Peter Hellinga is de nieuwe directeur van Landschapsbeheer Groningen.

Nieuwe directeur Landschapsbeheer Groningen Peter Hellinga: Iedereen wil wel. Maar soms gebeurt er niets

Peter Hellinga is de nieuwe directeur van Landschapsbeheer Groningen. Foto: Corné Sparidaens

Landschapsbeheer Groningen moet een grotere rol spelen, vindt de nieuwe directeur Peter Hellinga. ,,Alles komt samen in het land.’’

,,Niemand’’, antwoordt Peter Hellinga (58) droogjes op de vraag wat voor soort organisatie hij aantrof toen hij op 1 april aantrad als de nieuwe directeur van de stichting Landschapsbeheer Groningen. Door de coronamaatregelen werkte het kantoorpersoneel noodgedwongen thuis. Er waren maar weinig medewerkers te vinden in het bedrijfspand aan de Roderwolderdijk bij Hoogkerk.

Het grootste deel van het veldteam is nu alweer aan het werk, zij het met de nodige aanpassingen. ,,Mensen zitten niet samen in de auto en houden afstand in de busjes. Soms is het behelpen, bijvoorbeeld bij het planten van bomen. Maar daar redden ze zich wel mee. Het kantoorteam werkt voor het grootste deel vanuit huis. We zoomen ons te pletter. Het is een andere manier van werken, maar het heeft ook voordelen. Het scheelt een hoop reistijd. Ik denk dat thuiswerken een blijvend gebeuren wordt.’’

Het vrijwilligerswerk, een belangrijk onderdeel van Landschapsbeheer Groningen, ligt volgens Hellinga vrijwel stil. ,,We kijken wel of we voorzichtig bepaalde werkzaamheden weer kunnen opstarten. De zeisbrigade kan wellicht weer aan de slag. Die zullen niet zoveel moeite hebben met de anderhalve meter afstand die mensen van elkaar moeten houden.’’

Werkgever in zwaar weer

Even terug naar het begin. Hellinga komt bij zijn nieuwe werkgever op een moment dat die in zwaar weer zit. Landschapsbeheer, dat ruim veertig medewerkers heeft en een budget van ruim 5 miljoen euro per jaar, werd opgericht in 1983 door Groningers die zich zorgen maakten over de teloorgang van het Groninger landschap. Doel was het onderhoud van landschapselementen zoals singels, poelen, sloten, bosjes en slingertuinen in het vaak eeuwenoude Groninger cultuurlandschap. Daarvoor werd een beroep gedaan op subsidiepotten van provincie en gemeenten.

De organisatie leed in 2018 een verlies van bijna twee ton. En ook 2019 was een lastig jaar. Aan Hellinga de taak om te zorgen dat baten en lasten beter in evenwicht zijn. ,,Een stichting is ook gewoon een bedrijf. Als een stichting in zwaar weer komt, door wat voor soort omstandigheden dan ook, dan moet je wel handelen’’, zegt hij. ,,Ik wil een robuuste organisatie, een wat grotere club. Die een autoriteit wordt in het Groninger landschap bij het vertalen van ideeën en plannen tot een concrete opzet.’’

Geboren in de winkelstraat van Bedum

Hellinga werd geboren in de winkelstraat van Bedum. Zijn vader had samen met zijn broer een boerderij in Lutjewolde. Na studies voor botanisch analist en milieukundige in Groningen werkte hij jarenlang bij milieuadviesbureaus en bij de gemeente De Marne en Steenwijkerland. Tussendoor had hij nog een geitenbedrijf. In 2015 trad hij in dienst bij de Nationaal Coördinator Groningen. Hij was er onder meer gebiedscoördinator en hield zich bezig met het erfgoedprogramma en het agrarisch loket voor boeren in het aardbevingsgebied.

Ook Landschapsbeheer is met de boeren in gesprek. Hellinga vertelt over een project waarbij wordt bekeken of nieuwbouw − bijvoorbeeld een schuur − beter landschappelijk kan worden ingepast. Door het slim bundelen van dossiers zijn er volgens hem meer mogelijkheden en middelen om zoiets voor elkaar te boksen. ,,Het is een kwestie van organiseren. Het samenbrengen van dingen, daar gaat het uiteindelijk om. Iedereen wil wel. Er worden mooie plannen geschreven. Maar soms is het eigenaarschap zoek en worden dingen niet bij elkaar gebracht. Dan gebeurt er niets. Je wilt eigenlijk dat iemand zegt: zo gaan we het doen.’’

Meedenken aan de bovenkant

Hij ziet een rol voor Landschapsbeheer om dit soort plannen concreet te maken en te helpen bij de uitvoering. ,,Ik wil graag iets meer meedenken aan de bovenkant, waar dingen samen komen. We zijn nu soms nog te reactief. O, er ligt een plan. En wat vinden we ervan? Ik wil niet alleen dingen benoemen, maar ook doen.’’

,,Alles komt samen in het landschap. En wij hebben veel ervaring met projecten en werken samen met de provincie, gemeenten, grondeigenaren en agrarische natuurverenigingen. We hebben kennis, bijvoorbeeld op het gebied van plantmateriaal. Maar we hebben zelf geen terreinen, we zijn te gast op het boerenerf of in een gebied. Ik help graag, maar we moeten dus wel in positie worden gebracht.’’

Streekbeheer

Als voorbeeld van projecten waar Landschapsbeheer aan werkt, noemt de kersverse directeur het streekbeheer. De organisatie doet bijvoorbeeld in Gorecht in opdracht van de gemeente en de provincie Groningen het groenonderhoud en voert in een aaneengesloten gebied het landschapsonderhoud uit met een ploeg van voornamelijk vrijwilligers. Met de gemeente Loppersum wordt overlegd over een soortgelijk beheerplan.

,,Het was een droom van ons, deze samenwerking met gemeenten en inwoners. Bewoners kunnen zich zo weer meer eigenaar voelen van hun omgeving. Het is prachtig als je die relatie kunt terughalen’’, vindt Hellinga.

Onder meer In Hoogkerk wordt met een groep medewerkers met afstand tot de arbeidsmarkt aan wijkbeheer gedaan. Ze doen daar ervaring op met de reguliere arbeidsmarkt. De bedoeling is dat de deelnemers na twee jaar hun deels gesubsidieerde baan verruilen voor een job bij een bedrijf. Hellinga wil meer gaan doen met deze doelgroep. Er is, zegt hij, veel vraag naar dit soort arbeidsplekken.

Hij kijkt ook verlekkerd naar de grote zak met geld in het Nationaal Programma Groningen, waarbij leefbaarheid een grote rol speelt. ,,Dat is in feite één grote werkvoorraad voor ons. We moeten eigenlijk zeggen: wat gaat we níet doen?’’

Uitdagingen voor het landschap van Groningen

Het landschap van Groningen wordt met de nodige uitdagingen geconfronteerd. Bijvoorbeeld de komst van grote windmolen- en zonneparken, de veranderingen in de landbouw en ook de gevolgen van de klimaatverandering, zoals de huidige droogte.

Hellinga: ,,De grootste dreiging is dat we kwesties niet in samenhang aanpakken. Er moet regie op, voor een lange termijn. Je zou met je partners moeten afspreken: de komende 5 of 10 jaar gaan we dit en dit doen. En dan weet je dat je kunt gaan investeren. Nu is het elke keer weer een Waddenfondsproject zus, een NPG-project zo. Elke keer moet je er mensen voor op trommelen die tijd nodig hebben om op gang te komen.’’

Vrijwilligers zijn cruciaal voor Landschapsbeheer. Zijn er nog genoeg? ,,Ja, maar het verandert wel. In het verleden had je dé vrijwilliger die met een vaste regelmaat inzetbaar was. Nu heb je mensen die het leuk vinden met elkaar projecten te doen, zoals bijvoorbeeld de zeisbrigade. Die moet je geen andere dingen vragen. Daarnaast zijn er ook mensen die bij voorkeur in hun omgeving aan de slag gaan. Ze zeggen: ik heb wat machines nodig en wat coördinatie, dan zorg ik voor de rest. Soms gaat het puur om de gezelligheid, maar er ontstaat ook verbinding.’’

,,Het is belangrijk werk wat we doen. We zitten niet maar wat te prutsen in de tuin van een ander. Het is onze leefomgeving, ons thuis. Om het met Hans Alders te zeggen: we werken hier niet aan een huis, we werken aan een thuis. Hou daar rekening mee.’’

menu