Anke Jellema is blij is dat ze nog leeft.

Karin en Anke wilden niet meer leven en sloegen de hand aan zichzelf. Gelukkig werden ze op tijd gevonden

Anke Jellema is blij is dat ze nog leeft. Foto: Reyer Boxem

Ze wilden niet meer leven, ze sloegen de hand aan zichzelf. Net op tijd werden ze gevonden. Gelukkig maar, zo blikken Karin Minkhorst en Anke Jellema terug op hun mislukte zelfmoordpoging. Het is vandaag Wereld Suïcide Preventiedag.

Ten einde raad schreef ze een afscheidsbrief, die vooral gericht was aan haar zoontje van 4. Dat hij beter af was bij iemand die goed voor hem kon zorgen. Dat ze depressief was. Dat ze niet wist wie ze zelf was. Toen ze de brief had afgerond, slikte ze een grote hoeveelheid pillen. Haar zusje vond haar net op tijd.

‘Ik kon niet met het leven omgaan’

Karin Minkhorst (57) uit Blauwestad weet het nog goed. Het is 32 jaar geleden dat ze probeerde een einde aan haar leven te maken. Daarna worstelde ze vijf of zes jaar lang met zichzelf en de psychiatrie - en krabbelde op.

,,Ik kon niet met het leven omgaan, zo veel teleurstelling had ik meegemaakt, zo veel angsten. Ik vond het leven vreselijk, als kind had ik al suïcidegedachten. Dan dacht ik: ik gooi de deur van de auto open en spring eruit’’, herinnert Minkhorst zich.

Haar jeugd was niet makkelijk, zegt ze. Ze licht een tipje van de sluier op: angstige moeder, autistische vader, alcohol en huiselijk geweld. Ze probeerde voor haar twee zusjes te zorgen, maar ontvluchtte haar ouderlijk huis op haar zeventiende.

-----

Een heel ander beeld schetst Anke Jellema (34) uit Groningen. Haar thuis was warm en zorgeloos. Haar problemen ontstonden toen ze als vijfdejaars student geneeskunde co-schappen ging lopen. ,,Ik werd steeds chagrijniger en kribbiger. Ik reageerde nukkig als ik het eten niet lustte of als iemand z’n afspraken niet nakwam. Ik was bepaald geen leuk gezelschap. Achteraf bleek ik manisch-depressief te zijn.’’

Steeds langer en steeds vaker bleef ze overdag in haar bed liggen, ze at slecht, huilde veel, belde voortdurend met haar moeder die haar adviseerde naar de huisarts te gaan. Ze ging in therapie. ,,Het ging steeds verder bergafwaarts, ik kreeg suïcide-neigingen. Ik vroeg me alleen maar af wat het leven voor zin had. Voorgoed weggaan leek me de enige optie. Ik wist vanuit mijn studie dat er iets goed mis was.’’

Ze hield haar doodswens voor zich, ze viel iedereen immers al lastig met haar problemen. ,,Ik dacht: als ik dood ben, dan stopt het lijden, dan is iedereen bevrijd van mijn gezeur.’’

‘Toen werd ik gevonden’

Ze werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Drie maanden later kwam ze er opgefrist uit. ,,Ik had zin om verder te gaan met studeren en door te gaan met alles.’’

Om te voorkomen dat ze opnieuw zwaar depressief zou worden, ging ze hardlopen bij een atletiekvereniging waar ze haar vriend ontmoette. Een paar maanden later zakte ze opnieuw door haar hoeven, deed de deur dicht voor haar vriend. Hij bleef geduldig op haar wachten. Een nieuwe opname volgde.

Dat ritme van opname en zelfstandig door het leven gaan, bleef zich herhalen. Een jaar of vier geleden, wilde ze niet meer, zo waardeloos en hopeloos vond ze zichzelf. In de kliniek pikte ze een glas mee uit de keuken, brak het op haar kamer en sneed ermee in haar linkerpols. ,,Toen werd ik gevonden.’’

Ze is blij dat ze er nog is. ,,Ik heb een fantastisch leven, ik ben getrouwd met de liefste man op aarde, ik heb een baan die bij me past. Ik heb meer dan ik had durven hopen en dat vind ik heel bijzonder.’’

-------

Net als Anke heeft ook Karin Minkhorst een baan als ervaringswerker bij Lentis. Ze tracht mensen met suïcidale klachten te helpen, een baan die ze nu 14 jaar heeft, na tal van andere beroepen.

Minkhorst zegt dat de dood een onbesproken onderwerp is, dat zelfmoord een taboe is. ,,Ik vraag vaak aan mensen: is het echt dat je dood wilt, of weet je niet hoe je moet leven? Bij 80 procent geldt het laatste en dan heb je een heel ander gesprek.’’

Ze zegt: ,,Door contact met anderen heb ik mezelf leren zien. Vragen stellen is belangrijk.’’

Ze zegt dat ze blij is dat ze leeft. ,,Ik heb me lang schuldig gevoeld, tegenover mijn zoon. Hij is nu 36, mijn andere zoon is 29, mijn dochter 26. Ik had eerder de handvatten niet. Nu ben ik heel gelukkig.’’

Wilt u naar aanleiding van dit artikel praten of hebt u hulp nodig? Bel 0800-0113 of chat via 113.nl

menu