Kleikunstenaar Bart de Vogel.

In memoriam: Bart de Vogel uit Stitswerd, de man met het hart van klei

Kleikunstenaar Bart de Vogel. Eigen foto

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag: kleikunstenaar Bart de Vogel uit Stitswerd.

Er is een filmpje van Bart de Vogel. Daarin loopt hij, verkleed als zwerver, het dorp Stitswerd in en weer uit. Hij hield van verkleden, van spelen, van theater maken, improviseren. En hij hield van klei.

Het Stedelijk museum in Amsterdam had werk van hem. Het Boymans van Beuningen in Rotterdam ook. Het Singermuseum in Laren, het Slot te Zeist; keramist Bart de Vogel had zijn sporen bij de finefleur van de Nederlandse kunstwereld wel verdiend. Maar hij liep er bepaald niet mee te koop.

Zingzoemende draaischijf

Liever zat hij in Stitswerd in stille concentratie achter zijn zingzoemende draaischijf in atelier ‘Bevlogen Klei’, die hij dreef met zijn vrouw Loekie Vorst. Hij draaide er met rustige handen de grootste schalen van Nederland uit stukken broodklei van wel 10 kilo.

Uit het betoverende proces van klei, vuur, glazuur en rook ontstonden zijn vazen, schalen en plastieken. Op de website van het atelier kun je ze zien: de kleine roze olifant, zijn favoriete dier, de dooraderde schaal van ossenbloedglazuur, de vazenduo’s die als broers en zussen op een wonderlijke manier wel en niet bij elkaar horen.

De klei, zegt zijn vrouw Loekie, had zijn hart.

Op een foto van het ICO in Assen, waar hij les gaf, kun je zien hoe Bart de Vogel er 10 jaar geleden uitzag: een rijzige man- hij was op z’n sokken 1.92 meter lang- een kalme oogopslag onder haar zo wit als het T-shirt eronder. Een Viking, noemde dorpsgenoot Derwin Schorren hem in zijn afscheidsspeech.

Levenslange hekel

Bart de Vogel werd op 10 februari 1948 geboren in Amsterdam. Om te sparen voor een fiets, hielp hij als jongen zijn vader Klaas, die metselaar was, op de bouwplaats, waar hij stenen doormidden sloeg. Het was een rood nest, zijn ouders hadden elkaar gevonden in de AJC, de jeugdbeweging van de socialisten. Zijn vader staakte geregeld. Moeder Susanna maakte dan patat van knolraap- een groente waar hij een levenslange hekel aan zou overhouden.

Lezen ging hem niet goed af, hij verliet school zonder diploma. Hij ging naar avondopleiding van de Rietveld-Academie om keramiek en glas te leren bewerken. Om de studie te betalen werd hij etaleur in Haarlem en liep dagelijks van Amsterdam naar zijn werk. Na 1 jaar avondschool werd hij toegelaten tot de dagopleiding, die hij in 1971 voltooide.

Hij was in 1968 getrouwd met keramiste Mara van Os, met wie hij drie zoons kreeg: Jeroen, Joris en Jelle. Het jonge gezin woonde in Heusden, waar hij dankzij een stipendium van het Ministerie van cultuur kon werken aan het Keramisch Werk Centrum.

Maar hij wilde ruimte en een atelier.

Monumentboerderij

In Stitswerd stuitten ze in 1974 op een vervallen monumentboerderij, die geveild zou worden. Ze waren meteen verkocht en gingen er wonen. Bart was echter nog twee jaar lang docent aan de Sint Joost Academie in Breda en de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch en pendelde de eerste jaren heen en weer tussen Groningen en Brabant.

Zijn vader zou helpen bij de verbouw van zijn huis, maar verongelukte met zijn brommer voordat hij een steen had kunnen metselen. Zijn zoon, gezegend met zijn vaders gouden handen, verbouwde het hele huis. Om geld bij te verdienen werkte hij in Warffum bij de Aviko- Rixona patatfabriek, tot hij docent werd bij het ICO in Assen en het IVAK in Delfzijl.

Stitswerd had vroeger drie cafés geteld, een bakker, een school, een smederij, een kruidenier, maar was in de jaren ’70 langzaam aan het leeglopen. Bart en Mara de Vogel waren de eerste kunstenaars van het dorp- er zouden er nog vele volgen. Bart maakte wijn uit paardenbloemen en brandnetels. Legde een kaartje met de dorpsbewoners. Samen met vriend Ton Brandsen richtte hij Stitswerd op zijn Kop op, het jaarlijkse dorpsfeest. Met Ton en later ook met vriend Eric de Klerk maakte hij theatervoorstellingen voor en door de dorpelingen.

Rode besteleend

Zijn huwelijk met Mara was inmiddels gestrand, maar hij bleef in Stitswerd wonen, waar hij zich wijdde aan zijn kunst en de opvoeding van zijn zoons. Samen met kunstenares Loekie Vorst reed hij naar cursussen in zijn rode besteleend. Ze raakten in 1992 verliefd. Loekie reisde in dat jaar naar Japan om er een workshop te volgen, ze had vooral moeite met de onhandelbare klei daar.

Een jaar later reisde Bart naar Japan om de workshop ook te volgen. Hij had vooral moeite met de armoede daar, zag mensen onder bruggen slapen. Maar over het werken met de Japanse klei was hij razend enthousiast. Hij maakte er vrouwbeelden in zoutglazuur, waar hij zijn leven lang trots op zou zijn.

In 1995 trouwde hij met Loekie. Zij aan zij werkten ze in het atelier aan hun kunstwerken. Maatjes voor het leven waren ze, een twee-eenheid. Ze verbouwden de rest van het huis tot hun droomplek en kregen in 1996 een zoon- Toshi, vernoemd naar de gastheer in Japan.

Bart de Vogel was zo’n man van weinig woorden. Een stille kracht. Behalve als hij op het toneel stond, dan leek hij iemand anders. Hij speelde met verve de rol van Ferdinand PingPing tijdens de theatertournee van het IVAK. Niets was hem te gek als het ging om de praktische uitvoerbaarheid van zijn ideeën.

Steekvlam

Toen de Zeevaartschool in Delfzijl naar een nieuwe onderkomen verhuisde, bedacht hij dat er een levensgrote injectienaald in een even levensgroot nieuw hart gestoken zou worden. Niet uitvoerbaar? Natuurlijk wel. Moest er een stroboscoop komen voor het theaterstuk? Had niemand zo’n ding? Maakte Bart het toch gewoon zelf, en dat dan eerst twee keer een steekvlam de motor vernielde, ach. Het ging zoals het ging. Het was zoals het was.

Vanaf het begin heeft hij zich actief ingezet voor het dorpshuis, als organisator van activiteiten, vanaf 2000 als voorzitter, onder zijn leiding werd een aanvang gemaakt met de voorbereiding op de toekomst in het vergrijzende dorp.

Maar zijn gezondheid liet hem in de steek. Zijn longen waren aangetast door het jarenlange werken aan zijn eigen glazuren en door het Raku-procedé dat hij bezigde. Niet dat dat hem tegenhield: hij werkte gewoon door met een zuurstoffles.

Neuropathie maakte dat hij een been moest verliezen en maandenlang in Maartenshof moest revalideren; een crime voor de man die zo vol in het leven stond. Hij bleef doorgaan. Nam het leven geduldig zoals het kwam. Maar het bericht dat de ziekte ook zijn tweede been had aangetast, was een hard gelag.

Op 1 februari vierden ze hun beider verjaardag. Familie en vrienden kwamen langs. Hij genoot van het samenzijn, was wat stilletjes. ’s Avonds vertrok iedereen. Een uur later blies Bart de Vogel in alle rust zijn laatste adem uit.

Heel Stitswerd stond buiten toen hij onder klokgelui het dorp uit werd gereden. Als saluut aan de theatermaker, de optimist, de zachtmoedige, onverstoorbare, de zwervende, stille kracht die Bart de Vogel was.

menu