Ik wacht (16): Menno Cock uit Oosterwijtwerd

Menno en Aaltje Cock wonen al 35 jaar in hun huurhuis in Oosterwijtwerd. Ze willen er nooit meer weg, maar de kans bestaat dat ze dat wel moeten. Ze hebben aardbevingsschade, maar ze weten nog of het ernstige schade is. Foto: Jan Zeeman

Een jaar na de aardbeving in Zeerijp wachten veel Groningers nog op een oplossing voor de schade aan hun huis. DvhN brengt de serie Ik Wacht!, over Groningers die het zat zijn. Vandaag aflevering 16: Familie Cock uit Oosterwijtwerd.

'Ik wil me geen zorgen meer maken'

De deuren wilden niet meer open na de eerste grote beving in Huizinge in 2012. Het huis van de familie Cock was blijkbaar zo ontwricht dat alles scheef stond.

„We moesten er hard tegenaan trappen”, zegt Menno Cock (62). Dat schoppen en duwen heeft een tijdje geduurd. Zo’n zes jaar. Na de beving in Zeerijp gingen de deuren opeens wel makkelijk open. „Alsof alles weer de andere kant op was geschoven.”

Die beving was vorig jaar. Terug naar nu. Het is donderdagavond. Op het vuur pruttelen de pannen. Aaltje Cock (58) maakt gehaktballen want de kleinkinderen en kinderen komen eten.

Een speeltuin en een boomgaard

Het huis van Menno en Aaltje staat in Oosterwijtwerd. Een dorpje precies tussen Loppersum en Appingedam. Het is een simpel huurhuis, een twee-onder-een-kapwoning, waar ze ruim dertig jaar met plezier wonen. Een speeltuin pal voor de deur en een boomgaard achter. „We hebben een tijdje in een flat gewoond in Appingedam. Maar dat hebben we niet lang vol gehouden. Wij hebben ruimte nodig.”

Drie jaar geleden waren ze de bovenverdieping aan het opknappen toen ze scheuren ontdekten. En wandplaten waar opeens ruimte achter zat. Aardbevingsschade in een huurhuis is ingewikkeld, omdat de bewoners niet rechtstreeks hun schade bij het Centrum Veilig Wonen (CVW) mogen melden. Dat moet de woningcorporatie doen. In dit geval Woongroep Marenland. Maar wat ze daar ook melden, de familie Cock hoort niets terug.

Niet eens een inspectie gehad

„In Loppersum en in Appingedam gebeurt van alles. Maar over Oosterwijtwerd hoor je niets”, zegt Menno. Ze hebben nog niet eens een inspectie van de woning gehad. Ja, een paar maanden terug liepen er mannetjes door de straat. Aaltje deed op dat moment net haar 2-jarige kleinzoon Finn in bad. „Ze zijn nooit weer langs geweest.”

Het stel weet daarom niet precies wat er met het huis aan de hand is. Misschien is er veel meer schade dan die paar scheuren boven. Misschien moet de boel wel plat. Misschien stort heel de mikmak bij een volgende beving wel in. Die onwetendheid veroorzaakt onrust. „Bij mij, maar vooral bij haar”, zegt Menno. „Aaltje ligt er ’s nachts wakker van. Helemaal omdat de kleinkinderen hier regelmatig logeren. We hebben geen idee of ons huis veilig is.”

In december viel er een brief op de deurmat. Het huis heeft een verhoogd risicoprofiel. Wat dat precies betekent, weet Menno nog steeds niet. „Ik ben wel bij zo’n bewonersavond van de gemeente Loppersum geweest. Maar daar werd ik niet veel wijzer van.” Bij die avond was de directeur van Woongroep Marenland aanwezig. „Hij vertelde dat hij het ook lastig vindt. Hij moet wachten tot duidelijk is wat de gemeente gaat doen. Iedereen wacht maar en ondertussen gebeurt er niets.”

Zonder reddingsboei in zee gegooid

Menno heeft het gevoel dat hij zonder reddingsboei in zee is gegooid. „Zo van: zie maar hoe je eruit komt.” Voelt hij zich een beetje genegeerd? „Wel twee beetjes. We horen helemaal niets. Van het CVW niet, van Marenland niet en van de gemeente niet. In Eenum en Leermens is het net zo. Voor die dorpen lijkt ook geen aandacht te zijn.”

De gehaktballen zijn klaar. Bij de achterdeur wijst Aaltje nog even de tuin aan. „Kijk”, zegt ze. „Pruimen- en appelbomen. Soms kan ik vanuit de bijkeuken de hertjes zien. Het zou toch verschrikkelijk zijn als we hier weg moeten. Ik hou van dit huis. Ik wil me geen zorgen meer maken.”

menu