Ik wacht (27): Joyce van der Leest uit Leermens

Joyce van der Leest weet een jaar na de beving in Zeerijp nog steeds niet hoeveel schade haar woning heeft. „Ik wacht nog steeds op een inspecteur.” Foto: Jan Zeeman

Ruim een jaar na de beving in Zeerijp wachten nog vele Groningers op een oplossing voor de schade aan hun huis. Ik wacht is een serie over hen die het wachten zat zijn. Vandaag aflevering 27: Joyce van der Leest uit Leermens.

Hoogzwanger was Joyce van der Leest (30) toen ze samen met haar man Dennis (31) de sleutel van de pastorie in Leermens in ontvangst nam. De verhuizing was er zo eentje van ‘als we er eerst maar kunnen wonen, dan komt de rest later wel’. Dat later duurde iets langer dan verwacht: drie weken nadat het huis van hun was, kwam de klap in Zeerijp.

„Fuck, dachten we toen. Sindsdien weten we niet zo goed of we kunnen verbouwen, of dat we moeten wachten.” Er is wel een wensenlijstje: op de vloer van de woonkamer liggen biezenmatten en die mogen wel weg. Op de wanden is precies te zien waar de vorige bewoner schilderijen had hangen, dus de muren kunnen wel een likje verf gebruiken. Ook de andere kamers hebben een opknapbeurt nodig. Maar ja. Wie weet komt binnenkort toch een inspecteur langs. En misschien moet dan alles wéér over de kop.

Is die inspecteur dan nog niet geweest? „Nee. Daar wachten we op. We hebben de schade na Zeerijp gemeld. Toen is er wel een inspectie geweest, maar alleen van alles wat boven het maaiveld uitsteekt. Er is niet naar de fundering gekeken.” Joyce weet dus niet hoe onveilig haar huis precies is. „Ik weet alleen dat de rookkanalen die naar de schoorstenen leiden niet stabiel zijn. Als het goed is, horen we daar volgende week meer over.”

Het klappen van de zweep

Daar ligt ze overigens niet wakker van. Deze woning vertrouwt ze wel. Het is niet de eerste keer dat Joyce en Dennis een huis kopen in het aardbevingsgebied. Hun oude huis had ook schade. Die is netjes hersteld. Ze kennen het klappen van de zweep. „Toen we de pastorie kochten, hebben we elke hoek en muur van het pand bekeken. We wilden precies weten waar al schade zat.”

Dat zorgde ervoor dat ze na Zeerijp precies wisten waar nieuwe scheuren waren ontstaan. Tientallen. Zelfs eentje die in de linkermuur van de gang begint, door het plafond schiet en in de rechtermuur eindigt.

Maar ja, zij hebben er zelf voor gekozen om een huis te kopen in het bevingsgebied. Dit hadden ze aan kunnen zien komen, toch? „Ja, misschien wel. Maar wij komen hier allebei uit de buurt. Heel onze familie woont hier. Moeten we hen dan maar achterlaten?”

Bovendien is ze gek op het huis. Het voorhuis van de oude pastorie is gebouwd in 1880. Het pand is enorm en heeft veel monumentale elementen. „Mijn lievelingsplek is de woonkamer. Dit is de zonkant van het huis, dus als de zon schijnt, licht heel de ruimte op. Dat is echt heel mooi.”

Niet bang, wel geïrriteerd

Joyce is niet bang. Dennis ook niet. Maar ze zijn wel geïrriteerd omdat de afhandeling zo stroperig verloopt. „Ja, gadver jongens. Je wordt hier toch doodmoe van? Ik had er misschien allang achteraan moeten bellen. Maar daar heb ik helemaal geen zin in. Dat we er last van hebben, is al erg genoeg. Ik wil niet dat het mijn leven gaat beheersen. Ik wil niet dat ik straks elke dag bezig ben met de aardbevingen.”

Toch gebeurt dat wel. Veel familieleden, buren en vrienden hebben schade in hun huizen en dus gaat er geen feestje of verjaardag voorbij zonder dat het a-woord op tafel komt. Zelfs op haar werk gaat het erover. „Ik ben stewardess bij de KLM. Dat betekent dat je heel vaak in een nieuwe crew werkt en dat ik mezelf moet voorstellen. Zodra ze horen dat ik in het aardbevingsgebied woon, beginnen de vragen: is het echt zo erg? Wat voor problemen heb je dan? Soms zeg ik het daarom maar niet.”

Ze merkt dat de mensen in het Westen geen idee hebben wat hier speelt. „Nee joh, het leeft daar helemaal niet.”

menu