Jan Kloosterhof bij de graven van de zes omgekomen Canadese vliegers.

Jan Siks uit Ter Apel belandde na kranslegging voor Canadese vliegers in het concentratiekamp

Jan Kloosterhof bij de graven van de zes omgekomen Canadese vliegers. Foto Boudewijn Benting

Op 23 november 1943 stort een geallieerde bommenwerper neer nabij de Kloosterveenweg in Ter Apel. Zes bemanningsleden komen om het leven. De Duitsers verbieden elk eerbetoon, maar toch werkt Jan Siks (22) mee aan een kranslegging. Hij wordt gearresteerd en belandt uiteindelijk in het concentratiekamp Buchenwald waar hij overlijdt. Jan Kloosterhof (74) uit Emmen legde zijn verhaal vast.

Een kar met zes lijkkisten rijdt op donderdag 25 november 1943 voortgetrokken door twee paarden ratelend door de straten van Ter Apel. De familie Kloosterhof kijkt in de tuin met de families Siks en Egberts zwijgend toe hoe de kar met de lichamen van de Canadese vliegers naar de algemene begraafplaats rijdt.

Zes witte grafstenen vertellen het verhaal dat 77 jaar geleden begon

Driekwart eeuw later staart Jan Kloosterhof (73) uit Emmen zwijgend naar de zes witte grafstenen. Hij begon enkele jaren geleden een speurtocht naar de gebeurtenissen die leidden tot de dood van Jan Siks, de buurjongen die veel bij zijn ouders over de vloer kwam. Kloosterhof kon niet voorkomen dat oude wonden werden opengehaald.

Het verhaal van de dood van Jan Siks begint op 23 november 1943. Op een heldere herfstavond stijgt om 19.58 uur (Engelse tijd) een Lancaster-bommenwerper op van de vliegbasis Gransden Lodge. Ze razen over een donkere Noordzee richting Duitsland als van de Duitse vliegbasis Fliegerhorst in Leeuwarden Duitse piloten het luchtruim kiezen om de bommenwerpers te onderscheppen. Ten zuiden van de stad Groningen komt het tot een confrontatie, waarbij de Lancaster wordt geraakt en uiteindelijk neerstort vlak achter de boerderij van de familie Mulder aan de Kloosterveenweg in Ter Apel. Zes bemanningsleden komen om het leven.

Kloosterhof leest in stilte hun namen en leeftijden op het witte steen: Gezagvoerder luitenant Henry Keith Le Froy (24), luitenant Raymond Gardiner, radiotelegrafist (23 jaar), tweede Luitenant Peter.J.M. Scott (24), tweede luitenant Jim G. Odell, boordschutter (28), sergeant-majoor J.G.S. Kavanaugh, staartschutter (25) en luitenant W.J. (Bill) Lawrence, bommenrichter (24 jaar).

Alleen navigator overleeft de crash

Luitenant Peter Cole, de navigator, is de enige overlevende. Kloosterhof stuit in het boek Van veensoldaat tot Pools bevrijder (Peter Smit en Jaap Spanninga) op zijn verslag. Cole vertelt: ‘Op een gegeven moment begon het toestel hevig te schudden. Volgens mij het gevolg van een paar voltreffers van een nachtjager. Le Froy gaf de boordwerktuigkundige opdracht om te onderzoeken wat er aan de hand was. Toen deze terugkwam meldde hij, dat Odell (bovenste boordschutter) en staartschutter Kavanaugh dood waren. Daarop vloog een der linker motoren in brand en we waren niet in staat de brand te blussen. Ondertussen was het toestel al vrij dicht de plaats Ter Apel genaderd toen het bevel werd gegeven om de bommen af te werpen.’

Die belanden in de bossen rond de Polderputten, ten zuidoosten van Ter Apel net voor de Duitse grens. Cole: ‘Het vuur in het vliegtuig verspreidde zich, het was daardoor onbestuurbaar geworden en we kregen bevel om het toestel te verlaten. Terwijl ik nog bezig was om Le Froy te helpen met z’n parachute, de telegrafist Gardiner een noodsein gaf en Lawrence bezig was om het ontsnappingsluik te verwijderen, was er opeens een geweldige explosie. Ik herinner me vaag, dat ik nog een tijdje aan het stuurboordraam hing en vervolgens aan mijn valscherm naar beneden zeilde.’

Een paar doffe knallen

Ilbinus Kloosterhof heeft een klein bouwbedrijf. Hij ziet hoe de bommenwerper uit de lucht valt. Jaren later vertelt hij aan zijn zoon Jan: ‘Dinsdagavond 23 november 1943 hoorden wij zoals zo vaak vliegtuiggeronk. Maar deze keer ook een paar doffe knallen. Kort daarop pal boven ons weer vliegtuiggeronk en een doffe dreun. Ik zag dat er brand was, ben op de fiets gesprongen en op onderzoek uitgegaan. Het bleek dat het vliegtuig brandend neergestort was achter de boerderij van de familie Mulder, aan de Kloosterveenweg. Bij de Mulders zag ik drie overleden vliegers in de paardenstal liggen. Op dat moment waren er nog geen Duitse militairen aanwezig, wel marechaussees die ons maanden het terrein van de boerderij te verlaten. Later hoorde ik dat er nog drie omgekomen bemanningsleden uit het wrak geborgen zijn.’

Cole landt op een akker. Hendrik Gengler komt toevallig op de fiets voorbij en neemt de vlieger mee naar zijn boerderij. Maar dit blijft niet onopgemerkt, want enkele uren later staat de marechaussee voor de deur en ze nemen de navigator mee. De Canadees brengt de rest van de oorlog door in een krijgsgevangenkamp.

Zes bemanningsleden stilletjes begraven

De zes bemanningsleden worden stilletjes begraven. De bevolking krijgt een waarschuwing: een eerbetoon is ten strengste verboden. Jan Siks heeft daar zo zijn eigen ideeën over. Kloosterhof: ,,Hij werkte op de stadsboerderij die de gemeente Groningen hier toen nog had. De familie Siks woonde naast ons en hij kwam veel in de werkplaats van mijn vader. Hij kon het goed vinden met Siert Rozeboom, een broer van mijn moeder die bij ons was ondergedoken om dwangarbeid in Duitsland te voorkomen.’

Siert en Jan worden vrienden. De eerste komt met het idee voor een kranslegging. Ze halen een gebruikte krans van de begraafplaats en versieren deze met linten waarop ze ‘een laatste groet van twee goede vrienden’ schrijven. Maar ze brengen de krans niet naar de graven, Jan neemt deze mee naar huis. Zijn zus Janny Siks, inmiddels overleden, vertelt later aan Kloosterhof: ‘Ik wist van niets. Toen ik de volgende dag van school thuiskwam, gingen de deuren van de bedstee open en haalde Jan een krans tevoorschijn.’ Een buurvrouw komt op bezoek. ‘Ze stelde voor dat zij en ik de krans dan maar zouden brengen. Ik durfde eigenlijk niet, ik was dertien, maar ben uiteindelijk toch meegegaan. Nadat we de krans op de graven gelegd hadden, kwamen we op de terugweg een bekende Ter Apeler NSB’er tegen. Die moet ons verraden hebben.’

Kranslegging wordt Jan Siks fataal

Niet lang daarna staat de marechaussee voor de deur. Janny en de buurvrouw worden meegenomen en verhoord. Uiteindelijk vertellen ze alles wat ze weten. De agenten brengen dan een bezoek aan de families Kloosterhof en Siks. Aafke Kloosterhof ziet ze komen en waarschuwt haar broer dat hij moet vluchten. Kloosterhof: ,,Ze vroegen mijn moeder waar Siert uithing. Ze vertelde dat hij was vertrokken en dat ze geen idee had waar hij was. Blijkbaar was dat voldoende, want ze kwamen niet meer terug.’’

Maar voor Jan Siks loopt het anders af. Hij ziet niet in wat hij verkeerd heeft gedaan en is die dag gewoon naar de stadsboerderij gegaan. Hij wordt gearresteerd en komt in het huis van bewaring in Groningen terecht. Kloosterhof: ,,Hij schrijft op 17 januari 1944 een brief aan zijn familie dat hij naar Vught wordt overgeplaatst. In dezelfde brief feliciteert hij zijn zus Janny met haar verjaardag en hij hoopt dat hij snel weer bij hen zal zijn.’’

Gevangene 8734

In Vught krijgt hij het nummer 8734. In zijn brieven informeert hij naar zijn familie, vraagt om tabak en scheerspullen, bedankt zijn vader voor de wollen sokken en vraagt hem de stroop de volgende keer niet in papier te verpakken maar in een glazen pot te doen.

Dan wordt hij weer overgeplaatst, eerst naar Sachsenhausen en op 6 februari 1945 komen hij en 2498 andere gevangenen in het concentratiekamp Buchenwald terecht. Hij krijgt een nieuw nummer: 30356. De omstandigheden zijn erbarmelijk. Hij sterft op 7 april 1945, vier dagen voor de bevrijding van Buchenwald.

De familie krijgt pas in juni 1946 bericht van het Rode Kruis dat hij is overleden. Jans lichaam wordt nooit teruggevonden. Een graf is er niet. Zijn dood dreunt nog lang na. Siert Rozenboom weigert er na de oorlog ooit nog over te spreken. Janny Siks ontmoet in 2003 tijdens een herdenking familie van de zes omgekomen bemanningsleden. Kloosterhof: ,,Die wisten niet wat er met Jan was gebeurd. Maar hij was dus eigenlijk het zevende slachtoffer.’’

menu