Vijftig jaar geleden moest de Lauwerszee plaatsmaken voor het Lauwersmeer. Ondanks de komst van toeristen, boeren en militairen groeide het nieuwe meer uit tot een van de mooiste natuurgebieden in ons land.

E en schitterend getijdenlandschap van 9100 hectare in het waddengebied afsluiten met een dijk? „Dat zouden we nu nooit meer doen. Zo’n inpoldering is tegenwoordig ondenkbaar. De afsluiting van de Lauwerszee was natuurlijk een ecologische ramp. Het heeft een tijdlang flink gestonken door alle dode schelpen en wadpieren. Maar daarvoor is wel iets heel moois in de plaats gekomen.”

Jaap Kloosterhuis, boswachter van Staatsbosbeheer in het Nationaal Park Lauwersmeer, weet waar hij het over heeft. Van heinde en verre reizen natuurliefhebbers en rustzoekers naar het gebied, dat sinds enkele jaren ook het predicaat Dark Sky Park voert, aangezien hinderlijk licht ’s nachts vrijwel afwezig is. Ze komen voor de zeearend en de rietorchis. Maar vooral ook voor water, strand, rust en een visje in de haven.

Recreatie was niet het belangrijkste doel dat de inpolderaars meer dan een halve eeuw geleden voor ogen hadden. Het ging ze vooral om de veiligheid, een betere afwatering van Friesland, Groningen en de kop van Drenthe en de vergroting van het landbouwareaal. Bovendien was Defensie in het Noorden naarstig op zoek naar een groot oefenterrein.

Op de grens van Groningen en Friesland

Al in de zeventiende eeuw werd nagedacht over het afsluiten van de binnenzee op de grens van Friesland en Groningen die was genoemd naar de Lauwers, het riviertje dat beide provincies scheidt. De dijk kwam er niet. Ook niet toen waterstaatsingenieur Van Diggelen in 1849 een nieuw plan lanceerde. Hij wilde niet alleen de Lauwerszee, maar ook de Zuiderzee en een groot deel van het waddengebied droogleggen.

In de jaren dertig van de vorige eeuw kwam er een commissie die inpoldering van de duizend jaar oude zeetong moest onderzoeken. In 1934 presenteerde ingenieur Verhoeven een plan. Het was de tijd van de werkverschaffing. Verhoeven, die in Noord-Duitsland landaanwinningsprojecten van de Duitse overheid had bezocht, stelde een dijk voor van Ezumazijl naar Zoutkamp. De reacties waren lauw, het plan belandde in de la.

Na de watersnoodramp in Zeeland in 1953 en de Kerstvloed van 1954 veranderde het speelveld. Velen in Friesland en Groningen begrepen dat er iets moest gebeuren. De dijken langs de Lauwerszee waren in slechte conditie. Door een nieuwe dijk aan te leggen van 13 kilometer kon ruim 32 kilometer aan gebrekkige zeekering ongemoeid blijven en veranderen in een slaperdijk.

Bovendien was de economische toestand in Noordoost-Friesland niet florissant. Het inpolderingsproject moest zorgen voor nieuwe welvaart. Toen Den Haag draalde, vooral uit huiver voor de kosten van het megaproject, werden in Friesland 135.000 handtekeningen van voorstanders verzameld. Duizenden Friezen kwamen af op een protestbijeenkomst in Leeuwarden.

loading

loading  

Tegenstand vooral uit Zoutkamp

Tegenstand kwam er vooral uit Zoutkamp. De vissers aan de Groningse kant haalden hun garnalen uit de Lauwerszee en waren bang brodeloos te worden. „De afsluiting van de Lauwerszee is lapwerk, het is beter de bestaande dijk te verbeteren”, schreven ze in een brandbrief aan de Tweede Kamer. Ze waarschuwden dat de Lauwerszee na afsluiting in een troosteloze modderpoel zou veranderen.

Vergeefs, want op 10 juni 1960 besloot het kabinet De Quay om de Lauwerszee af te sluiten door het leggen van een afsluitende dijk. Na grondige voorbereidingen werd een jaar later begonnen met de operatie, waarvoor de regering zo’n 100 miljoen gulden uittrok. De rekening zou tien jaar later oplopen tot bijna 170 miljoen gulden.

Er kwam een werkhaven bij Oostmahorn aan de westzijde, voor baggerschepen, werkzaamheden, bevoorrading en als veerhaven voor het nog aan te leggen werkeiland Lauwersoog. Dat kwam op een zandplaat ten oosten van de vaargeul naar Oostmahorn. Het eiland was nodig om de afwateringssluizen, de schutsluis en de caissons voor de dijk te bouwen. Er verrezen ook onderkomens voor 150 arbeiders.

De caissons (kosten: 800.000 gulden per stuk) waren bedoeld om het laatste open deel in de dijk te dichten. Daarvoor werden 25 exemplaren gebouwd, enorme gevaarten van 33 meter lang, 15 meter breed,12 meter hoog en een gewicht van 1845 ton. In de caissons zaten zes sluizen die met een stalen klep konden worden afgesloten. Om ze op hun plek te krijgen, werd een speciaal aangelegde dijk doorgestoken, waarna ze gingen drijven.

Stank hangt over het gebied

Op donderdag 23 mei 1969 even na 8 uur ’s ochtends lieten werklui onder toeziend oog van koningin Juliana de laatste twee caissons afzinken. De koningin vertrok daarna naar Zoutkamp, waar de vlag halfstok hing. Boze dorpelingen keerden haar massaal de rug toe.

Twee dagen later werden alle 150 kleppen tegelijk gesloten. De Lauwerszee hield op te bestaan. Binnen een week vielen de eerste delen van het kersverse Lauwersmeer droog. Geruime tijd hing er een penetrante stank over het gebied, door alle afstervende organismen.

In de Noord-Groninger Westpolder werd de inpoldering door boeren enthousiast ontvangen, zegt Jacobien Louwes, die vanaf haar vijfdde opgroeide in die polder. Hoewel de zee dichtbij was, kan ze zich niet herinneren dat de bewoners bang waren. „Er schiet me maar één gelegenheid te binnen dat het water tot de kruin van de dijk stond. Toch voelde je je veilig. Je had vertrouwen in de dijk.”

„We woonden destijds heerlijk, achter de zeedijk. We gingen struinen bij de zee, speelden op de kwelder. Lekker met je voeten in het slik. We hebben het hele proces van de inpoldering meegemaakt. Tijdens de aanleg van de dijk gingen we soms met een bootje naar het werkeiland bij Lauwersoog. Je zag de dijk naar je toe komen. Het was ook heel spannend waar hij precies aan land zou komen, vooral voor de boeren. Wie ten noorden van de dijk zat, kreeg geen extra land.”

Die pioniersfase was geweldig. Er was een enorme onderlinge verbondenheid

Haar grootvader, het voormalige liberale Kamerlid Herman Derk Louwes, zei ver voor de oorlog al dat de Lauwerszee moest worden ingepolderd. „Veel boeren hadden landhonger , ze wilden nieuw land. Maar vergeet niet dat de dijk rond de Lauwerszee niet best was. Het ging hem in eerste instantie om de veiligheid.”

Na de afsluiting kreeg haar vader er extra land bij. Eerst verbouwde hij er koolzaad en later graan en bieten. „Hij moest zelf de grond draineren en ontginnen. Het Rijk haalde alleen de palen van de rijsdammen weg. Na een aantal jaren moest hij trouwens een deel teruggeven. Alleen de eerste 500 meter vanaf de dijk gerekend was voor de boeren, dat viel onder het recht van aanwas.”

Enorme onderlinge verbondenheid

Louwes bewaart goede herinneringen aan de eerste jaren na de inpoldering. „Die pioniersfase was geweldig. Er was een enorme onderlinge verbondenheid.”

Ze denkt dat de komst van het Lauwersmeer goed is geweest voor de streek. „We horen er nu veel meer bij. Dit gebied is echt opengelegd. De zee is verder weg, maar nog steeds aanwezig. Je ruikt hem, ziet de zeedampen en soms hoor je hier zelfs de branding bij Schiermonnikoog.”

In Zoutkamp duurde het lang voor de wonden waren geheeld, zegt Daan Oostindien van Dorpsbelangen, zoon van een visser. „De mensen verdienden hun brood op zee. Wanneer je die weghaalt, verdwijnt alles. En er was geen enkele nazorg. Wel waren er veel beloften aan het dorp, er zou bijvoorbeeld een tropisch zwembad komen, maar daarvan kwam niets terecht. Mijn vader moest ineens naar Lauwersoog. Hij had niet eens een rijbewijs.”

Het heeft, zegt de Zoutkamper, zeker dertig jaar geduurd voor het dorp weer ‘een doel vond om voor te gaan’. „De heimwee naar de zee is er nog steeds. Voor veel mensen is 23 mei een dag van rouw. We laten het achter ons, maar we vergeten het niet.”

De lieve heer van het gebied

Voo r landschapsarchitect Wijbe de Vries (72) uit Tytsjerk begon de klus pas echt na de afsluiting van de dijk. De in Morra nabij de Lauwerszee geboren De Vries werd door een voormalig boswachter van Staatsbosbeheer omschreven als de lieve heer van het Lauwersmeergebied: elk bosje, elk wandelgebied komt van zijn tekentafel . Hij was tot 1992 betrokken bij het Lauwersmeer.

„Ik wilde zoveel mogelijk van het oorspronkelijke gebied behouden, de openheid, de kreken en waterlopen. De natuur moest een stempel op het Lauwersmeer blijven drukken. Ik had dus iets anders voor ogen dan de Flevopolder met al die strakke lijnen.”

Hij werd geconfronteerd met een enorme zilte vlakte waar de wind vrij spel had. Na een jaar was het oppervlaktewater zoet. Dat gold niet voor veel geulen. Zelfs nu, na een halve eeuw, zijn er nog diepe delen in het meer waar het water brak is. Na verloop van tijd werd voorzichtig begonnen met het aanplanten van de eerste bomen. Op twee plekken vrij snel na de afsluiting. Vanaf 1971 kwamen de eerste grazers.

„Het was één grote zandbak. Om bomen te planten, moest je eerst de platen breken. De grond was dichtgemetseld door duizend jaar eb en vloed. Na het openbreken ging je draineren om het zout kwijt te raken. Er was destijds overigens nog geen goed beeld van wat er precies zou komen.”

Voortdurend verrassingen

In de beginperiode waren er voortdurend verrassingen. „Er was op een gegeven moment een enorme insectenplaag. Later kregen we een explosie van konijnen. Iemand had ergens een konijn losgelaten. Als een systeem niet in evenwicht is, kun je dit soort dingen verwachten.”

„We hadden veel last van de waterwolf: door afslag en erosie verdwenen grote delen van de platen. In tien jaar wel 100 hectare. We moesten kilometers oeverbescherming plaatsen.”

De Vries constateert dat het milieu aanvankelijk nauwelijks een rol speelde. „In de beginjaren was er weinig weerstand vanuit milieugroepen. Mensen durfden ook geen rumoer te maken, de veiligheid was immers in het geding.”

Later zou dat anders worden, vooral toen de plannen voor oefenterreinen concreter werden. Tegen het geplande legerterrein in de Kollumerwaard was veel weerstand. Uiteindelijk ging er een streep door. De 1625 hectare grote Marnewaard kwam er wel, met horten en stoten. „De militairen wisten niet goed om te gaan met de steeds veranderende inzichten in het gebruik van het terrein. Iedere generaal die kwam had een ander verhaal.”

De samenwerking tussen Friezen en Groningers verliep goed. „Het leed werd verdeeld, ieder kreeg een stukje van de recreatiekoek. Vergeet niet dat behalve Zoutkamp ook Oostmahorn een flinke klap kreeg. Dat dorp had ook te maken met een teruggang, de fut was eruit.”

De Fries kijkt tevreden terug op de ruim twintig jaar dat hij bij het Lauwersmeer was betrokken. „Het is een mooi landschap geworden. Het gebied is open gebleven, er zit nog echt diepte in.”

loading  

Binnenrijden vanuit het westen

Wie het Lauwersmeer in optima forma wil aanschouwen, moet volgens de ontwerper het gebied binnenrijden vanuit het westen. „Wie bij de Hoek van de Bant de dijk afrijdt, beleeft de schaal van het gebied echt.”

Sta atsbosbeheer koestert het Nationaal Park, dat met 5.783 hectare is aangewezen als Natura 2000-gebied voor dertien soorten broedvogels en ruim twee dozijn vogels die er niet broeden, maar er wel een deel van het jaar verblijven. Ook voor de vistrek is het gebied belangrijk.

Met een deel van de vogelbevolking gaat het niet goed. Dat komt doordat stukken van het gebied dichtgroeien door het gebrek aan een beweeglijk waterpeil. Voor een proef om de waterstand tijdelijk iets te verhogen is weerstand onder boeren, die bang zijn voor verzilting van hun akkers.

„Als je de successieklok laat doortikken, wordt het allemaal diep water met bos. Een soort Biesbosch dus, maar daarmee verlies je vogels. Wanneer een natuurgebied steeds eenvormiger wordt, moet je nu eenmaal afscheid nemen van een aantal soorten”, zegt boswachter Kloosterhuis.

Waarmee hij niet wil zeggen dat er geen successen zijn geboekt, integendeel. De zeearend broedt in het Lauwersmeergebied, terwijl de lepelaar er een graag geziene gast is. Otters voelen zich er steeds beter thuis.

Rust en ruimte

Veel gaat er dus goed, vooral door de rust en ruimte die er is. Iets te veel zelfs, volgens sommigen. Kloosterhuis: „We krijgen de meest vreemde verzoeken. Sommige bezoekers vragen om een adventure run dwars door het gebied, of een fietspad. Ook is er gevraagd om de aanleg van een waterskibaan, of een plek waar je een luchtballon aan een kabel kunt oplaten. Mensen denken: ze doen niets met het gebied, het ligt er maar.”

Kun je vijftig jaar na de afsluiting van de Lauwerszee vaststellen dat de opvolger, het Lauwersmeer, een succes is? „Dat moet je niet aan mij vragen. Vraag dat maar aan de vogelsoorten die van dit Nationaal Park afhankelijk zijn. Het baardmannetje, de kleine zwaan, de roerdomp. Die vinden hier een plek waar ze kunnen leven, elders in ons land is dat moeilijk. Buitenlandse natuurliefhebbers waarderen het Lauwersmeer enorm. Een Engelse vogelaar die hier twee keer per jaar komt, zei tegen me: please keep this a secret .”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen