Foto: Shutterstock

Hoe de Spaanse griep dood en verderf zaaide in Drenthe en Groningen. De stomdronken grafdelvers wisten niet meer wie ze waar begroeven

Foto: Shutterstock

De Spaanse griep was in het Noorden als corona in het kwadraat. Het virus trof vooral jongvolwassenen en talloze kinderen verloren dan ook hun ouders. De ziekte kwam in juli 1918 bij Groningen ons land binnen, maar werd pas in de herfst levensgevaarlijk. Een longread over de verwoestende gevolgen van de Windvlaag des Doods.

Op het hoogtepunt van de uitbraak waren de grafdelvers in Hoogeveen en Hollandscheveld stomdronken. Uit zelfbescherming, wist Albert Metselaar, die onderzoek deed naar de Spaanse griep. Er vielen enorm veel doden, maar uit angst voor besmetting durfde bijna niemand de ongelukkigen te begraven.

Alcohol zuivert, zo werd gezegd. ,,Dus dronk men een paar borrels, haalde lichamen op, dronk weer een paar borrels, etcetera. Met meerdere begrafenissen achter elkaar hadden ze zoveel op, dat ze niet meer wisten wie ze waar hadden begraven.’’

Zo schrijnend was de toestand in de nadagen van 1918. Door een terugblik aan de hand van krantenberichten uit datzelfde jaar wordt duidelijk hoe de Spaanse griep het dagelijks leven in het Noorden ontwrichtte.

Landelijke primeur voor Groningen

,,Alhier is de zoogenaamde Spaansche griep uitgebroken. De toestand is niet ernstig.’’ Groningen had op 10 juli 1918 de landelijke primeur. De ziekte was hier uitgebarsten in het kamp van geïnterneerde militairen. Honderd mannen lagen er met koorts in bed, zo meldden verschillende dagbladen.

Wie geregeld een krant las, wist toen al lang waar het over ging, want de griep beheerste al weken de kolommen met buitenlands nieuws. Het Zwitserse leger meldde diezelfde week bijvoorbeeld al 6800 zieken, in Berlijn ging het zelfs om meer 16.000 mensen. Sommige Engelse fabrieken misten 60 tot 70 procent van hun arbeiders.

Toch leidde het eerste Nederlandse ziektebericht niet tot paniek. Er stierven in de zomer namelijk maar weinig mensen aan de kwaal. In diezelfde week werden ook in andere grensprovincies ziektegevallen gemeld. ,,Te Dalen (Drenthe) zijn drie gevallen van de zoogenaamde Spaansche ziekte geconstateerd’’, schreef De Tijd op 11 juli. En een groep arbeiders bij Losser (Twente) was ook ziek.

Er zouden 50 miljoen mensen sterven

Die eerste berichten van begin juli vormden de start van een lange periode waarin de Spaanse griep het nieuws bepaalde. Nu weten we dat er zo’n 50 miljoen mensen zouden sterven aan de epidemie, maar niemand kon die rampzalige afloop toen al vermoeden.

Achteraf gezien is het ook lastig om vat te krijgen op het ziekteverloop in 1918. De bronnen zijn namelijk diffuus. Zelfs tegenwoordig worstelen historici steken met de ziektegeschiedenis, terwijl medische wetenschappers zich blijven storten op de eigenschappen van het virus en de herkomst ervan. Maar hoe verliep de ziekte in Nederland? En hoe erg was het leed onder de bevolking? 

De bronnen zijn schaars en dat is geen wonder. De aandacht voor de ziekte moest honderd jaar geleden namelijk concurreren met een stortvloed aan ander indrukwekkend nieuws. De griepgolf was namelijk op zijn ergst toen de Eerste Wereldoorlog ten einde liep. Nederland was weliswaar neutraal in de strijd, maar kampte wel met schrikbarende schaarste aan voedsel en brandstof. Overal in het land braken opstanden uit. 

De wankele democratie trilde op haar grondvesten, zeker toen de Friese sociaal-democraat Pieter Jelles Troelstra in november een oproep tot revolutie deed, in navolging van de omwentelingen in Rusland en Duitsland. Troelstra’s ‘vergissing’ liep uit op een mislukking, maar is wel symbolisch voor de onrust en onzekerheid die op dat moment het dagelijkse leven in het hele land bepaalden. Griep was slechts een van de vele zorgen in die tijd.

500 geïnterneerden ziek in Groningen

Terug naar juli, de maand dat Nederland kennismaakte met de griep, die algemeen als ‘Spaans’ werd aangeduid. De ziekte was in Spanje voor het eerst benoemd, vandaar de naam. Maar toen al vermoedden deskundigen een relatie met het front van de Eerste Wereldoorlog. Waarschijnlijk kwam het virus vanuit Amerika met besmette militairen mee naar België. Daar vormde de duizenden verzwakte en vervuilde soldaten aan het front een gevaarlijke verspreidingshaard.

In het Groninger kamp liep het aantal zieke geïnterneerden al snel op richting 500. Rond 16 juli ontstonden er ook grote problemen in Assen. De Provinciale Drentsche Courant (PDC) schreef: ,,Gisteren is hier de zoogenaamde Spaansche griep uitgebroken. Met zekerheid is na te gaan, dat de ziekte overgebracht is door militairen, in Assen in garnizoen, die den Zondag thuis doorbrachten. Reeds zijn zeer veel gezinnen aangetast.’’

Op 25 juli werden al duizend zieken gemeld in het Asser garnizoen. Inmiddels verspreidde het virus zich verder westwaarts. De PDC schreef op 30 juli: ,,In de Friesche gemeente Schoterland breidt deze ziekte zich uit. Evenals tijdens de vroegere influenza-epidemie liggen geheele gezinnen te bed.’’

'In Leeuwarden zijn 400 a 500 ingezetenen aangetast'

,,Vele patiënten klagen over de hevige pijnen in de nierstreek, soms zoo erg, dat ze zich in het bed niet kunnen oprichten. In Leeuwarden zijn 400 a 500 ingezetenen aangetast; in sommige werkplaatsen drievierde van het personeel. De ziekte heeft een goedaardig karakter.’’ 

Toch toonde de ziekte zich soms ook al minder vriendelijk. Op Harskamp bij Ede waren op 9 augustus al zestien mensen overleden, blijkt uit de krantenberichten. Een week later schreef de PDC: ,,Te Maastricht is weder een sergeant aan de gevolgen dezer ziekte overleden. De moeder werd door het doodsbericht van haar zoon zoo getroffen, dat ook zij nog dienzelfden avond overleed.’’

Aan het einde van augustus droogde de berichtenstroom over de Spaanse griep even op. De meeste zieken waren hersteld en gingen weer naar school of aan het werk. Nieuwe besmettingen waren er niet veel meer. De kranten concentreerden zich nu weer op andere problemen: het gebrek aan brandstof, vlees en ander voedsel. Bijna alles was inmiddels op de bon. Het kabinet probeerde het volk te helpen met eenheidsworst en eenheidssigaren.

Door de duikbootoorlog op de Noordzee was overzeese handel bijzonder lastig geworden, terwijl buurland Duitsland vrijwel geheel zonder grondstoffen zat. Hoe moesten honderdduizenden arme Nederlandse gezinnen de komende winter doorkomen? De schaarste van de vorige winter was al vreselijk geweest. Moest Nederland zich nu voorbereiden op hongersnoden?

Gehele gezinnen liggen ziek te bed in Heerenveen

In oktober keerde de Spaanse griep plotseling terug als gespreksonderwerp. Op 14 oktober schreef de PDC: ,,Uit Oldenzaal wordt het uitsterven van huisgezinnen gemeld. Te Heerenveen is de Spaansche griep opnieuw uitgebroken en woedt veel erger dan de vorige keer. Geheele gezinnen liggen ziek te bed en sommige scholen zijn voor de helft ontvolkt.’’

En het werd erger, zo bleek op 21 oktober: ,,Te Wildervank heeft een arbeidersvrouw, moeder van 8 kinderen, van wie evenals zij zelf een viertal aan Spaansche griep te bed lagen, in overspannen toestand zichzelf gewurgd.’’ Een dag later over diezelfde omgeving: ,,De Spaansche ziekte doet zich hier in zoo erge mate voor, dat B. en W. dezer gemeente hebben besloten de openbare school voor eenigen tijd te sluiten.’’

,,Er zijn gezinnen waar 6 a 7 personen bedlegerig zijn. Ook valt reeds 1 sterfgeval te betreuren. In Veendam is de sluiting der openbare lagere scholen wederom met een week verlengd. Verschillende jonge menschen zijn reeds aan de ziekte overleden.’’

Daarna stapelden de aangrijpende verhalen zich op. ,,In Enschede schijnt de toestand zeer ernstig te zijn. Het aantal sterfgevallen is groot. In den loop van October zijn reeds 100 sterfgevallen aangegeven, terwijl dit getal gemiddeld per maand 40 is.’’ Die zestig extra doden moesten haast wel van de griep zijn, suggereerde de verslaggever.

Gemeenten begonnen op grote schaal in te grijpen. Coevorden sloot bijvoorbeeld alle scholen, zo werd op 23 oktober bekend. En de kermis van Steenwijk ging niet door, ook al waren de kramen al aangevoerd. Groningen sloot verschillende scholen. Muntendam gooide de openbare lagere school dicht voor veertien dagen.

Drie meisjes in boerengezin Veendam gestorven

De berichten werden steeds akeliger. Op 26 oktober meldde de PDC over Veendam: ,,Donderdagmorgen zijn van den landbouwer E. Burema drie meisjes beneden den leeftijd van 8 jaar gestorven. Ook het kindje van den kleermaker N. Spelbrink is aan de ziekte overleden.’’ 

En over Delfzijl werd op 28 oktober geschreven: ,,De Spaansche griep breidt zich in deze gemeente op onrustbarende wijze uit. In tal van gezinnen zijn een of meer zieken. Sterfgevallen komen dagelijks voor. Een 10-tal lijken staan thans boven de aarde. De geneesheren hebben handen vol werk.’’

Diezelfde dag werden er twee sterfgevallen in Gasselte gemeld ,,En ook in het overige deel van de gemeente zijn enkelen bezweken.’’ Over Emmen op 30 oktober: ,,De Spaansche griep heerscht hier in zeer erge mate. Geheele huisgezinnen liggen ziek. De dokters komen handen te kort. Het percentage van de leerlingen der lagere scholen is ook tot een zeer laag cijfer gedaald. Het personeel bij de post is voor het grootste deel absent. De conducteurs van de tram liggen bijna allen ziek.’’

Over Coevorden vervolgde de PDC die dertigste oktober: ,,Vandaag werden ten gemeentehuize 6 aangiften van overlijden gedaan. Een paar kinderen en een drietal jonge mannen tusschen 20 en 30 jaar zijn aan de ziekte bezweken. In Koekange is een ruim twintigjarige jongeling aan de Spaansche griep overleden.

Tien doden op een dag, achthonderd zieken in Joure

In Friesland ging het er ook hevig aan toe. Leeuwarden liet de ene na de andere school sluiten. Over Joure werd op 1 november geschreven: ,,Ook hier ter plaatse heerscht de Spaansche griep verschrikkelijk. Er zijn plusminus 800 lijders. Gisteren telde de Vlecke Joure alleen 10 dooden. De christelijke school is gesloten en in beide openbare scholen ontbreken vele leerlingen. Ook in het naburige Oosterhaule lijden zeer velen aan de gevreesde ziekte. De helft der inwoners ligt ziek en de school is gesloten.’’

In Schoterland (Heerenveen) hoorden ouders die week het vreselijke bericht dat hun zoon al veertien dagen geleden begraven was. Hij werkte bij Krupps in het Duitse Essen en was daar aan de griep gestorven.

In Zuidlaren hield het virus ook vreselijk huis. ,,Bijna huis aan huis leden er eenigen aan die ziekte, die nu hier en daar een slachtoffer maakte. Verscheidene personen tussen 20 en 40 jaar zijn aan deze ziekte reeds bezweken, wat aanleiding geweest is om het luiden der torenklok - wat hier nog bij elk sterfgeval en tijdens elke begrafenis geschiedde - te verbieden.’’

'Bijna iederen dag hoort men van een sterfgeval'

Op 5 november heerste de ziekte in Zweeloo ontzettend: ,,Geheele huisgezinnen zijn er door aangetast.’’ Een dag later volgde een bericht over Wagenborgen, waar een psychiatrische inrichting stond: ,,In de Huizen van Barmhartigheid eischt de griep vele slachtoffers: bijna iederen dag hoort men van een sterfgeval.’’

In het nabijgelegen Beerta werden twee scholen gesloten: ,,In het gezin van den veehandelaar J. Nieweg zijn reeds drie personen overleden. In de gemeente Vlagtwedde overleden van een gezin drie zoons en een kleinkind.’’ Overal in Oost-Groningen werden de scholen geleidelijk gesloten.

Vanuit Leeuwarden kwam op 5 november nog het bericht dat er veel griep was, maar meestal niet met een ,,kwaadaardig karakter’’. In Sneek bleek de ziekte echter wel hevig om zich heen te slaan. In Oldelamer werd een school gesloten voor 10 dagen.

Op 7 november berichtte het PDC over een Friese onderwijzer die in Drenthe aan de griep was gestorven: ,,Maandag werd het stoffelijk omhulsel van den heer J. Reitsma, in leven onderwijzer te Gieten, naar den trein gebracht om in de woonplaats zijner ouders te Dokkum te aarde te worden besteld.’’

,,In de wachtkamer van het station spraken burgemeester en wethouders en de heer Willering als hoofd der school enkele woorden van troost tot de ouders. De heer Reitsma, die als slachtoffer der griep op slechts 24-jarigen leeftijd viel, had zich gedurende den korten tijd, dat hij te Gieten werkzaam was, bij allen die hem in aanraking kwamen, zeer bemind weten te maken.’’

Bijna alle redacteuren met griep thuis

Verderop, in Dalen werden nu ook doden gemeld en de PDC schreef: ,,De griep blijft hier heerschen. Er is nog weinig van teruggang der ziekte te bespeuren. In verschillende bedrijven bestaat de kans op ernstige stagnatie door ziekte van het personeel. Op onze drukkerij beginnen we dit al te merken. En het redactiepersoneel ligt op één na rustig onder de wol. Moge die ééne gespaard blijven tot heil van de lezers van dit blad.’’

loading  

Het Nieuwsblad van het Noorden had nu een hele pagina met doodsadvertenties. Emmen gooide al zijn 31 scholen dicht tot 18 november. Uit Friesland kwamen soortgelijke meldingen. ,,Tegengevolge van bijna geheel ontvolkte klassen, veroorzaakt door de Spaansche griep, is de openbare school hier gesloten’’, schreef de LC over Wommels. Heerenveen sloot de mulo en de bibliotheek. 

Uit Assen kwam de melding dat er een paar militairen waren overleden. In Steenwijk waren inmiddels duizend zieken, meldde de PDC op acht november: ,,Twee van onze drie geneesheeren zijn aangetast, zoodat van elders medische hulp moet ontboden worden. Wel komen er veel ernstige gevallen voor; doch tot heden eischte de ziekte nog weinig offers.’’

In Klazienaveen was het ernstiger: ,,De Spaansche griep is voor deze veenstreken een zware bezoeking geworden: bijna huis-aan-huis liggen talrijke zieken en sterven verschillende personen, meest in den kracht van het leven. De bevolking noemt deze ziekte dan ook een pestziekte, welke waarschijnlijk ook in de hand gewerkt wordt door de slechte huisvesting van menig arbeider.’’

In Smilde kwamen abonnees van het Drentse dagblad zelf hun krantje halen, want veel krantenbezorgers waren er te ziek voor. ,,Ook in Koekange waren velen getroffen, maar er werden weinig nieuwe sterfgevallen gemeld.

In Zuidlaren al 34 doden geteld

In Zuidlaren lag dat anders, bleek op 13 november: ,,De Spaansche griep heeft alhier een kwaadaardig karakter. Gedurende de eerste 11 dagen van deze maand werden alhier 34 sterfgevallen aangegeven en dat op eene bevolking van nog geen 4000 zielen. Dennenoord (krankzinningenhuis) is onder dit aantal begrepen.’’ Vanuit Borger werden twee doden gemeld. Een dag later over Steenwijk: ,,Sedert jongstleden Vrijdag zijn overleden aan de gevreesde ziekte tusschen de 15 en 20 personen en nog liggen er velen bedenkelijk ziek.’’

Die dertiende november overleed de Friese opperrabijn Shmuel Azarja Rudelsheim aan de griep. Hij had zich lang ingezet voor de Joodse zwakzinnigenzorg en na zijn dood werd naar hem een stichting vernoemd die voor hetzelfde doel ijverde. In noordwestelijk Friesland werd de ziekte ook ernstiger. Alleen al in het kleine Oosterbierum waren 150 patiënten, ,,meest kinderen’’, meldde de LC. Er waren in die gemeente (Barradeel) al twee sterfgevallen.

Op 16 november werd uit Finsterwolde gemeld dat er ,,in een korte week 24 personen’’ waren overleden. ,,Het dorp heeft slechts 3.000 inwoners. Op ‘t oogenblik neemt de ziekte af.’’ Elders in Oost-Groningen was het ook niet best: ,,In 5 dagen overleden te Oude Pekela 25 personen.’’

Op negentien november werd uit Harlingen een stijging van het aantal sterfgevallen gemeld. Hetzelfde gold voor de omgeving van Beetsterzwaag: ,,In een week tijd zijn reeds 30 personen in deze gemeente overleden.’’

Meer dan 243 doden in Emmen

Kranten probeerden nu dodencijfers te vergelijken met andere jaren om cijfermatig grip te krijgen op het verloop. De PDC schreef op 20 november: ,,We ontvingen de mededeeling dat in de gemeente Emmen van 1 tot en met 18 November zijn overleden 243 personen.’’

,,In hetzelfde tijdvak 1917 overleden er 21. Zoo geweldig heeft de griep Emmen geteisterd. Met inbegrip der plaatselijke artsen zijn er nu 14 geneesheeren werkzaam benevens eenige verpleegsters. Voegen we hier nog aan toe, dat Emmen plusminus 36.000 inwoners heeft.’’

De kranten vertelden weinig over de sfeer en de persoonlijke drama’s die zich overal afspeelden. Dat het er heftig aan toe ging, was echter zeer duidelijk. Zo schreef de PDC op 26 november dat Rolde het ,,luiden der klokken bij begrafenissen’’ verbood. De reden was eenvoudig: er gingen zoveel mensen dood dat dorpsbewoners het onophoudelijke macabere gebeier niet meer konden verdragen.

Diezelfde dag berichtte de krant over twee nieuwe doden in Roswinkel. ,,In Roswinkelerveen is al 4 procent van de bevolking aan de ziekte overleden.’’ Ook in Borger was het vreselijk: ,,De Spaansche griep heerscht in deze gemeente nog in erge mate. In de afgeloopen week kwamen nog 27 sterfgevallen voor, terwijl het cijfer voor deze maand tot 72 steeg. De scholen zijn nog tot 2 december gesloten.’’

Het leed was groot in Drenthe: ,,Een treurig ongeval speelde zich gistermorgen af te Zwiggelte ten huize van weduwe Zwaan. Zij overleed des morgens aan de griep. Haar 39-jarige zoon trok zich dit zoo aan, dat hij zich eenige uren daarna door ophanging van het leven beroofde.’’

99 doden in een maand in Borger

In Borger was de situatie al net zo onrustbarend: ,,Het aantal sterfgevallen bedroeg gedurende de maand November in deze gemeente 99.’’ En in Emmen overleden van 1 november tot 2 december 404 inwoners. Daar moest de griep wel achter zitten, want een jaar daarvoor was het sterftecijfer in die periode slechts 33. In Westerbork stierven in november 35 mensen. In Exloo gingen die maand evenveel mensen dood als anders in een heel jaar.

Vanaf december begonnen de ziekte en de sterfte af te nemen. Hier en daar gingen scholen weer open, maar het bleef nog even kwakkelen. De Sint-Anthonyschool in Leeuwarden sloot wederom de deuren, want 120 van de 400 leerlingen ontbraken wegens griep.

Op 16 december gooide Menaam de openbare school weer open, nadat die vijf weken gesloten was geweest. Zo ging het half december in vrijwel alle dorpen in de noordelijke provincies. Hoewel: nog op 23 december werd gemeld: ,,Bij Ter Apel is een schippersgezin van twaalf personen door de Spaansche griep uitgestorven.’’

'Honderden jonge levens zijn weggemaaid'

Gasselte ging op zoek naar een nieuwe juf voor de openbare school, want de vorige was aan de griep bezweken. Op 4 januari 1919 schreef de PDC: ,,In Groningen treffen ons de ontzettende verwoestingen die de Spaansche griep in de laatste maanden van’t jaar onder de bevolking heeft aangericht. Honderden jonge levens zijn weggemaaid. Hier, gelijk elders stonden de esculapen machteloos tegenover den geesel.’’

Ook in 1919 flakkerde de ziekte zo nu en dan weer op, maar van een epidemie kon in Nederland inmiddels niet meer gesproken worden. Uiteindelijk viel in de kranten alleen nog over griep te lezen in de rubriek buitenland, die nog maanden gevuld bleef met ontstellende verhalen. In Kaapstad waren de meeste grafdelvers overleden en de begraafplaatsen vrijwel gevuld. Families vochten met elkaar om de laatste lege plekken. Daar begroeven ze hun nabestaanden zelf.

In Nederlands-Indië was de situatie ronduit gruwelijk. Honderdduizenden mensen stierven er aan de griep. Sommige tellingen komen uit op in totaal 1,5 miljoen doden in deze grootste Nederlandse kolonie. Vergeleken met Nederland zelf (bijna 50.000 doden) ging het daar dus om een veel ergere ramp.

*Dit artikel verscheen in 2018, 100 jaar na de verwoestende gevolgen van de Spaanse griep, in aangepaste vorm in deze krant.

menu