Inspectie buigt zich opnieuw over klacht over Hanzehogeschool

Henk Pijlman in de Hanzehogeschool. Foto Jan Willem van Vliet

De Inspectie van het Onderwijs kijkt nogmaals naar een klacht van een klokkenluider over misstanden bij de Hanzehogeschool Groningen. Dat schrijft minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in antwoord op Kamervragen van Eppo Bruins van de ChristenUnie.

Kamerlid Bruins wilde uitleg van de minister over vermeende misstanden bij de Hanzehogeschool. Aanleiding voor zijn vragen was een opiniestuk in het Nederlands Dagblad van econoom en jurist Antonie Kerstholt.

Kerstholt beschrijft hoe een rapport van een oud-medewerker over deze ‘misstanden’ ten onrechte door de raad van toezicht van de Hanze terzijde is geschoven. Om wat voor misstanden het precies gaat, vermeldt Kerstholt niet.

Koen Schuiling, voorzitter van de raad van toezicht van de Hanze, reageerde in het Nederlands Dagblad met een ingezonden brief op de opinie van Kerstholt. Het rapport van Kerstholt bevat 'weinig feiten en veel oordelen', schrijft Schuiling.

Onderwijsinspectie

Zowel Kerstholt als de Hanzehogeschool stuurden het kritische rapport naar de Inspectie van het Onderwijs. Deze concludeerde op basis van het rapport en een gesprek met de raad van toezicht van de Hanze dat er geen reden was voor nader onderzoek.

Toch duikt de Onderwijsinspectie opnieuw in de zaak, schrijft minister Van Engelshoven . Onlangs bleek namelijk dat de melding uit december 2017 van Kerstholt niet bij de juiste persoon van de inspectie is beland. De inspectie onderzoekt of er misschien informatie mist en hoe dat heeft kunnen gebeuren.

‘Nietzeggende antwoorden’

Klokkenluider Kerstholt is niet te spreken over de antwoorden van de minister. Hij wijst op de politieke link tussen D66-minister Van Engelshoven en Hanzebaas Henk Pijlman, die voor D66 in de Eerste Kamer zit. Van Engelshoven houdt Pijlman bewust uit de wind, schrijft hij in een nieuw opiniestuk op ThePostOnline . Kerstholt: „De minister volstaat met nietszeggende en afleidende antwoorden.”

menu