Jitte Kientz

In memoriam: de strijdbare feministe Jitte Kientz (1965-2020) was altijd 'proud to be pot'

Jitte Kientz

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Vandaag: de strijdbare feministe Jitte Kientz uit Groningen (1965-2020).

Nou moe. Moest ze bij de padvinderij pannenkoeken bakken op waxinelichtjes. Stom! Jitte Kientz ging fikkies stoken, kletspoten halen, overlevingstochten maken, daar was ze scout voor geworden. Zes jaar was ze, een tomboy uit Eelde-Paterswolde, ze wist zelf wel wat ze wilde en een knappe jongen die haar daar vanaf zou brengen.

Onverschrokken

Bovendien moest ze niks van jongens hebben; ze viel op vrouwen, dat wist ze vanaf haar 12de . Ze was een pot. De stoere doelvrouw van handbalvereniging Actief, nooit bang om de bal in haar gezicht te krijgen. De jaren 70 liepen ten einde, in de grote stad beweerden de feministen dat elke vrouw lesbisch was behalve zij die het nog niet wist, maar de jongens van het dorp riepen nog steeds ‘vieze lesbiiiies’ als Jitte en haar vriendinnen langs liepen. Dus zoende Jitte haar vriendin in de sporthal, zodat iedereen het kon zien.

Sommige mensen zijn niemand anders dan zichzelf. Dat lijkt verpletterend simpel, maar is het niet. Daar moet je zelfverzekerd, onverschrokken en kalm-eigenzinnig voor zijn. En dat was Jitte Kientz. Haar bestaan, dat vorige maand ten einde kwam, stond in het teken van de vrouwenstrijd en homo-emancipatie.

In your face

Ze werd geboren op 14 september 1965 als jongste van vier kinderen. Na de middelbare school op het Zernikecollege in Groningen studeerde ze Engels en biologie aan de lerarenopleiding Ubbo Emmius. In de jaren 80 lagen de banen evenwel niet voor het oprapen. Wie een uitkering had, zette zich via vrijwilligerswerk op andere manieren in voor de maatschappij. Jitte werd actief binnen het COC en stortte zich op het geven van voorlichting op middelbare scholen. Niet iedere school liep daar warm voor, het overhalen van maatschappijleraren bleek soms voorwaar geen sinecure. Maar het directe gesprek met jongeren, daar ging het haar om. Jongeren die wilden weten wat haar ouders ervan hadden gevonden. Die soms ronduit agressief reageerden. Maar dit soort gesprekken vond ze van wezenlijk belang; open en direct, in your face , uitleggend, vragend, argumenten weerleggend, zonder haar geduld te verliezen. Als Jitte Kientz iets vond, zei ze dat. Ze veegde niets onder tapijten, maar zaagde ook nooit poten onder stoelen vandaan.

Woeste jaren

De jaren 80 en 90 in Groningen waren strijdbare, woeste jaren. Jaren van veel werkloosheid, dus zonder bazen die je vertelden hoe laat je op je werk moest zijn, een tijd waarin je het beste uit jezelf kon halen. Waar vrouwencafés in kraakpanden huisden, waar de bezoeksters zich lesbo noemden, of pot; geuzennamen, ze waren proud to be pot . Waar gebiljart werd en geflipperd, Jitte achteloos de ene mooie score na de andere op het dartbord smeet en het handbaldoel van SC Quick in een geel shirt bewaakte, want geel, zei ze, schrikt de vijand af.

Maar in de Poelestraat kon je nog steeds van je fiets worden getrapt als ‘vieze homo’, helemaal als je, zoals Jitte en haar vriendinnen, wel eens hand in hand liep. Provocerend, maar zichtbaar. Want om die zichtbaarheid ging het haar. ‘ Never going underground ’ zo luidde de kop boven een interview dat ze in die jaren aan Nieuwsblad van het Noorden gaf. Ondergronds? Dat nooit! Potten en homo’s mochten nooit meer terug naar een schaduwbestaan, dat was het thema van haar niet-aflatende strijd.

Bevoorrechte mannen

De Pottenagenda, uitgegeven in 1993 en 1994 door Jitte en zeven vriendinnen, was zo’n zichtbaarheidsmanifest. Eerdere uitgaves in Amsterdam en Nijmegen waren in zo’n financieel debacle geëindigd dat kredietverstrekker Mama Cash er geen brood meer in zag, maar de Groninger vrouwen presenteerden een waterdicht distributieplan: het zou de enige pottenagenda worden die wel uit kon; zelfs zo winstgevend dat de initiatiefneemsters hun 50 gulden inleggeld weer terugkregen - en ermee naar het casino gingen.

Jitte Kientz had een helder, exact denkend hoofd. Ze had biologie en Engels gestudeerd, maar was ook goed in wiskunde. Eind jaren 80 schafte ze zich als een van de eersten een computer aan en was gefascineerd. In 2002 kreeg ze een baan als softwaretester bij de Rijksdienst voor Wegverkeer. Daar zat ze ineens tussen ‘kale mannen in pakken’, zoals ze ironisch formuleerde, en in haar T-shirt met opschriften als ‘Let’s get one thing straight: I’m not’ viel ze wel op. Maar ook daar was Jitte Kientz niemand anders dan zichzelf. Nooit zou ze terugdeinzen voor de discussie waarin ze het maatschappelijk onbehagen benoemde, en ze wees de collega’s er geduldig op hoe anders het leven kan uitpakken voor bevoorrechte mannen in keurige huizen achter witte hekjes dan voor, bijvoorbeeld, een vrouw.

Kamperen

Als voorvechter van homo-emancipatie stond ze kritisch ten opzichte van bepaalde nieuwe ontwikkelingen. Ze vond bijvoorbeeld dat jongensachtige meiden en jongens die, bijvoorbeeld, houden van pannenkoeken bakken op waxinelichtjes, zich te snel transgender noemen. De regenboogvlag vervaagt de grens tussen roze en blauw, vond ze. Bovendien vond ze het zorgelijk dat in sommige buitenlanden een man slechts hoefde te beweren dat hij zich ‘vrouw voelde’, om daadwerkelijk als vrouw te worden geregistreerd.

Haar liefde voor de padvinderij bleef. Kamperen was een constante in haar leven. Vijf keer per jaar ging ze op kamp, want dat was het ruige leven, al vanaf het moment dat ze een pubermeid was (nooit zou ze ‘meisje’ zeggen). Slapen zonder matrasje onder een plastic zeil. Roken. Bier drinken. Fikkie stoken. Koken op houtskool. De geur van vrijheid. Jitte Kientz stond vol in het leven. „Je moet altijd beginnen met het lekkerste”, zei ze, als ze uit eten ging.

Nooit te laat

Maar op 1 juli van dit jaar ontdekten ze in het ziekenhuis dat er iets mis was, en goed ook. Ze keek de dood onverschrokken in de ogen. Sloeg een eventueel levensverlengende behandeling af. Bestelde een megascherm om de allernieuwste versie van haar favoriete game Horizon Zero Dawn te spelen. Keek naar films van haar favoriete regisseur Marleen Gorris. Zette haar huis open voor al haar vriendinnen. En wachtte op de dingen die onafwendbaar komen gingen.

Ze zaten aan haar bed, de vrouwen uit haar jeugd, haar minnaressen, haar kameraden, haar handbalsters, haar ouwe strijdmakkers. Ze gaf ze dingen die ze speciaal voor hen had bewaard. Op de laatste dag van haar leven bestelde ze een slagroomtaart en haalde een vinger door de room omdat ze dat nou altijd al eens had willen doen en het nooit te laat is om te beginnen met het lekkerste, ook niet op het einde.

Jitte Kientz stierf op 14 augustus. Voor haar uitvaart verzamelden haar vriendinnen zich in een tuin in Bruilweering rondom haar kist, stookten een fikkie, rookten, dronken, zongen, lieten muziek horen via hun mobieltjes, dansten op Bronski Beat en vertelden verhalen over wie Jitte was. Toen de grote auto haar kwam halen, vormden ze een erehaag en zwaaiden haar het leven uit.

Bij de RDW in Veendam en Zoetermeer hing die dag de vlag halfstok. Haar collega’s stonden op de weg naar het crematorium voor een laatste groet. Geen enkele man droeg een pak.

menu