Gerechtshof wijst claim af voor van versterking boerderij in Winsum: schade niet door aardbevingen

Het gerechtshof in Leeuwarden. Foto: Archief ANP

De NAM hoeft een belegger geen vergoeding te geven voor de versterking van een vervallen boerderij in Winsum. Dat heeft het gerechtshof beslist in een hoger beroep.

De zaak draait om een boerderij aan de Winsumerstraatweg in Winsum, die in 2011 werd gekocht door een vastgoedbedrijf en in 2013 werd doorverkocht aan de huidige eigenaar. Die betaalde 179.000 voor de hoeve. Het gebouw was door achterstallig onderhoud en bouwkundige gebreken in slechte staat. Voor de koper geen reden af te haken. In april 2012 kreeg hij een sloopvergunning; een jaar later begon de verbouw en renovatie van het pand.

Oorzaak vooral achterstallig onderhoud

In 2013 en 2014 werd aardbevingsschade geclaimd bij de NAM. Onderzoek van een schade-expert wees uit dat de schade aan de onbewoonde boerderij vooral door achterstallig onderhoud was veroorzaakt. Hij raadde de eigenaar aan de boerderij in verband met de veiligheid snel te stutten. Die deed dat vervolgens. Een contra-expertise werd door hem niet gevraagd.

In 2016 vroeg de eigenaar aan het Centrum Veilig Wonen een bijdrage voor de versterking. In juni 2018 bood de NAM vergeefs éénmalig 80.000 euro als vergoeding voor het weghalen van de stutten. Uit een rapport bleek inmiddels dat de kosten voor alleen de versterking van de boerderij minstens 240.000 euro bedragen.

Eind vorig jaar verwierp de Arbiter Bodembeweging een claim van de belegger voor een schadevergoeding. Er is volgens de Arbiter geen bewijs dat de schade door aardbevingen is veroorzaakt. In een kort geding wees ook de rechtbank begin vorig jaar een verzoek om een voorschot van zo’n vier ton van de NAM aan de eigenaar van de hand. Die ging daarop in beroep.

Hof: geen spoedeisend belang

Het hof in Leeuwarden wijst er op dat de boerderij inmiddels op een lijst van de Nationaal Coördinator Groningen staat van panden met een verhoogd risico, dus op enig moment voor versterking in aanmerking komt. Het wachten is nu op een rapport.

Van spoedeisend belang is geen sprake, aldus het hof. ,,Het gaat om een oude boerderij die al vóór de ernstige aardbevingen in het gebied in een zeer slechte staat verkeerde, waarvan appellant wetenschap had toen hij de boerderij kocht als beleggingspand. De kosten van versterking bij nieuwbouw zijn lager dan de kosten van versterking bij herbouw.’’








menu