Jesse de Boer en zijn vriendin Linda de Munck, op het balkon van hun huis in Groningen.

In de stad Groningen raken vooral jongvolwassenen besmet met corona. Net als Jesse (26). Dit deed Covid-19 met hem

Jesse de Boer en zijn vriendin Linda de Munck, op het balkon van hun huis in Groningen. Foto: Reyer Boxem

De cijfers van de GGD Groningen in de maand augustus leren dat circa de helft van de coronabesmettingen vastgesteld wordt in de leeftijdsgroep van 18 tot 30 jaar. „Ik ben redelijk voorzichtig”, zegt mijn zoon, Jesse (26). Dat redelijk is niet genoeg. Hij raakt besmet met Covid-19, bron onbekend.

Het is zaterdag vroeg in de avond als de telefoon gaat. Ik zie dat het mijn zoon Jesse is die belt. Als ik opneem klinkt hij vrolijk als altijd. „Mag ik Joop even”, vraagt hij.

Meestal gaan de gesprekken tussen mijn zoon en zijn stiefvader over voetbal of klussen. Of hij wil iets van ons lenen: de auto, een boormachine.

„Wat moet je hebben”, vraagt Joop gekscherend.

Dan wordt het stil. Ik hoor aan deze stilte en de ademhaling van mijn man dat dit gesprek anders is. Ze nemen snel afscheid.

Mijn man blijft staan, duidelijk van slag. „Jesse heeft positief getest voor Corona”, zegt hij.

„O”, zeg ik.

„Hij wilde het niet zelf aan jou vertellen, omdat hij bang was dat je in paniek zou raken.”


Notities van Jesse de Boer (front-end developer):

Donderdagavond.

Beetje moe en geen zin meer in terrassen, lekker naar huis gegaan. Opeens knallende koppijn. Temperatuur 38.3 graden. Per direct een afspraak gemaakt op coronatest.nl . Voor de zekerheid. Morgen kan ik testen.

’s Nachts rillerig, grieperig.

Vroeg in de ochtend is mijn temperatuur nog maar 37.3. Dat stelt me gerust


Vrijdag.

Niet echt kunnen focussen op dingen, zweterig, koortsig. Niet benauwd maar wel moeite met doorademen. Na een paar keer goed doorademen of even gapen is dit gevoel snel weer weg.

Naar de test toe gefietst, het is warm buiten, ik voel me prima. Ik zal het wel niet hebben want ik hoor altijd verhalen over mensen die niet eens meer 100 meter even kunnen lopen, terwijl ik sneller fiets dan de rest.

Bij het UMCG netjes geholpen, heel professioneel, geen wachtrijen. Eigenlijk direct daarna bedacht dat ik er het goed aan heb gedaan om me te laten testen, maar dat het waarschijnlijk niet echt iets zal zijn. Hele tijd thuis gebleven, gekookt, voel me alweer een stuk beter. Wel moe nog.


Zaterdag.

Een beetje rillerig en ziekjes, lichtelijk benauwd, maar na even flink wat fruit, een kop koffie en genoeg water voel ik me wel weer goed. Wel een vreemde pijn bij aanraking, alsof ik me heb verbrand.

Om vier uur het telefoontje dat ik positief getest ben op Covid-19. Of ik het had verwacht, vraagt de GGD medewerker. Nee, niet echt. Ik schrik niet echt heel erg, maar helemaal gerust ben ik ook niet. Want al ben ik jong en gezond, er gaan wel mensen dood aan de ziekte. Of ze houden er blijvende schade aan over.

Temperatuur bij slapen 37.3, vooral even last van benauwdheid maar dit kan ook heel erg in mijn hoofd zitten, want door wat praten met Linda had ik afleiding en voelde ik mij normaal.


Meteen bel ik Jesse terug. We hebben een kort en rustig gesprek.

Donderdag – drie dagen voor het telefoontje – zei hij bij thuiskomst tegen zijn vriendin Linda: „Ik heb zo’n rare hoofdpijn.” Ook had hij een wat grieperig gevoel.

Waar hij het virus opgelopen heeft, weet hij het niet. Ze zijn redelijk voorzichtig, hij en Linda. „Misschien op een terras, daar was van de week wel een groep luidruchtige Brabantse jongeren. Het kan dat ik er te dicht bij ben geweest.”


Zaterdag.

Morgen word ik gebeld voor bron- en contactonderzoek. Zelf heb ik de mensen al geïnformeerd bij wie ik vrijdag was.

Waar de besmetting vandaan komt? Geen flauw idee! Misschien tijdens het uit eten, op het terras, ergens toch te dichtbij in de kroeg, iemand die te dicht langs mij liep, of gewoon buiten op een doodnormale plek.

Ondanks dat voel ik me er toch schuldig om tegenover mijn vrienden, alsof ik er iets aan kan doen en sorry moet zeggen.


In ruim de helft van de gevallen is er een besmettingsbron bekend.

„In het begin kwam het nog wel eens voor dat mensen geen idee hadden waar ze de besmetting hadden opgelopen”, zegt Hanneke Mensink van Veiligheidsregio Groningen. „Nu zien we gelukkig steeds vaker dat nieuwe besmettingen leiden naar een contact van een andere besmetting.”

Voor Jesse blijft de besmettingsbron een raadsel. De GGD doet een bron- en contactonderzoek. Jesse heeft zes namen genoemd. Ze testen allen negatief.


Zondag.

De benauwdheid is weg. Adem fijn door en dat geeft geruststelling. Temperatuur 37.4, ook echt nog wel een grieperig gevoel. Alsof ik te lang op stap ben geweest, zo voelt het, neus vol en keelpijn voornamelijk.

Voel mijn longen wel echt zitten maar heb er geen pijn aan. Dit kan natuurlijk ook psychologisch zijn, want nu let ik er echt op. Wat ik vooral weer merk is de huidpijn op mijn rug, alsof ik mijn rug te lang in de zon heb gehad.

Gisteravond wat doelen gesteld voor vandaag om wat ritme te krijgen. Dus lekker een boek lezen, Formule 1 kijken en wat rustige dingen doen. Vanmiddag even een middagdutje misschien voor extra rust, voor nu vooral een normaal ritme (22/23 uur tot 9 uur slapen) aanhouden.


„Het aantal mensen in Groningen dat is besmet met Covid-19 is laag, maar uit de landelijke gegevens blijkt dat in de groep mensen van 20-29 jaar het aantal besmettingen hoger is dan in de andere leeftijdsgroepen”, zegt professor Ymkje Stienstra, specialist infectieziekten van het Universitair Medisch Centrum Groningen.

„Mensen met Covid-19 in deze leeftijdsgroep hebben minder vaak medische zorg nodig. Toch is het belangrijk om dit in de gaten te houden; jongeren kunnen ook contact hebben met mensen van andere leeftijdsgroepen die juist wel meer risico lopen op een ernstiger verloop. Er zijn natuurlijk ook jongeren die kwetsbaar zijn door een onderliggende ziekte. Bovendien kunnen jongeren klachten hebben waardoor ze niet naar een ziekenhuis hoeven maar wel ziek thuis moeten blijven waardoor ze werk en studie missen.’’

Doemscenario’s

Maandag. Als donderdag dag 1 was, dan is het nu dag 5. Ik bel Jesse in de loop van de middag.

„Gaat goed hoor”, zegt hij. ,,Ik vergeet af en toe dat ik het heb.’’

,,Dat is ook een symptoom”, lach ik.

Terwijl ik het zeg realiseer ik me dat het wel degelijk waar is. Maar dan gaat het over Covid-19 patiënten die bijvoorbeeld op de IC hebben gelegen. Zij kunnen cognitieve en psychologische klachten ervaren.

Stienstra: „Ziek zijn kan vooral bij ouderen leiden tot verwardheid of een verergering daarvan. Dat zien we ook vaak bij andere infectieziekten die leiden tot koorts. Als mensen opgenomen zijn geweest, hebben ze vaak een lange tijd nodig om weer aan te sterken. Hoe lang dit duurt, verschilt sterk per patiënt.”

De overheidsmaatregelen zijn veel te slap

Ik probeer niet te lang stil te staan bij wat er allemaal zou kunnen gebeuren, zoals ik alle verhalen die ik van en over patiënten heb gelezen negeer. Ze zoemen ergens in mijn hoofd, maar ik laat ze niet toe. Want naast het standaard schrikbeeld van beademingsmachines en IC, is er zoveel meer.

Dat meer reist al dagen met me mee. Covid-19 is een SARS-virus (de officiële naam is SARS-CoV-2) dat de longen kan aantasten, maar ook de rest van het lichaam. Toen ik nog zorgeloos ­– de ziekte bleef ver van mijn bed – op Twitter en Instagram verslagen van getroffen families las, sloeg ik onbewust de ergste dingen op: de geamputeerde benen, de hersenbloedingen, de schade aan het hart. De dood.

Om het op afstand te houden volg ik de cijfers in de rest van de wereld, niet die van Nederland. Immuun voor het nieuws ben ik niet.

„Veel te slap”, zeg ik, als ik hoor wat de nieuwe overheidsmaatregelen zijn.

„Een dictatuur”, roepen de Tweeps.

Tot je het zelf krijgt. Of je kind. Of je moeder. Of je man. Dat is wat ik denk als ik de opstandigheid lees.


Maandag. Eigenlijk alles weg behalve de rillerigheid soms. Temperatuur weer gemeten en die is weer 36.5 graden!

Voor de uitvaart kregen we een inlogcode

Ik kan relativeren, ik zie aan de cijfers dat de meeste mensen de ziekte goed doorstaan. Maar ik zie ook de ontsteltenis. De eenzame mensen op hun sterfbed. Geen familie erbij. Een laatste groet via FaceTime. Een enkele keer een foto van een hermetisch ingepakte dochter die afscheid van haar vader mag nemen. Maar vooral isolement. Ook in het rouwen.

Onze overbuurvrouw overleed in maart. We konden de weduwnaar, onze buurman, alleen ons medeleven tonen door bloemen te laten bezorgen en vanaf de overkant van de straat met hem praten. Voor de uitvaart kregen we een inlogcode. Zo konden we het afscheid online volgen.

Wat niet lukte. De link werkte niet.


Dinsdag. Niks meer aan de hand, behalve dat opeens mijn reukvermogen compleet weg is. Kan geen koffiebonen meer ruiken, de geurkaars niet, niks.

Ik weet dat bij sommige patiënten reukverlies het eerste symptoom is. Bij Jesse komt het als laatste. Want afgezien van de niet werkende neus voelt hij zich prima.

Stienstra noemt het reukverlies een kenmerkende klacht van Covid-19. „We zien het ook wel vaker bij andere infecties optreden. De percentages van de mensen die deze klacht hebben door Covid-19, verschillen sterk tussen verschillende studies. Het trekt bijna altijd weer bij in de weken tot maanden na het ziek zijn.”

Ze zitten op elkaars lip

Ook als de reuk nog niet terug is, ben ik symptoomvrij. Dus als het zo doorgaat mag ik vrijdag weer naar buiten.

Vriendin Linda de Munck, inspirator, spreker en schrijver op het gebied van seksualiteit, is er blij mee, want ze zitten op elkaars lip in hun kleine appartement in Groningen. Dat ruimtegebrek was juist de reden om een grotere woning te zoeken, vooral omdat Linda veel thuis werkt en Jesse – in coronatijd – ook.

Volgens GGD-advies moet Linda, nadat Jesse hersteld is, nóg tien dagen in quarantaine blijven. In theorie kan zij tot aan Jesse’s herstel toe besmet worden. In de praktijk gaat de GGD er van uit dat Linda al besmet is. Maar zeker weten ze het niet. Ze heeft geen klachten. Het geeft een hoop onzekerheid. Ze overweegt zich toch te laten testen. Want heeft ze het nou straks wel of niet gehad?

De overheid is er duidelijk over ( www.rijksoverheid.nl ): Geen klachten? Geen test. Een afspraak maken voor een coronatest kan alleen als u op dit moment klachten heeft die kunnen passen bij het coronavirus. Zonder klachten heeft het afnemen van een test geen zin.

Stienstra bevestigt dit. „Het is nuttig om je te laten testen als je klachten hebt als verkoudheid, hoesten, verhoging of plotseling verlies van smaak en geur. Het moment van testen is zeker belangrijk, omdat de testen veelal nog niet het virus aantonen als je geen klachten hebt. Als je een dag daarna dan alsnog verkouden wordt, weet je in dat geval nog steeds niet of het wel of niet Covid-19 is.”


Dag 9. Vrijdag. „Niks meer aan de hand”, zegt Jesse. „Alleen ruik ik nog steeds niets. Vanochtend had ik voor het eerst weer een lege neus. De holtes voel ik nog wel. Misschien moet ik toch even informeren of dat betekent dat ik toch nog niet helemaal hersteld ben.”

Hij wil er dolgraag weer uit. „Christiaan moet tot zondag in quarantaine. Dan gaan we lekker samen naar de film en uitgebreid ergens eten.” Christiaan is een van de vrienden die Jesse voor contactonderzoek genoemd heeft. Afgelopen donderdag – dag 1 ­– waren ze voor het laatst samen.

Toen startte bij Christiaan de quarantaineklok van tien dagen. Want ook al testten de vrienden van Jesse negatief, in de dagen die volgden konden ze klachten ontwikkelen. Je test namelijk alleen positief als er aantoonbaar een virus in je lichaam aanwezig is.

Om verspreiding van het virus tegen te gaan, hanteert het RIVM sinds 18 augustus de richtlijn van tien dagen thuisquarantaine.

Longziekte

Het is zaterdag. Dag 10. Jesse mag alles weer maar hij durft nog niks.

„Het is toch raar”, zegt hij. „Een vriend van me belde om iets af te spreken, maar iets houdt me tegen om zomaar weer op een terrasje te gaan zitten. Het voelt niet goed.”

De onbevangenheid is weg. Want als je tien dagen lang een veiligheidsrisico was, ben je dat voor je gevoel nog steeds. „Ik doe het nog maar even niet”, zegt Jesse.

Zodra hij twee weken hersteld is zal hij bloedplasma doneren. De antistoffen kunnen patiënten met ernstige klachten helpen bij hun herstel.

Stienstra: „Er zijn studies die uitzoeken of plasma van herstelde patiënten kunnen helpen in de behandeling van Covid-19-patiënten. Er zijn nu nog onvoldoende gegevens om zeker te zijn of het bij kan dragen in de behandeling. Misschien werkt het vooral als je het in een vroege fase toedient.’’

,,Maar elke behandeling kan ook bijwerkingen of negatieve effecten hebben, dus het is wel belangrijk om zorgvuldig te blijven, ondanks dat we graag zo snel mogelijk een goede behandeling willen hebben. Voor de studies waarin naar de rol van bloedplasma wordt gekeken, is de hulp van herstelde patiënten nodig.”


Op dag 11 lees ik Jesse’s aantekeningen over het Covid-19. Benauwd heeft hij het wel degelijk gehad, lees ik. Arm kind. Want dat is wat ik voor me zie, mijn kind, de kleuter met luchtweginfecties, met hoge koorts, pufjes, antibiotica. De 7-jarige die voor het eerst een röntgenfoto kreeg, van zijn longen. Zijn kleine lijf tegen het metalen bord.

Een infiltraat aan rechterzijde. Longontsteking dus. Datzelfde lijf wordt nu door het nieuwe virus bestookt. Nieuw betekent dat er nog veel onbekend is. Is hij gepredisponeerd? Heeft zijn voorgeschiedenis zijn longen vatbaarder gemaakt?

Verschillen in richtlijnen

Naast onzekerheid is er onduidelijkheid. Zo is Jesse al dagen vrij om te gaan en te staan, maar in de praktijk ligt dat anders. Hij vertelt dat hij naar de mondhygiënist is geweest. „Ik lag al in de stoel toen ze hoorden hoe kort ik hersteld was. ‘Wij mogen je helemaal niet behandelen’, zei de mondhygiënist. Pas veertien dagen na herstel’.”

Jesse heeft de ziekte goed doorstaan, maar angst is er wel degelijk geweest. Bevreemding ook, want reukverlies is bizar, zo heeft hij ervaren. Ook nu nog. Want de reuk is niet terug. „Ik ruik flarden. Zo kan ik langs een pizzeria lopen en eten herkennen, maar dat het Italiaans is, ruik ik niet.”

Covid-19 is een virus dat niet onderschat moet worden. „Ook als jongeren ziek zijn geweest heeft het lichaam tijd nodig om te herstellen”, vertelt Stienstra. „Daarover zie je steeds meer gegevens verschijnen. Het blijkt dat ook mensen die niet naar het ziekenhuis hoefden, soms weken nodig hebben om zich weer op het normale niveau te voelen wat betreft fitheid.”

Twaalf dagen na herstel voelt Jesse zich prima. „Eigenlijk zoals voorheen”, zegt hij. „Al ben ik nog niet wezen sporten.” Sinds een paar dagen is ook zijn reuk volledig terug. Linda heeft geen klachten gehad.

menu