Een medewerkster in het datacenter van Google in de Eemshaven

Zo werd Groningen de tweede ICT-stad van Nederland

Een medewerkster in het datacenter van Google in de Eemshaven Foto: PR

Groningen heeft grote groeiverwachtingen van haar digitale industrie. Op de conferentie Digitaal Nederland laat de tweede ICT-stad van het land in maart zien wat ze in huis heeft én wat hier nog meer kan.

Het is nog geen twintig jaar geleden, maar het lijkt een eeuwigheid terug.

In 2000 rammelde Groningen als opkomende ICT-stad aan de poort in Amsterdam. Met een prikkelende, om niet te zeggen provocerende, promotiecampagne lonkten de Groningers naar internettalent in de hoofdstad. Een halfjaar lang reed tramlijn 5 haar rondjes langs de Zuidas, het epicentrum van de Nederlandse internetindustrie, met een zelfverzekerde boodschap op de bont beschilderde flanken: ‘Groningen zet IT op de rails’.

Groningse kapsones in Mokum

‘Instappen en wegwezen hier!’ luidde de oproep onder die slogan. ‘Een brutale campagne’ kopte het Nieuwsblad van het Noorden . Groningse kapsones in Mokum: buiten eigen stad werd het wat lacherig ontvangen. Kleinduimpje op zevenmijlslaarzen. Maar krap twintig jaar later mag Groningen laten zien dat ze inmiddels een redelijk onomstreden positie heeft verworven als tweede ICT-stad van het land. In maart is ze samen met de noordelijke regio gastgever voor het landelijke ICT-congres Nederland Digitaal 2020.

Ondernemer Marco de Jong zag het vanaf het prille begin groeien. Al eind jaren 90 was hij erbij. Eerst als de man die gratis internet introduceerde bij de noordelijke tv-kabelaar Castel – inmiddels onderdeel van kabelreus Ziggo. Later maakte hij van het Groningse TheFactor.e een van de grootste website- en app-bouwers van het land. De laatste drie jaar heeft hij zijn werkterrein verlegd naar de wereld van de start-ups in de e-business, nadat hij in 2016 zijn aandeel in TheFactor.e afbouwde en de dagelijks leiding overdroeg aan zijn collega’s.

Van student naar miljonair

,,We zijn het subdomein van de nerd nu echt wel voorbij’’, zegt De Jong met een rondblik over de digitale industrie in ‘zijn’ Groningen. Veel van de ‘jongens’ uit die beginjaren zijn nu gevestigde namen in de Nederlandse internetindustrie, commercieel succesvol en soms zelfs al miljonair. Maar toen waren het letterlijk jongens: studenten vaak, met niet meer dan een zolderkamer, een laptop en een slim idee.

Als De Jong anno 2020 om zich heen kijkt, ziet hij een even breed als bont palet van internetondernemers in Groningen. Van beginnende eenpitters tot techreuzen als IBM en Google. En van creatieve webdesigners tot een reeks van landelijke spelers als Belsimpel, een van de leidende webwinkels voor mobiele telefonie met een marktaandeel van 10 procent.

Spin in het web

Zelf zit De Jong nog altijd als een spin in het noordelijke web. Als fondsmanager van investeerder G-Force (inderdaad: met de G van Groningen) gaf hij inmiddels zeven veelbelovende start-ups een duwtje richting commercieel succes. Bekendste naam in zijn portfolio is waarschijnlijk Dropper, de snelgroeiende bezorger van online-bestellingen, van bloemen en pizza’s tot pakketjes voor partner PostNL.

Midden in het ‘web’ zit De Jong ook als mede-oprichter en voorman van de Noordelijke Online Ondernemers, een netwerk van inmiddels zestig internetbedrijven in de noordelijke provincies met ook nog een tak voor jonge, beginnende ondernemers, ofwel ‘Young Entrepreneurs & Startups’, kortweg YES!

Leden van beide netwerkclubs wisselen kennis en ervaring uit, werken samen en stoten elkaar op door hun netwerken aan elkaar te knopen. Dat is sowieso het kernwoord voor de noordelijke online economie, zegt De Jong: samenwerking. Iedereen kent iedereen of kan via de wederzijdse netwerken snel contact met iedereen leggen. ,,Zelfs de Friezen zijn bij ons aangehaakt’’, zegt de NOO-voorman.

Dat levert vaak winst op waarvan iedereen profiteert. De Jong wijst op de vestiging die online-beveiligingsspecialist HackerOne, ooit begonnen in Groningen maar naar Silicon Valley getrokken om te groeien, in de stad heeft geopend.

Nieuw talent naar de stad

Dat zo’n inmiddels Amerikaans bedrijf hier zijn hoogwaardig onderzoek naartoe brengt, zegt volgens De Jong wel iets over wat Groningen internetbedrijven inmiddels heeft te bieden. Dat heeft ook een zelfversterkend effect, net als de komst van IBM een versterking is gebleken. ,,Toen IBM hier naartoe kwam, dacht iedereen: Oh, die pikken straks alle talent in’’, zegt De Jong. ,,Het omgekeerde is het geval. Met traineeprogramma’s en het beschikbaar stellen van kennis laat IBM groot commitment zien met Groningen. Dat trekt juist nieuw talent aan naar de stad.’’

Niet voor niks is de digitale sector een speerpunt in de economische agenda van wethouder Paul de Rook (D66). Een belangrijk deel van de 5000 nieuwe banen waarop Groningen koerst tussen 2020 en 2022 moet van de online-industrie komen. Voor die groeiprognose heeft De Rook op een rij laten zetten wat er nu al aan e-business is in Groningen.

De cijfers zijn imposant: de optelsom komt inmiddels uit op 1400 bedrijven, van heel klein tot heel groot, samen goed voor 8200 werknemers. En dat aantal groeit nog elk jaar, met in 2019 nog een plus van 3,7 procent. Daarmee droeg de sector stevig bij aan de toch al forse groei van de werkgelegenheid die Groningen vorig jaar zag. Die trok in 2019 met nog eens ruim 3200 aan tot in totaal 157.000 banen.

‘ICT versnelt groei in de rest van het bedrijfsleven’

,,De ICT is één van de meest interessante sectoren’’, stelt De Rook verguld vast. Bij al die bedrijven samen werken inmiddels drie keer zoveel mensen als in een voor Groningen traditioneel belangrijke bedrijfstak als de energiesector. Die groei vasthouden en uitbouwen dient een dubbel belang, verklaart de wethouder. ,,Het versterkt niet alleen de sector zelf, maar ICT is ook een versneller van groei en innovatie in de rest van het bedrijfsleven. Een goede online-infrastructuur helpt ook het bestaande midden- en kleinbedrijf aan toekomstbestendige, nieuwe bedrijvigheid.’’

De Rijksuniversiteit Groningen (RUG) was ooit bakermat voor wat in een paar decennia is opgebouwd. Nog altijd is de RUG een stuwende factor voor de digitale sector. Dat is een kwestie van tweerichtingsverkeer, zegt hoogleraar Iris Vis, die als Dean of Industry Relations bij de RUG bruggen slaat met het bedrijfsleven. Als ICT-stad profiteert Groningen van de kennis en mogelijkheden die de universiteit biedt. Maar omgekeerd geldt dat ook, zegt Vis: ,,De stad is een fieldlab , een proeftuin om nieuwe dingen te ontwikkelen en te testen in samenwerking tussen onderzoekers, bedrijven en overheden.’’

Wederzijdse voordelen

Vis, De Rook en De Jong zien meer wederzijdse voordelen. Een florerende interneteconomie trekt ook buitenlands wetenschappelijk talent en studenten naar de stad. Zeker nu de bedrijfstak toch al steeds internationaler wordt. Bovendien biedt een sterke ICT-sector een springplank voor studenten en onderzoekers om baanbrekende uitvindingen met commerciële potentie ‘naar de markt’ te brengen.

Daarin is de Groningse universiteit redelijke succesvol. Volgens de jongste cijfers begonnen in 2018 zes (voormalige) RUG-onderzoekers een start-up. Bovendien werd in dat jaar octrooi aangevraagd voor zestien Groningse uitvindingen en gingen er nog eens 22 in de interne pijplijn om te beoordelen of een patentaanvraag kansrijk is.

Niet toevallig heeft de RUG-hoogleraar nu de schouders gezet onder het programma van regionale activiteiten in de week rond Nederland Digitaal 2020, van 16 tot en met 19 maart in Groningen. ,,We zijn nu met heel veel mensen bezig om er iets heel moois van te maken’’, zegt Vis als voorzitter van de stuurgroep NoordenDigitaal, dat het regioprogramma organiseert op initiatief van de Economic Board Noord-Nederland, aanjager van de noordelijke economie.

DoeDigiDagen

Met onder meer een 5G Student Battle en DoeDigiDagen op vijf locaties in het Noorden willen de samenwerkende bedrijven, scholen en overheden in de stuurgroep een brug slaan tussen het congres, met naar verwachting enkele duizenden bezoekers in vier dagen tijd, en de regio. ,,Een kans om te verbinden én te stralen’’, zegt Vis. Door aan de ene kant alle bestaande krachten te bundelen en te versterken, en aan de andere kant te laten zien wat (in) het Noorden kan.

Pionier De Jong kijkt uit naar de nieuwe mijlpaal. ,,Nederland Digitaal is een erkenning dat we hier goed werk hebben verricht. Groningen is een frontrunner geworden.’’

menu