Frans Kerver: ,,Je ziet dat wij niet kunnen omgaan met ellende en sterfelijkheid.''

Frans Kerver uit Feerwerd ontving als eerste Nederlander een basisinkomen: 'Je hebt veel meer aan tijd dan aan geld'

Frans Kerver: ,,Je ziet dat wij niet kunnen omgaan met ellende en sterfelijkheid.'' Foto: Corné Sparidaens

Hij was de eerste Nederlander die een basisinkomen van 1000 euro per maand ontving, gedurende een jaar. Frans Kerver hoort, nu het crisis is, van alle kanten dat dat basisinkomen zo’n gek idee niet is. ,,Ik ben bang dat het de kans pas krijgt als de crisis nog veel langer duurt.’’

De adoptiebomen, daar kennen veel mensen hem van. Frans Kerver (58) is niet alleen tekstschrijver; samen met zijn vriendin Vivian heeft hij Tuinindestad opgericht.

Daar komen ecologisch tuinieren en mensen samen en het is zodoende een bron van ideeën, zoals de adoptiebomen. Dat zijn kerstbomen mét kluit, die klanten begin december halen en begin januari terugbrengen in de hoop dat ‘hun’ boom over een jaar weer in hun huiskamer staat.

Iedereen hetzelfde inkomen: sublieme oplossing

Kerver denkt de wereld er iets beter van te maken, iets minder verspillend. Dat is zijn insteek. Vandaar ook dat hij een groot voorstander is van het basisinkomen, een inkomen waarbij iedere volwassen burger elke maand hetzelfde bedrag krijgt van de overheid. Het maakt niet uit of en hoeveel hij of zij per maand verder verdient en evenmin is het van belang welk bedrag hij of zij op de bank heeft staan.

Kerver weet nog precies wanneer hij voor het eerst van het basisinkomen hoorde. Hij zat, thuis in Feerwerd, televisie te kijken. ,,Rutger Bregman vertelde erover in Tegenlicht . Ik werd erdoor verrast. Wat een simpele en sublieme oplossing, dacht ik.’’

Een oplossing voor het vat vol problemen dat het uitkeringsstelsel is. ,,Dat brengt zo veel regeltjes en bureaucratie met zich mee. En zit je eenmaal in die molen, dan loont werken niet. Het basisinkomen combineert de individuele vrijheid van mensen met solidariteit.’’

Alsof de werkloze iets fout doet

Beter kan het niet, vond Kerver, die zelf twee keer in de bijstand zat. De eerste keer was hij begin 20, toen hij zijn opleiding tot welzijnswerker had afgerond en strandde tijdens zijn eerste baan in een opvanghuis voor kinderen. De tweede keer liep hij tegen de 30 en had hij de bibliotheekacademie afgerond.

Volgens hem schuilt het probleem van werkloosheid in hoe het wordt gezien. ,,Het is alsof de werkloze iets verkeerd doet, alsof hij fout is, terwijl werkloosheid een collectief probleem is dat om een collectieve oplossing vraagt: het basisinkomen. De simpelste vorm van samen delen.’’

‘Niet dat kinderachtige’

Na de bewuste Tegenlicht -uitzending sprak hij erover met een clubje Groningers die iets wilden doen met dat basisinkomen. Ze zamelden geld in om een jaar lang iemand zo’n vast inkomen van 1000 euro per maand te geven.

Dat werd Frans Kerver.

,,Er was een gezicht nodig voor de campagne en dat werd ik. We hadden binnen honderd dagen 12.000 euro bij elkaar en toen kreeg ik van 1 juli 2015 tot 1 juli 2016 elke maand 1000 euro. Direct aan het begin van de maand hè, niet dat kinderachtige aan het eind van de maand.’’

‘Vrije tijd is belangrijk’

Hij was op dat moment tekstschrijver. Zijn partner Vivian had een baan bij de gemeente Assen. Ze verdienden zo veel geld dat ze niet wisten wat ze ermee moesten. ,,Vivian had een soort droom, een plek aan de rand van de stad waar ze een tuin wilde beginnen, waar mensen elkaar konden ontmoeten en vrijwillig samenwerken. In 2009 zijn we daarmee begonnen; ik werd erin meegetrokken. We hadden geen vastomlijnd plan of idee, alleen dat het een plek moest zijn om leuke dingen te doen, een plek die gaandeweg steeds mooier moest worden.’’

Dat hij zomaar 1000 euro per maand kreeg, veranderde zijn leven. ,,Het werd een stuk relaxter, ik hoefde minder te werken. Ik heb in dat jaar besloten om nooit meer ‘s avonds te werken. Vrije tijd is belangrijk.’’

Klaploper

De reacties op het basisinkomen waren wisselend. Iedereen die hij zag en sprak was positief, maar via social media werd hij ook beschimpt en bespot. Een klaploper was hij.

Natuurlijk, hij weet ook wel dat het basisinkomen niet voor de hemel op aarde zal zorgen, dat er haken en ogen aan zitten. Dat het geen maatwerk is. Toch is hij ervan overtuigd dat het de wereld beter en mooier maakt. ,,Het is allang onderzocht en bewezen dat in een economie waar de inkomensverschillen klein zijn, het onderlinge vertrouwen groot is.’’

Ondernemingszin

Hij denkt dat het basisinkomen ook de financieel-economische positie van mensen verbetert. ,,Ik denk dat mensen door de zekerheid van eten en een dak boven hun hoofd ondernemender worden. Ze kunnen kiezen wat ze met hun tijd doen: werken, studeren, de kinderen grootbrengen, voor hun oude moeder zorgen of een gitaar bouwen. Een vaste basis vergroot de innovatiekracht en weerbaarheid van mensen.’’

Hij snapt eigenlijk niet waarom we vastzitten in ons huidige stelsel. ,,Kijk naar kinderen, hoe die de wereld ontdekken. Geef ze ruimte en vertrouwen en ze ontdekken de wereld en hun eigen mogelijkheden. En wat doen we met volwassenen? Precies het omgekeerde, waardoor we zitten met een lethargische en consumptieve maatschappij.’’

Minister-president

Zelf groeide hij in de jaren 60 en 70 op in Oldenzaal, als jongste van vier kinderen. Zijn vader was fabrieksarbeider en thuis was studeren het adagium, zodat de kinderen het beter zouden krijgen.

In klas 6 van de lagere school vroeg de meester ieder kind wat hij wilde worden. ,,Minister-president’’, antwoordde de 12-jarige Frans, wat hem op hoongelach kwam te staan. Hij weet nog waaróm hij premier wilde worden. ,,Het gaf niet dat we thuis weinig geld hadden, maar het stak me dat andere kinderen een nieuwe fiets kregen voor hun eerste communie, dat ze op vakantie gingen en thuis een auto hadden. Het voelde als onrecht. Armoede is schaamte, die naar minderwaardigheid leidt.’’ Als minister-president zou hij dat probleem van ongelijkheid aanpakken.

Inmiddels maakt hij zich net zo druk over het klimaatprobleem. En nu woedt er ook nog corona in de wereld. Hij probeert er zorgvuldig iets over te zeggen. ,,Je ziet dat wij niet kunnen omgaan met ellende en sterfelijkheid. Dat was gewoner voor vorige generaties. Wij willen per se controle om het gevaar buiten te sluiten. Maar ja, hoe had het anders gemoeten?’’

Een uitgelezen kans

Hij heeft niet de illusie dat corona de wereld verandert, al is het een uitgelezen kans. ,,We kunnen natuurlijk met veel minder toe. Je hebt immers veel meer aan tijd dan aan geld. Ik hoop dat corona een einde brengt aan de ratrace waarin we nu zitten, met alle gevolgen van dien voor het milieu en de onderlinge ongelijkheid.’’

Hij vreest dat ook het basisinkomen andermaal op de plank blijft liggen, al gaan er in de politiek van links tot rechts stemmen op om het basisinkomen alsnog in te voeren. ,,Als we nu, ten tijde van de coronacrisis, al een basisinkomen hadden gehad, dan waren alle maatregelen overbodig, dan was iedereen zeker van een vast inkomen. Het grootste argument tegen het basisinkomen was altijd dat het te duur was. Een non-argument, want moet je zien hoeveel geld er nu klakkeloos wordt uitgegeven.’’

Hij schudt zijn hoofd. ,,Het basisinkomen komt er pas als deze crisis nog veel langer duurt, als alle andere opties zijn uitgeput.’’

menu