Frans met zijn grote liefde Marina, vastgelegd door straatfotografen in Hoorn.

In memoriam: Communist Frans de Smit uit Oude Pekela werd de woonwagenpastor van het Noorden

Frans met zijn grote liefde Marina, vastgelegd door straatfotografen in Hoorn. Eigen foto

Hij zong in communistische zanggroep De Smidse in Oude Pekela, klaverjaste er in de katholieke kerk en hij speelde er trompet, tuba en alles waarop je maar kan blazen bij christelijke fanfare Soli deo Gloria.

Frans de Smit was een veelzijdig mens, zoekend bovendien. Het bracht hem van Haarlem naar Nieuw Guinea, van Hoorn naar Oude Pekela naar de stad Groningen, naar alle woonwagenkampen van Noord-Nederland en naar de tribune van SC Veendam. Samen met zijn jongste zoon had hij er jarenlang een seizoenkaart.

Eigen wereld

Zijn boekenkasten puilden uit, hij verslond studieboeken en literatuur. Toen hij overleed, lag Gevallenen van Maxim Gorki naast zijn bed, dat hij voor de zoveelste keer las. Hij leefde voor een deel in zijn eigen wereld waardoor hij in gezelschap afwezig kon zijn. Ging hij met zijn vrouw en zoons op vakantie, dan gingen de computer en printer mee. Tot zijn overlijden was hij druk in de weer met zijn promotieonderzoek naar leven en werk van dichter en communist Henriette Roland Holst.

Hij werd geboren in Haarlem, waar hij vanwege de oorlog en armoede grotendeels opgroeide bij zijn oma en vrijgezelle tante. Bij zijn ouders kwam hij slechts op bezoek.

Vader op zijn negentiende

Gemakkelijk vond hij zijn jeugd niet. De gezinsconstructie was anders dan anders, hij voelde zich een buitenbeentje en was de enige in zijn omgeving die een vervolgopleiding ambieerde. Toen hij met die wens werd getreiterd, koos hij een ander pad. Hij ging weg. Hij was 15 jaar en tekende bij de marine. Zo kwam hij op uiteenlopende plekken van de wereld, onder meer in Nieuw Guinea.

Op verlof, thuis in Haarlem, maakte hij een meisje zwanger. Hij werd vader op zijn negentiende, trouwde en samen kregen ze nog drie kinderen.

Het gezinsleven verliep niet erg voorspoedig. Frans - dienstweigeraar ondertussen - scheidde na een aantal jaren, bracht zijn kinderen uiteindelijk onder bij zijn broers en zussen en wist niet wat hij van zijn leven moest bakken.

Marina

Hij besloot te gaan studeren, om te beginnen op de sociale academie. Tijdens een studieweekend in Amsterdam ontvluchtte hij de drukte van de hoofdstad en ging naar Hoorn, waar zijn zus woonde.

In een cafeetje in Hoorn, aan de ronde tafel, kwam hij naast Marina te zitten. Ze raakten in gesprek, hij 30, zij 19. Toen het café sloot, zaten ze nog te praten, waarop de eigenaar ze meenam naar zijn boerderij in Blokker waar ze bleven logeren. Hij las haar gedichten van Jan Hanlo voor, zij smeerde de volgende ochtend boterhammen met pindakaas.

Het weekend erop zagen ze elkaar terug. Hij had een cadeautje voor haar gekocht: Siddhartha van Herman Hesse. Zij had de roman Reis naar het Morgenland van dezelfde schrijver bij zich, voor hem.

,,We waren maatjes vanaf het begin’’, zegt Marina bijna 50 jaar na die eerste ontmoeting.

Ze waren hippies, vertelt ze. Ze mochten boven het café wonen, ze hadden alleen een matras op de grond. Ze maakten ‘s nachts strandwandelingen, ze zagen samen het fluorescerende zeelicht. Op blote voeten schuimden ze door Hoorn.

Naar Oude Pekela

Zij trachtte hem te verbergen voor haar ouders die het maar niks vonden, hun onschuldige meisje met een man van 30. In Hoorn waren die zomer straatfotografen in de weer om vrolijke voorbijgangers en zonnige koppels in beeld te brengen. De foto’s hingen de volgende dag in de etalages van sigarenwinkels. Marina ging ‘s ochtends in alle vroegte langs die winkeltjes om de foto’s - waar zij en Frans samen op stonden - te kopen, voordat die haar ouders of kennissen van haar ouders onder ogen zouden komen.

Diezelfde eerste zomer nog, biechtte ze haar ouders op dat ze bij hem bleef. Zijn jongste dochter kwam bij hun wonen. Ze verkasten met z’n drieën naar Winsum, want Frans ging andragogiek en theaterwetenschappen studeren in Groningen.

Frans kreeg een baan bij de school- en begeleidingsdienst in Oude Pekela. Marina werkte er als juf op de katholieke basisschool.

Pekela werd hun nieuwe woonplaats, waar hun twee zoons werden geboren en waar ze actief werden in de vredesbeweging. Daarin speelde de pastoor van de katholieke kerk een rol. Frans raakte op hem gesteld.

Frans, de communist, voelde zich meer en meer thuis bij de katholieke kerk en overwoog katholiek te worden.

Toen hij dat eenmaal was, wilde hij pastoor worden. Hij ging theologie studeren in Utrecht en verdiende ondertussen de kost door met randgroepjongeren in Stadskanaal te werken. Nadat hij zijn studie had afgerond, kreeg hij een baan als pastoraal werker in de Franciscuskerk in Groningen.

loading

De Kring

Hij ging op ziekenbezoek, trouwde echtparen, begeleidde begrafenisdiensten, doopte nieuwe parochianen. Met de komst van bisschop Eijk werd hij ‘weggepromoveerd’ naar de Theresiakapel in Hoogkerk, waar hij kennismaakte met de woonwagenbewoners van De Kring.

Toen de Theresiakapel werd opgeheven, benoemde de nieuwe bisschop (De Korte) hem tot onbezoldigd woonwagenpastor van de drie noordelijke provincies. Hij zegende de wagens, doopte de kinderen, trouwde echtparen. Zette zich in voor het welzijn van de woonwagenbewoners. Afgelopen januari nog kreeg hij de Christoffelpenning voor zijn werk voor reizigers, Roma en Sinti.

Toen was hij al ziek.

Hij werd steeds magerder, at minder, ging ten lange lesten naar de dokter. Die had geen goed nieuws. Frans was ernstig ziek.

Hij deed nog een dienst op aswoensdag, eind februari. De laatste weken van zijn leven was hij thuis, bij Marina. Ze vroeg hem in een van hun laatste onderonsjes hoe hij terugkeek op zijn lange leven. Het was een gelukkige tijd, zei hij en sloot op 17 april voorgoed zijn ogen.

Op de dag van zijn crematie maakte hij in de rouwwagen zijn laatste ronde over De Kring. Bijna alle bewoners stonden voor hun woonwagens om hun pater gedag te zeggen, voor de allerlaatste keer.

menu