Ik wacht (44): Jacobien Mansholt en Jan Henk Hazelaar uit Onderdendam

Jacobien Mansholt en Jan Henk Hazelaar wonen in Onderdendam in een voormalige bakkerij. Foto: Jan Zeeman

Een jaar na de beving in Zeerijp wachten nog veel Groningers op een oplossing voor de schade aan hun huis.  Ik wacht  is een serie over mensen die het wachten zat zijn. Vandaag aflevering 44: Jacobien Mansholt en Jan Henk Hazelaar uit Onderdendam.

Toen hadden we nog hoop

Als een blok vielen ze voor het huis aan het water in Onderdendam. Zo verliefd dat Jan Henk Hazelaar (35) en Jacobien Mansholt (34) hun zoektocht naar een groter huis in het centrum van Groningen staakten en toch na heel lang twijfelen naar het platteland vertrokken.

Ja, er zat wat aardbevingsschade, maar dat was gerepareerd. En ja, er moest veel aan gebeuren, maar de twee zijn hartstikke handig. En ja, ze wisten dat de kans op meer aardbevingen aanwezig was. „Maar dat is overal in Groningen zo. Moeten we dan maar naar Zwolle verhuizen?”

In november 2017 tekenden ze het koopcontract. „Toen hadden we nog hoop”, zegt Mansholt. Ze lacht erbij, maar niet helemaal gemeend. Hun tweehonderd jaar oude huis, een voormalige bakkerij, is een pareltje. Grote ramen, een mooie tuin, een bedstee en zelfs een oud opkamertje. Maar de voorste twee kamers zijn compleet gestript. Al meer dan een jaar. Tijdens het leeghalen ontdekte het paar scheuren, waarna het gesteggel met de NAM, het CVW en de TCMG begon.

Erger dan gedacht

Mansholt kent de tijdlijn uit haar hoofd. Per maand weet ze op te sommen wie ze gebeld heeft, wat er gebeurd is, wie met wie gemaild heeft. „Ik heb in het begin het klantcontactcentrum van het CVW zo vaak gebeld dat ik het personeel bij naam kende. Hoe vaak ik daar wel niet gehoord heb: ‘Oh, dat had mijn collega niet zo mogen zeggen. U wordt zo teruggebeld.”

Tientallen experts en deskundigen kwamen er na het ontdekken van de schade over de vloer. Vorig jaar december dachten Mansholt en Hazelaar er eindelijk vanaf te zijn. De scheur in een van de voorste kamers is gerepareerd met metalen strips. Dichtgesmeerd, hoppakee, klaar. 

„Maar we ontdekten begin dit jaar dat de muur rondom de strips op spanning kwam te staan. Er ontstaan nieuwe scheuren.” Ze zijn terug bij af. Een expert vertelde ze vorige week dat de muur niet juist versterkt is. De schade is veel erger dan gedacht. Hun huis is nog steeds onveilig.

Voelt nog niet als thuis

„Ik schrik af en toe wakker, bijvoorbeeld tijdens die storm van een paar weken geleden. Zodra ik een klap hoor denk ik dat de muur eruit is gedonderd”, zegt Mansholt. Ze zucht. „Ik hoop écht dat deze ronde niet opnieuw zo lang gaat duren.” 

Zeventig procent van hun spullen staat ingepakt in dozen. De verwarmingen in het voorste gedeelte van het huis doen het niet, waardoor eigenlijk heel het pand koud blijft en de badkamer schimmel krijgt. Ze wonen al een jaar in het huis, maar het voelt nog steeds niet als thuis. 

„Het is alsof we al die tijd aan het kamperen zijn. De voorste kamers zijn nu leeg zodat de bouwvakkers er makkelijk bij kunnen. We kunnen de boel niet verbouwen totdat de schade is afgehandeld. En als we daar niet kunnen verbouwen, kan de rest ook niet. We zijn gewoon een jaar van ons leven kwijt.”

Ooit wordt het prachtig

De nieuwe vloeren voor het huis liggen opgeslagen bij familie. Wasbakken zijn besteld. De keuken is uitgezocht. Maar daar blijft het bij. Mansholt: „We zitten vast. We kunnen niet verder.” 

Spijt van de koop hebben ze niet. Die vraag krijgen ze vaker. Net zoals de goed bedoelde oplossingen als: ‘verkoop de boel dan gewoon weer’ of ‘wil de oude eigenaar het niet terug?’ „Hoe dan?”, zegt Hazelaar lachend. 

Mansholt: „We klampen ons gewoon vast aan de dromen die we hebben. Het wordt prachtig. Ooit.”

menu