Kajsa Ollongren heeft iets met Groningen en de Groningse mentaliteit. Haar Ministerie van Binnenlandse Zaken zal zich over de versterkingsoperatie ontfermen. Zal zij het verschil maken? We spraken de minister in Kolham.

H et uithangbord van activiteitencentrum Ecomotion aan de Hoofdweg in Kolham vermeldt dat het tijd is voor een feestje. En een klein feestje is het, in de kleine zaal. Daar zit Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken, te kijken naar de kindermusical Een Brief aan de NAM . De 12-jarige schrijfster/regisseuse van het stuk, Edith Holscher uit Harkstede, zit naast haar.

Deze privévoorstelling is speciaal voor de minister. Ze was vorige maand uitgenodigd voor de première, maar toen kon ze niet. De koning en de koningin trouwens ook niet. Rutte, Wiebes, Arie Slob, allemaal uitgenodigd, moesten eveneens verstek laten gaan.

Kajsa Ollongren is hier op haar eigen verzoek.

Edith vindt dat leuk van de minister.

Haar ministerie gaat over wonen, dus heeft Ollongren de versterking van de Groninger huizen in haar portefeuille. Ze is de laatste maanden vaak in Groningen geweest om te praten met bestuurders en bewoners.

Sommige gesprekken kwamen dicht bij Kajsa Ollongren zelf. Zoals dat gesprek in Westerwijtwerd. „Daar zaten de kinderen vlak voor hun eindexamen, die moesten gefocust zijn – en toen kwam die aardbeving. Waarop een moeder vertelde dat het eerste wat ze dacht was: hoe moet dat nou met dat examen? Ik heb ook kinderen, zij zijn ook bezig met hun eindexamen, ik kan me dus voorstellen hoe ontwrichtend zo’n beving kan zijn en welke directe impact dat heeft op de dingen waar je je eigenlijk mee bezig wilt houden.”

Ollongren is minister. Ze weet hoe ze met de krant moet praten. Dan laat je niet het achterste van je tong zien, je doet geen beloftes, je valt mensen niet af. Maar Kajsa Ollongren is van een ding overtuigd: de menselijke maat moet terug in de slepende kwestie over bevend Groningen.

Onveilig in eigen bed

Op het podium staan Hugo, Femke, Kyra, Nathalie, Iris, Gabrielle en Anouk, dansend en zingend uit te beelden in welke ellende de gedupeerde Groninger kinderen zich bevinden. Er zitten scheuren in hun slaapkamers. Ze voelen zich onveilig in hun eigen bed. En waarom moet je onder de tafel gaan zitten als de school instort? Dat is toch grote onzin!

De minister zit op de eerste rij. Edith kijkt af en toe naar haar.

Deze musical is Ediths idee. Ze vraagt zich al zo lang af waarom al die huizen in de steigers staan, ze is met haar ouders naar Den Haag geweest om te protesteren, wilde al een boze brief naar de NAM sturen, maar ze wist zeker dat die zou eindigen in de NAM-prullenbak. Een kindermusical, dat was een beter plan. Naar een kind luisteren ze wel.

Edith is blij dat ze iets heeft gedaan. Van niks doen word je alleen maar droevig.

Als het applaus is geweest, staat de minister op en zegt: „Jullie hebben recht op een veilig huis en daar ga ik alles aan doen. Ik ga ervoor zorgen dat het niet de instanties zijn die dat beslissen, want met de bureaucratie help je niemand. Ik wil dat de mensen zelf kunnen bepalen wat er moet gebeuren.”

De mens centraal. Dat klinkt mooi. Maar hoe?

Het vertrouwen van Groningers in Den Haag is nog nooit zo laag geweest als nu. Hoe wilt u dat terugwinnen?

„Ik z ei net tegen de kinderen van de musical: ‘Ik ga niks beloven’. Stel je voor dat ik het niet waar kan maken. Dat zou ik vreselijk vinden, mensen zijn al genoeg teleurgesteld. Ik maak me niet de illusie dat ik een verschil zal maken, maar wat ik heel graag wil, is dat het ministerie van BZK kan helpen die versterkingsoperatie vlot te trekken door de bewoners de regie te geven, en met hen de lokale bestuurders. Die zitten er het dichtste bij. De bewoners weten zelf vaak al wat de beste oplossing is, daar moeten ze hulp bij krijgen en dat kan de gemeente goed organiseren als wij daar vanuit Den Haag de goeie tools voor geven. Dat we het netjes geregeld hebben, met een uitvoerende organisatie, de Nationaal Coördinator Groningen, dat we weten dat het budget er is, dat er geen gedoe is over waar de rekeningen naartoe gaan, dat soort dingen, daar wil ik bij helpen.”

Die gemeentes vechten in een onafzienbaar woud vol papieren tijgers. Welke knopen kunt u doorhakken?

„Het is nu heel belangrijk om precies te weten waar de knelpunten zijn. Ik wil van de gemeentes weten wat er niet goed gaat. Dat kan iets praktisch zijn, dat er te veel organisaties betrokken zijn, soms loopt het misschien vast op wet- en regelgeving. Daar gaan we in Den Haag over, dat kan ik misschien aanpassen als dat nodig is. Als het probleem in de capaciteit zit, moet die capaciteit worden aangevuld. We gaan niet alles opnieuw bedenken. Dus de dingen die al gebeuren, zoals de aanpak van de versterking in Appingedam, Delfzijl en Midden-Groningen, gaan gewoon door. De nieuwe gevallen hoeven niet te wachten tot die projecten zijn afgerond. Want het beeld dat het allemaal werd stopgezet en alles aldoor anders moest, heeft dat laatste restje vertrouwen van de Gronin gers geen goed gedaan.”

Veel karakteristieke dorpspanden verdwijnen of zijn al afgebroken. Wat voor versterkt Groningen komt daarvoor in de plaats?

„Ik b en geen architect of aannemer, dus dat weet ik niet. De huizen die er nu staan, verhouden zich op een bepaalde manier tot de kerkjes, tot het landschap eromheen, daar moet je dus rekening mee houden. Tegelijkertijd wil je de bewoners de ruimte geven om te kiezen. Het is maatwerk. En die ruimte voor dat maatwerk vind ik echt heel belangrijk.”

In de k indermusical kwam een killerrobot voor. Waarmee het Hazard and Risk Assessment model werd bedoeld (HRA). Met dit model kan de seismische dreiging en het risico als gevolg van de gaswinning in Groningen worden berekend. In het boek Ik Wacht , een productie van deze krant, staat het verhaal van de familie Duut uit Appingedam. Hun nog niet eens zo oude huis is versterkt, omdat het op instorten zou staan. Maar hun buren, die in zes identieke huizen wonen op precies dezelfde grond, kregen na weging van deze killerrobot te horen dat hun huizen wel veilig waren.

Wat zegt u tegen de Groningers die momenteel het gevoel hebben in schijnveiligheid te leven?

„Wij waren vanochtend bij de Fazanthof in Ten Boer, een groep van dertig particuliere woningen, die worden gesloopt en opnieuw gebouwd. Daarnaast ligt een ander buurtje, dat niet wordt aangepakt, er zit letterlijk een straatje tussen. Dan is het heel belangrijk om aan mensen uit te leggen wat er gebeurt met dat andere stuk, want de mensen hebben daar allemaal de laatste aardbeving gevoeld.”

Kent u wijlen Jan Schaefer?

Lacht. „Jazeker.”

Hij was net als u wethouder in Amsterdam. Van hem was de uitspraak: ‘In gelul kun je niet wonen’. Gaat u op eenzelfde no-nonsense manier deze operatie leiden?

„Dat zou ik heel graag willen. Dat is ook een beetje de teneur van mijn gesprek met de bestuurders.”

Zo van kom op, doorpakken?

„Ja. Maar iedereen wil dat ook. We denken dat er nu een moment is om het zo te gaan doen. Dat de omstandigheden daar zijn.”

Waarom is het moment nu pas daar?

„Ja ik denk dat dingen toch een beetje in etappes hebben moeten gaan, en het is gegaan zoals het ging, en achteraf zouden we misschien willen dat het allemaal wat sneller was gegaan. Dus nu staan we daar en nu is het: oké, gaswinning terug en versnellen. En we zijn bereid tot onorthodoxe maatregelen.”

Zoals?

„Nou, we willen de aannemersvariant ook voor de versterking mogelijk maken. Dat de bewoners gaan bepalen wat ze willen, een aannemer inhuren en dat die aannemer aan de slag gaat. En we gaan niet meer beoordelen om te her-beoordelen en te her-her-beoordelen. De logica moet terug. Als er in deze straat versterkt gaat worden en de volgende straat niet? Dat is niet uit te leggen. En als het niet uit te leggen is, moet je het ook niet zo doen. Daar wil ik meer ruimte voor creëren.”

En de gemeentes zullen voldoende geld hebben om de problematiek aan te pakken?

„Het geld, daar mag het niet op vastlopen. En ook niet op uitvoeringscapaciteit. We hebben geen behoefte meer aan al die experts die langskomen voor het zoveelste rapport, we hebben behoefte aan professionals die luisteren. Ik heb gehoord van plannen die klaarlagen, afspraken tussen architect en aannemer, zonder dat er een gesprek was geweest met de bewoners. Nou ja. Dat kan natuurlijk niet.”

Wat hebt u geleerd van wat er mis is gegaan in dit dossier?

„De belangrijkste analyse is dat niet de mensen centraal hebben gestaan. Dat er een papieren werkelijkheid ontstond. Wat een groot probleem is, is dat mensen het vertrouwen zijn verloren. Dat komt, zoals we weten, te voet en gaat te paard. Mijn andere grote zorg is, dat mensen er letterlijk onder lijden. Groningers zijn nuchtere mensen en zullen niet zo snel zeggen dat ze zich niet goed voelen. Maar het is wel zo. En dat baart me wel zorgen. We moeten dat leed erkennen, en stappen zetten door nu de versterkingsoperatie echt anders te gaan doen. Zodat die op stoom gaat komen. Dat zijn we de Groningers verschuldigd. En daarmee zul je, hopelijk, over langere tijd herstel van vertrouwen zien.”

Die menselijke maat moet terug in álle geledingen, zegt ze. „Ik heb vanmorgen gezegd tegen de man van de NCG (Nationaal Coördinator Groningen, red.): als je praat met bewoners over hoe hun wijk wordt aangepakt, dan moet je ook zien hoe het met die mensen gaat. Omdat het mensen onder de huid is gaan zitten. Uit frustratie over de bijna absurde situatie die ze hebben meegemaakt, het gevoel totaal niet gehoord te zijn.”

Hoe gaat u de mensen het gevoel geven dat ze nu gehoord worden?

„Door naar ze te luisteren.”

Mooi hier

Kajsa. Zo heet de gans die Niels Holgersson over Zweden vloog. Het is, zegt ze, een in Zweden veel voorkomende afkorting van haar echte voornaam Karin. Ollongren heeft wel iets met het Noorden. Ze snapt de Groninger klemtoon: zegt Léérmens, Holwíérde.

„Ik ben zelf ook een beetje een noorderling, hoewel anders, want mijn moeder komt uit Zweden, maar ik herken wel een bepaald soort mentaliteit. Ik ben ook een beetje gereserveerd, kat-uit-de-boom-kijkerig, ik zal ook niet zo snel ergens om vragen. Maar de mensen hier zijn ook van het aanpakken, dus ik denk dat Groningers heel goed in staat zullen zijn om hun rol te spelen in die nieuwe aanpak. Iedereen weet hier heel goed wat nodig is.”

Het zou goed zijn, zegt ze, dat Groningen in de energietransitie van Nederland een centrale rol gaat spelen.

Haar stem daalt: „Want het is wel heel mooi hier, hoor.”

Wat vindt u mooi aan Groningen?

„Het groene, weidse.”

Is het Zweeds?

„Nou, het is een stuk platter. Maar de ruimte wel, ja, dat is echt heerlijk.”

Vorig jaar hield u de Ien Daleslezing. U boog zich daarin over de grondwet en zei: ‘Vrijheid, gelijkheid en tolerantie is wat het leven in Nederland mooi maakt’. U stelde in die lezing zichzelf de vraag wie u was, wat uw identiteit was, en waar u bij hoorde. Kunt u zich voorstellen dat veel Groningers nu denken: hoezo gelijkheid? Wij horen niet bij Nederland?

„Ja. Ik snap dat er geen begrip is bij mensen, omdat het lijkt alsof Den Haag niet bereid was om iets te doen. Dat zal er ongetwijfeld mee te maken hebben dat mensen denken: tellen wij dan niet mee? Maar de Nederlandse regering moet er voor iedereen zijn. Ik denk dat veel Nederlanders nu echt wel begrijpen waarom we de gaskraan dichtdraaien.”

Tenzij uw collega het woord ‘bevinkje’ in de mond neemt.

„Ja, maar hij versprak zich en heeft meteen zijn excuses aangeboden. Als hij die woorden zou kunnen terugdraaien, had hij dat onmiddellijk gedaan.”

We gaan u dus hier heel vaak zien?

„Zo vaak mogelijk. We moeten het zo organiseren dat het gewoon loopt. Maar het feit dat ik een keer in de week een speciale stafvergadering heb die gaat over Groningen, dat maakt wel uit, want dan denken ze ‘O ja, even alles op een rijtje zetten, wat moet er precies gedaan zijn voor volgende week’.”

De verwachtingen zijn hooggespannen.

„Ja. En die wil ik eigenlijk een beetje temperen. Ik ga geen beloftes doen die ik niet kan waarmaken. Misschien is dat dan wel een Gronings gezegde, eerst zien, dan geloven.”

Ja. Eerst zain, den leuvn.

Lachje. „Oké. Zo zeg je dat dus.”

Als Kajsa Ollongren weg is, praten de jonge spelers van de kindermusical nog lang na. „Ze was zo gewoon”, zegt Edith peinzend. „Net of ze geen minister was.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Groningen