Hugo de Jonge.

Hugo de Jonge vindt roep uit het Noorden om Lelylijn 'een reële vraag': 'Ook die moeten we niet bekijken in termen als wat kost het en wat levert het op'

Hugo de Jonge. Foto: ANP

De strijd om het lijsttrekkerschap van het CDA lijkt er een tussen de regio en de Randstad. Hugo de Jonge vindt dat maar een ‘onzinnige’ tegenstelling. ,,We moeten er voor allebéi zijn.”

Hij wilde geen lijsttrekkersverkiezing, omdat zo’n strijd ‘niet het beste in de partij naar voren’ zou brengen. Toch besliste het CDA-bestuur anders, en dus moet Hugo de Jonge eraan geloven. Wel heeft de concurrentie door de deelname van Mona Keijzer en Pieter Omtzigt een ander gezicht gekregen dan veel CDA’ers vooraf hadden verwacht - en misschien stiekem hadden gehoopt.

Het duel met ‘die andere kroonprins’, Wopke Hoekstra, blijft uit, na diens besluit zich niet te kandideren. Ook De Jonge was hierdoor verrast, maar teleurgesteld is hij niet, zegt hij. ,,Ieder maakt zijn eigen afweging. De een stapt naar voren, de ander stapt opzij.”

Het bestuur heeft niet naar uw bezwaar tegen een verkiezing geluisterd. Heeft u zo weinig gezag?

Lachend: ,,Nouuuu… Wat ik heb gezegd is dat de recente ervaring leert dat een strijd een hoop gedoe of schade kan opleveren. Maar we zijn er altijd nog zelf bij en ik ben inmiddels aan de gedachte gewend geraakt. Ik ga de strijd graag aan.”

Bent u de kandidaat van het establishment?

,,Nee. De leden hebben het voor het zeggen. Zij kunnen zich uitspreken over welk CDA zij voor zich zien, welke koers er moet worden gevaren. Het is alweer acht jaar geleden dat de leden daar hun zegje over konden doen.”

Sybrand Buma, Ruth Peetoom, Ferd Grapperhaus, Marja van Bijsterveldt: een hele stoet CDA-prominenten staat achter u. Dat kunnen Keijzer en Omtzigt tot dusver niet zeggen.

,,Ik heb ook steun gekregen van heel veel minder prominente leden.”

Maar de prominenten hebben blijkbaar een voorkeur voor u.

,,Zij hebben zich uitgesproken. Maar ieder lid is even prominent als het op stemmen aankomt.”

U heeft zich tot dusver onderscheiden met de uitspraak dat het CDA een sterkere electorale positie heeft op te bouwen in de stad en dat de partij daar onvoldoende in is geslaagd. Wat ging er precies verkeerd?

,,De tegenstelling tussen stad en platteland is onzinnig en onverstandig. Beide hebben elkaar nodig. De opgave voor de komende tien jaar zal zijn hoe we de bevolkingsgroei kunnen bijbenen. Tot 2030 komen er een miljoen mensen bij, in 2040 is het aantal tachtigplussers verdubbeld. Dat betekent dat er op het terrein van de woningbouw heel veel moet gebeuren. Een miljoen woningen moeten erbij. Als je je dan blind staart op de navel die de Randstad heet, mis je de kansen die in de regio liggen. De Randstad is peperduur en bomvol, terwijl de coronacrisis ons heeft geleerd dat afstanden door online werken goed te overbruggen zijn. Daarom moeten we investeren in nieuwe verbindingen, digitaal maar bijvoorbeeld ook in spoor.”

Daar wilt u graag wat over kwijt. Maar eerst terug naar de vraag: wat heeft het CDA in de steden laten liggen?

,,U let goed op. We hebben te veel de tegenstelling tussen stad en regio benadrukt. Het CDA straalde uit: wij zijn de partij voor de regio. Mensen in de stad kunnen dat opvatten als: o, het CDA is er dus niet voor ons. Maar we moeten er voor allebéi zijn. De zorgen in de stad zijn net zo relevant als die in de regio. Dat verhaal is onvoldoende verteld. Ik wil dat het CDA een leidende rol speelt. Dan zul je groot moeten zijn, de grootste willen zijn. En dus zullen we de electorale positie in de steden moeten versterken. Er is werk aan de winkel.”

Keijzer en Omtzigt benadrukken juist dat ‘Nederland meer is dan alleen de Randstad’ en dat het CDA ‘ook een partij is voor boeren en iedereen die niet in steden woont’. Is het Hugo uit de Randstad versus de rest uit de regio?

,,Dat is een interessante typering. Ik ben geboren in Bru.”

Bru?

,,Bruinisse. Ik kom uit een domineesgezin, dus we zijn vroeger heel veel verhuisd. We hebben het langst gewoond in Zaamslag, Zeeuws-Vlaanderen. Daar heb ik leren werken bij de boer. Maar ik woon nu dus in Rotterdam. Ik voel geen tegenstelling tussen stad en platteland. Wel zie ik dat politiek Den Haag enorm gefocust is op de Randstad.”

Investeringen buiten de Randstad worden vaak onrendabel geacht.

,,Daar verzet ik me tegen. Zeeland is een mooi voorbeeld. Toen de marinierskazerne niet naar Vlissingen verhuisde, hebben wij gezegd: er moet compensatie komen en daarbij moeten kansen voor de regio voorop staan en niet de vraag of de businesscase rondkomt. Onderdeel van de deal is verkorting van de reistijd, waardoor de intercity naar Vlissingen er een half uur korter over doet. Dat maakt Zeeland aantrekkelijker om te wonen. Veel mensen zouden de keuze willen hebben om niet elke dag tijd te verspillen in de file. Tegelijkertijd is er aan de randen van Nederland ruimte om te groeien. We moeten daarom stoppen met het praten over krimpregio’s. Het moet trotser en zelfbewuster en niet tobberig.”

Het Noorden vraagt al decennia tevergeefs om een snellere spoorlijn.

,,Dat vind ik een reële vraag. Ook die moeten we niet bekijken in termen als wat kost het en wat levert het op. We moeten het ook demografisch bekijken: we komen nu al 350.000 woningen tekort.”

U wilt minder marktwerking op de woningmarkt. Moet de overheid huizen gaan bouwen?

,,De schaarste is groot en groeiend, er is meer regie nodig. In Amsterdam en Rotterdam wachten mensen al gauw tien jaar op een sociale huurwoning. Wie heeft nu tien jaar de tijd! We moeten de krapte oplossen. Dus moeten er plannen gemaakt worden en moet het Rijk met de regio’s locaties aanwijzen waar gebouwd wordt. We hebben geen tijd om hier nog jaren over te vergaderen.”

U hecht aan een ‘beschermende overheid’. Ook zei u vorig jaar dat ‘het neoliberale mensbeeld en het ongebreidelde marktdenken aan het eind van haar tijd’ is. Dat zijn teksten die je ook hoort op een SP-congres.

,,Nou, hoho! Zit je me nou te beledigen? Ik denk wel dat de markt niet altijd zegeningen heeft gebracht. Als we geloven dat alles vanzelf goed komt, wordt het vanzelf oneerlijker. Als CDA’er kies ik als eerste voor de samenleving, de zorg voor elkaar. De overheid heeft wel een heel belangrijke taak om ervoor te zorgen dat mensen niet tussen de wielen raken. De toeslagenaffaire is een voorbeeld dat laat zien dat de overheid er niet voor de mensen is. Daarnaast worden er regelingen bedacht door hoger opgeleiden en het zijn opnieuw hoger opgeleiden die erover besluiten. Daardoor is regelgeving gigantisch complex. Men wil maatwerk betrachten, maar stapelt daardoor uitzondering op uitzondering. Mensen zien door de bomen het bos niet meer.”

Verraadt dit standpunt een voorkeur voor een centrumlinkse coalitie?

,,Nee. We gaan het in goede volgorde doen: eerst zeggen waarom ik partijleider wil worden, dan de lijst en het programma en pas na de verkiezingen op 17 maart gaan we formeren.”

menu