Ik wacht (42): Franca Sikkink uit Slochteren

Franca Sikkink in haar verbouwde boerderij in Slochteren.

Een jaar na de aardbeving in Zeerijp wachten nog veel Groningers op een oplossing voor de schade aan hun huis. Ik wacht is een serie over mensen die het wachten zat zijn. Vandaag aflevering 42: Franca Sikkink.

Straks gaat het toch allemaal overhoop

De krokussen steken de kop op. Paars, geel en wit splijten ze de dorre februarigrond in Slochteren.

Franca Sikkink ziet ze opkomen. Haar huis staat middenin het land, op zo’n plek waar je de seizoenen kunt proeven. Twee jaar hebben ze gezocht naar een huis om oud in te worden en hier stond het.

Overhoop

Die krokussen zouden iets met haar moeten doen. Sikkink is een vrouw die buiten is zodra het kan. In de lente steekt ze meer uren in haar tuin dan in haar werk.

Dit ontluikende voorjaar haalt haar schouders op. Och. Straks gaat het toch allemaal overhoop.

,,Misschien is dat het ergste: dat je gevoelsmatig afstand neemt van je huis en je tuin.’’

Van de nood een deugd

Sikkink is een nuchtere vrouw. Zo reageerde ze ook toen drie jaar geleden bleek dat haar huis onveilig was, versterking te duur zou zijn en daarom werd gekozen voor sloop en nieuwbouw.

Ze voelde het al aankomen toen een inspecteur vroeg hoe emotioneel gehecht ze aan het huis was. ,,Het besluit was niet eens zo schokkend. Ik ben meer gehecht aan deze plek dan aan dit huis dus ik dacht: ik maak van de nood een deugd. Ik vraag een architect en maak iets moois.’’

Naïef en optimistisch, weet ze achteraf. ,,Wist ik veel dat ik aan het begin stond van een eindeloze bureaucratische, Kafkaïaanse molen.’’

Dubbele agenda

Na drie jaar is haar nieuwe huis nog altijd niet in zicht. Verre van. Het overleg met de bouwbegeleider van de Nationaal Coördinator blijft steken op begrotingen, geld en andere obstakels die ‘uit de hoge hoed getoverd’ worden. ,,Je voelt steeds die dubbele agenda.’’

Ondertussen ziet ze heus wel de spetters zitten die hond Borke op de witte muur achterliet door zijn vacht uit te schudden. Maar verven doet ze niet meer. De vloer schuren en lakken ook niet. Ondanks de kale plekken.

Geen kastelen voor boerenschuren

Wat ze wil is een nieuw huis dat net zo groot is als deze, dat voldoet aan het moderne bouwbesluit, dat van het gas af is, een vergelijkbare afwerking heeft als haar huidige huis en uiteraard aardbevingsbestendig is. ,,Ik hoef heus geen gouden kranen en marmeren vloeren. Ik begrijp dat kosten binnen de perken moeten blijven, ik snap dat de NAM geen kastelen gaat neerzetten voor boerenschuren.’’

Maar om nu een soort cataloguswoning neer te plempen op de plek van haar sfeervolle oude huis, gaat ook weer te ver. Toch kostte het haar heel veel moeite om überhaupt een architect te mogen inschakelen, en stuit ze sindsdien steeds weer op tegenstand bij de bouwbegeleiding van de Nationaal Coördinator. ,,Ze geven je het gevoel dat je om grote gunst vraagt. Maar ik heb hier niet voor gekozen. Wij wilden gewoon oud worden in dit huis.’’

Eerlijke oplossing

Ze snapt niet dat het zo moeilijk is. De eerlijke oplossing lijkt haar: geef mensen die ene nieuw huis krijgen een bouwdepot met daarin hetzelfde bedrag dat de verzekering uitkeert als het huis afbrand. ,,De Bond van Verzekeraars heeft een objectieve methode ontwikkeld om dat bedrag te bepalen. Plus het op met wat nodig is om het aardbevingsbestendig te maken en klaar ben je.’’

Sikkink heeft het wel gevraagd: zeg dan gewoon wat het budget is. Wat mag het kosten? ‘Dat wil iedereen wel weten’, is het antwoord. ‘Daar doen we geen uitspraken over.’

Ze zit vast. Achteraf denkt ze: had ik het maar nooit aangekaart. ,,Bouwkundigen uit mijn familie hadden me gewezen op een zwakke plek: een stuk muur is in de jaren zeventig vervangen voor een glazen pui - wat zonder aardbevingen geen probleem was geweest.’’ Ze meldde zich met twijfels of haar huis wel veilig was en daarna ging het circus los.

Terugkerende droom

Resultaat: een dikke stapel rapporten die haar huis economisch tot de grond toe afbranden. Want niemand koopt zo’n huis. Ze kan niet meer terug, ze moet mee in de bureaucratische molen totdat er een nieuw huis staat.

,,Maar wanneer is dat? Ik ben nu 62, mijn man is overleden, om deze tuin te onderhouden moet je fit zijn. Ben ik 70 tegen de tijd dat dat nieuwe huis er staat?’’

Sikkink is een nuchtere vrouw. ,,Ik dacht altijd, ik ben niet bang, dat huis stort heus niet in, het wordt opgelost. Maar de laatste tijd heb ik een terugkerende droom waarin ik thuis kom van mijn werk, mijn huis is ingestort en ik de vacht van mijn hond in het puin zie. Het stoere is er wel een beetje af.’’

menu