In de wolken als een asielkind lacht

Het Wolkentheater vrolijkt deze maand de coronazomer van asielkinderen op en doet ook het Noorden aan. Mede-oprichter Adrijan Sinisa Rakić verheugt zich op de voorstellingen.

Veel asielkinderen in het Noorden worden deze maand getrakteerd op een circusvoorstelling van het Wolkentheater. Als zij ervan genieten, is ook Adrijan Sinisa Rakić blij.

Hij is regisseur, producent en soms speler van het theater en helemaal klaar voor de zomertoernee. ,,We zijn deze week begonnen in het azc in Gilze en Rijen en doen de komende weken in totaal maar liefst 29 azc’s aan in het hele land, ook de meeste in het Noorden. Zo druk hadden we het in een zomer nog nooit.’’

De 59-jarige Rakić kan dat weten. Hij stond 27 jaar geleden mede aan de wieg van de Stichting Wolkentheater. De stichting die zich helemaal richt op het maken en geven van voorstellingen aan kinderen in Nederlandse azc’s, en zo die kinderen een mooie dag wil geven.

Rakić weet hoe goed die jongens en meisjes zo’n mooie dag kunnen gebruiken. Hij was zelf ooit vluchteling, in de vroege jaren 90 toen op de Balkan het toenmalige Joegoslavië uit elkaar viel. Zijn vader was Serviër, zijn moeder kwam uit Kroatië, hij was een jonge theaterregisseur die zijn opleiding in Belgrado had gevolgd.

,,Op een bepaald moment kreeg ik de oproep om te gaan vechten’’, blikt Rakić terug. ,,Ik moest in het leger maar dat wilde ik niet. Ik ben gevlucht en uiteindelijk in Nederland terecht gekomen, in 1992. De situatie was hier toen heel anders dan nu. Het asielcentrum in Ter Apel waar vluchtelingen zich melden, was er nog niet, het COA was er ook nog niet. Opvanglocaties waren er wel en daarin zaten veel Joegoslavische vluchtelingen.’’

Rakić vond uiteindelijk onderdak in een kraakpand in Amsterdam, de stad waar hij nog altijd woont. Zijn vaderland had hij verloren, zijn liefde voor het theater niet. En in 1993 richtte hij met andere gevluchte kunstenaars uit Joegoslavië een theatergezelschap op dat ging spelen in opvanglocaties en dat het Wolkentheater ging heten.

,,Het eerste optreden vergeet ik natuurlijk nooit meer. Dat gaven we in een kazerne in Haarlem dat vol met vluchtelingen uit Joegoslavië zat, onder hen waren veel kinderen. Het optreden verliep goed, de reacties waren positief en vanaf toen bleven we spelen voor kinderen in azc’s.’’

En nu, 27 jaar later, bestaat het Wolkentheater dat nog altijd en Rakić nog altijd een van de drijvende krachten. ,,Het theater valt onder een stichting die door verschillende fondsen en ook gemeenten met geld wordt ondersteun. Ik ben in dienst van de stichting, het theater is zo ook mijn broodwinning geworden. Ik regisseer en produceer de voorstellingen en speel soms ook mee.’’ Waarbij de andere acteurs niet meer die van het eerste uur zijn.

,,We geven jaarlijks een voorstelling in de Sinterklaastijd en in de zomervakantie en doen dan veek azc’s aan’’, vertelt Rakić. ,,We betrekken de kinderen altijd actief bij de optredens. Zo gaven we in de vorige zomer een voorstelling met grote vogelpoppen die eindigde met een vrolijke disco. We gebruiken altijd zo weinig mogelijk woorden omdat de kinderen allerlei talen spreken en ons niet zouden verstaan. We werken met gebaren en mimiek.’’

In maart werden ook Rakić en zijn collega’s van het Wolkentheater geconfronteerd met de coronacrisis. ,,Net als de kinderen in de azc’s, zij kwamen ook in de lockdown terecht. Om hen op te vrolijken en te activeren hebben we in die periode onder de naam Circus Doe-Maar-Mee filmpjes online gezet die kinderen leert hoe ze met eenvoudige voorwerpen circusje kunnen spelen.’’

Op dat moment was het nog uiterst onzeker of het Wolkentheater in de zomer wel op tournee mocht en kon. Maar de regels staan dat inmiddels weer toe. ,,En dus reizen we deze maand met de voorstelling die ook Circus Doe-Maar-Mee heet, langs heel veel azc’s . In de voorstelling zitten goochel- en jongleertrucs waar we de kinderen als altijd bij betrekken.’’

Komende maandag bereikt de tournee het Noorden, dan wordt gespeeld in het azc in Sneek. Twee dagen later zijn de azc’s in Delfzijl en Assen aan de beurt, weer een dag later die in Zweeloo en Emmen. ,,We spelen overal in de buitenlucht en regelen dat we voldoende afstand tot de kinderen houden. In het asielcentrum in Ter Apel spelen we niet. Het COA vond dat, gezien de vele mensen die daar verblijven, te riskant.’’

Rakić heeft begrip voor dat standpunt en verheugt zich vooral op de lachende kindergezichten in al die azc’s. Als hij die ziet, is hij in de wolken en weet hij dat hij en zijn collega’s hun doel hebben bereikt.

menu