Martina Hop uit Groningen doet mee aan de nationale bijentelling: Ik word blij als ik ze hoor zoemen

Martina Hop op zoek naar bijen en hommels. Foto: Peter Wassing

Metselbijen, aardhommels, honingbijen: een tuin in een Groninger stadswijk blijkt een waar bijenparadijsje, leert een bezoek tijdens de Nationale Bijentelling.

Voor het eerst doet de Groningse Martina Hop (57) mee aan het evenement, dat vorig jaar in ons land ruim vijfduizend mensen trok om bijen, hommels en zweefvliegen te turven. De telling wordt dit jaar voor de derde keer gehouden.

Doel is niet alleen aandacht te vragen voor de moeilijke omstandigheden waaronder deze insecten leven in ons land - van de 358 soorten wordt de helft bedreigd - maar ook om kennis te verzamelen. Hoeveel bijen komen er voor? Waar zitten ze? Bijen zijn van groot belang voor het bestuiven van gewassen.

Deelnemers moeten op zaterdag of zondag een half uur lang in hun tuin soorten en aantallen bijen, hommels en zweefvliegen noteren. Na afloop tellen ze de aantallen op en tikken ze de gegevens in op de site van de Nationale Bijentelling.

Hoe meer aandacht, hoe beter

,,Ik vind het nuttig mee te doen, het gaat helemaal niet goed met de insecten. Hoe meer aandacht, hoe beter. Trouwens, ik ben ook wel benieuwd wat hier in de tuin zit. Ik heb mijn best gedaan te zorgen voor veel open planten, waar bijen makkelijk bij kunnen komen’’, zegt Hop in haar fleurige stadstuin met bloemen, heesters en kruiden. Gele dovenetel, rozemarijn, akelei, longkruid en daslook: insecten komen er niets te kort. ,,Er staat ook een fluweelboom. Dat is een echte bijentrekker.’’

loading  

De Groningse, die werkt als apothekers-assistente, heeft haar tuin bijna dertig jaar geleden helemaal zelf ingericht. Ze heeft iets met bijen en hommels, fotografeert ze soms ook. ,,Ik word altijd blij als ik ze hoor. Wist je dat bijen een ander geluid maken dan zweefvliegen? En zweefvliegen zijn territoriaal. Als ik in tuin onder de sierappelboom zit, komt er vaak eentje om me heen vliegen, dan zit ik kennelijk in zijn gebied.’’

Rondzoemende insecten

Wel is het lastig de verschillende soorten uit elkaar te houden, erkent Hop, die al vast een veldgidsje heeft klaar gelegd. Wat dat betreft is het handig dat de telling nu wordt gehouden. Er zijn nog niet zo veel verschillende soorten te zien en de wel rondzoemende beestjes zijn nog enigszins uit elkaar te houden.

Al snel nadat ze met tellen is begonnen, heeft ze een wesp in het vizier die boven het mini-vijvertje scheert. ,,Die komt vast voor het water.’’

Ze loopt naar haar drie bijenhotels, die aan een muur zijn bevestigd. ,,Kijk, daar zit een bij. Hij kruipt net in een holletje.’’

Een paar kleine bijen passeren, te snel om op naam te brengen. ,,Zie je dat kleine zwarte beestje? Dat is er ook eentje.’’

Even later betrapt Hop een metselbij. Ook neemt ze een zoemende aardhommel waar. ,,Het is nu twaalf uur, je kunt echt merken dat ze wakker worden. Het is een heerlijke temperatuur voor bijen en hommels.’’
 

menu