persen. Dat zou geen probleem moeten zijn, had de hersenchirurg gezegd die me na mijn hersenbloeding geopereerd had. Ik mócht persen. De gynaecoloog stond klaar om het met een vacuümpomp te doen. Maar uiteindelijk kwam ze toch zelf, zonder die pomp.’’

Lise kwam als gezonde baby ter wereld. ,,Ik kon alleen niets zelf in die periode. De kraamhulp kwam gewoon tien dagen. Daarna moesten we het zelf regelen. Tjerk heeft heel veel gedaan. Een vriendin heeft hulp weten te regelen via de gemeente, huishoudelijke hulp. Maar uiteindelijk hebben we het meeste zelf betaald. We hadden een aantal vaste hulpen, studenten. Die meiden hebben mij echt enorm geholpen met Lise. We hebben nog steeds veel contact.’’

En nu kan ze het meeste weer zelf. ,,Ik ben niet weer de oude. Er is wel veel veranderd.’’ Ze werkte vroeger als manager van een uitzendbureau. Dat gaat nu niet meer. ,,Ik moet soms zoeken naar woorden. Ik ben ook sneller moe, kan gewoon wat minder aan. Vooral veel prikkels zijn lastig. Ik heb moeite met veel drukte om te gaan.’’

Lichamelijk is het ook anders. ,,De aansturing van mijn hersenen naar mijn linkervoet en -been is weg. Daardoor kan ik niet goed lopen. Ik mis ook kracht en souplesse in mijn linkerarm. En mijn gevoel voor evenwicht is aangetast.’’ Bepaalde zintuigen werken juist weer beter. ,,Mijn gehoor en reuk zijn veel sterker geworden.’’

Goede doelen

Ze is zich in gaan zetten voor goede doelen. ,,Via de Edwin van der Sar Foundation, voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Dat kwam op mijn weg net toen ik er wel aan toe was weer iets te ondernemen.’’ Ze maakt zich via de foundation sterk voor de ‘prikkelarme sportschool’. ,,Veel mensen met hersenletsel hebben enorm veel baat bij beweging en sporten, maar kunnen slecht tegen de drukte.’’

Voor Het Fitte Brein is dat ook haar boodschap. Hoe goed het is om zelf weer in beweging te komen, na zoiets te hebben meegemaakt. Zo doet ze thuis nu eigenlijk alles bijna zelf. ,,Ik wil geen traplift, want ik moet mezelf uitdagen om zelf de trap op te lopen. Stofzuigen, schoonmaken, het helpt me allemaal om in beweging te blijven.’’ Ze heeft geen fysiotherapie maar doet zelf allerlei oefeningen. ,,En veel wandelen.’’

Van de gemeente kon ze een scootmobiel krijgen en ze heeft opnieuw haar rijbewijs gehaald. ,,Maar in plaats van de scootmobiel kon ik een bakfiets krijgen. Ik heb nu een heel toffe elektrische bakfiets. Daarmee fiets ik met Lise en vriendinnen overal heen. Dat werkt enorm enthousiasmerend.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen