Johan Remkes zag met lede ogen aan hoe er werd omgesprongen met de aardbevingsproblematiek. ,,Publiek kun je niets doen. Achter de schermen wel.’’

Johan Remkes beleeft zinderend slot van publieke carrière: 'Ik ben meer een bestuurder dan een politicus'

Johan Remkes zag met lede ogen aan hoe er werd omgesprongen met de aardbevingsproblematiek. ,,Publiek kun je niets doen. Achter de schermen wel.’’ Foto: Corné Sparidaens

De Groningse VVD-coryfee Johan Remkes stopt, na een veelbewogen jaar als waarnemend burgemeester in Den Haag, nu echt met het openbaar bestuur. Terug naar zijn privéleven in Groningen, waar hij met lede ogen aanzag hoe er werd omgesprongen met de aardbevingsproblematiek. ,,Publiek kun je niets doen. Achter de schermen wel.’’

De burgemeester van Den Haag is bij zijn vrouw in Groningen. Het is vrijdag 19 juni, bijna weekend, en al heeft hij net besloten de Viruswaanzin-demonstratie op het Malieveld te verbieden waardoor hij - alweer - het landelijke nieuws haalde; Johan Remkes is even thuis aan de Noorderhaven.

De Haagse journalisten moeten maar naar Groningen reizen voor een quote van de burgemeester. ‘Het Malieveld is niet van elastiek’, zegt hij voor de camera’s van NOS en Hart van Nederland. Een Haagse zin die in onvervalst Gronings bijzonder lekker bekt.

Nog heel even. Dan vertrekt Johan Remkes echt uit Den Haag. De VVD-coryfee plakte als waarnemend burgemeester en voorzitter van het Adviescollege Stikstofproblematiek nog een veelbewogen jaar aan de publieke carrière die hij eind 2018 eigenlijk al had beëindigd. Maar op 1 juli is het genoeg. Tijd voor zijn privéleven.

Café de Wolthoorn is een authentiek bruin café op 250 meter lopen van de Noorderhaven in de stad Groningen. Precies ver genoeg om onderweg nog even een sigaret te roken. Johan Remkes neemt een laatste trek en stapt zijn café binnen. ,,Ik hou van oude cafés waar de obers nog in traditionele kleding achter de toog staan.’’

Hij komt hier al zijn hele politieke leven. Begin jaren tachtig zette hij ‘daar achter op het bankje’ met PvdA’er Roel Vos in dit café de lijnen uit voor het eerste paarse provinciebestuur. Deze vrijdagavond zal hij Vos hier weer treffen, zoals ze dat met een groepje Groningse oud-bestuurders - ‘de biljartclub’- elk jaar trouw doen.

Maar eerst een interview. En, nog erger, een foto.

Omdat het er nu eenmaal bij hoort.

,,Ik heb niet de aandrang om nog onnodig veel in allerlei rubrieken te verschijnen’’, zegt hij als het portret is geschoten en de traditioneel zwart wit geklede barman zijn dubbele espresso voor hem heeft neergezet. ,,Maar er zijn een aantal dingen die je moet doen. En daar hoorde dit interview bij.’’

Omdat het Groningen is?

,,Ja.’’

Johan Remkes, zoon van een tuinder in Zuidbroek, verliet de Groningse politiek in 1993. Hij werd lid van de Tweede Kamer, staatssecretaris, minister, commissaris voor de koning in Noord-Holland, waarnemend burgemeester in Den Haag. Hij had tijdelijke appartementen in de Randstad, maar Groningen verliet hij nooit.

Iedereen die Johan Remkes probeert te duiden komt vroeg of laat - meestal vroeg - uit bij het beeld van de nuchtere Groninger. Zijn imago is net zo onbewogen als hijzelf. Al die jaren bleef hij die lange VVD’er met die eeuwige sigaret, befaamd om de gave een biertje en een jenevertje in één hand te balanceren, de politicus zonder poespas - en vooral de Groninger.

Heeft u dat imago gekoesterd?

,,Wie ben ik om daar iets aan te doen?’’ Remkes beheerst de kunst om nauwelijks zichtbaar maar toch innemend te glimlachen. ,,Ik heb me daar nooit ongelukkig bij gevoeld.’’

Het past hem. Die ‘Groningse’ karaktertrekken zijn ook de wapens waarmee hij politiek bedrijft: rechtlijnig, betrouwbaar en nooit een woord te veel. ,,Groningers zijn niet stug’’, zegt hij altijd. ,,Groningers zijn woordkarig.’’

Ondanks die karigheid was Remkes de laatste tijd opvallend veel aan het woord. Over de maximumsnelheid op de snelweg, over de stikstofuitstoot van de landbouw, over een vuurwerkverbod, over de luchtvaart, over de verhuftering van de samenleving, over het drama van de surfers in Scheveningen, over demonstraties in coronatijd.

Maar er was één onderwerp waarover hij zich - juist als Groninger - de afgelopen jaren opvallend stil hield: de gaswinning en afhandeling van de schade aan de huizen van de Groninger.

,,Ik heb me daar natuurlijk behoorlijk aan geërgerd.’’

 

U heeft zich daar nooit publiekelijk over uitgesproken.

,,Omdat ik dat niet behoorlijk vond. Ik was commissaris van de koning van Noord-Holland, ik had er eigenlijk niks mee te maken. Je kunt publiek niks doen. Maar achter de schermen natuurlijk wel.’’

Op 16 januari 2014 stuurde hij een uitzonderlijke brief naar minister van economische zaken Henk Kamp - zijn partijgenoot die toen verantwoordelijk was voor het aardbevingsdossier.

‘Omdat ik niet gewend ben mijn opvattingen onder stoelen of banken te steken, neem ik de vrijheid je toch mijn commentaar maar te laten weten’, schreef hij. ‘Ik realiseer me dat ik mij met iets bemoei waar ik in strikte zin geen bemoeienis mee heb’.

Remkes reageerde in de brief op een advies over hoe de ‘publieke regie’ geregeld moest worden. ,,Ik dacht: als dit het organisatiemodel wordt, dan wordt het allemaal niks.’’

‘Het verhaal is te Haags’, schreef hij Kamp. ‘Hiermee krijgen de burgers van Groningen het vertrouwen niet terug’. En: ‘Het voorstel is onevenwichtig. De kans is groot dat alleen papieren regels en plannen worden geproduceerd’.

Hoe reageerde Henk Kamp?

,,We hebben een vriendelijk doch indringend gesprek gevoerd. Ik heb altijd goed met Henk Kamp overweg gekund. Hij heeft er ook wel iets mee gedaan. Dat advies ging van tafel en daar kwam de Nationaal Coördinator voor in de plaats.’’

Maar het was niet wat u voor ogen had?

,,Nee. Dat hinkte op twee gedachten. Want die Nationaal Coördinator, Hans Alders, zat soms naast de minister om hem te adviseren in zijn rol naar de kamer, en hier in Groningen moest hij er zijn voor de Groningers. Dat gaat niet samen. Het zat van tevoren ingebakken dat het fout zou lopen.’’

Hoe heeft u de ontwikkelingen daarna gevolgd?

,,Met een mate van ergernis die ik altijd wel onderdrukt heb. Dit is een dossier, en dan vertel ik niks nieuws, dat gewoon slecht is behandeld door de overheid. En nog steeds behandeld wordt.

Door ministers van uw partij.

,,Ja...ja.’’

Jeukten uw handen?

,,Dat hebben ze wel gedaan. Maar dan ben je niet in de positie om er iets aan te doen.’’

Remkes heeft overwogen om, op verzoek van Jacques Wallage, een rol te spelen bij de Dialoogtafel die in 2014 van start ging met als doel de schadeafhandeling in breed overleg te verbeteren en het vertrouwen van de Groningers te herstellen. Hij weigerde uiteindelijk omdat hij dan te veel in conflict zou komen met Henk Kamp, wat zijn werk als commissaris van de koning in Noord-Holland kon belemmeren. Want hoe schrijnend de situatie in Groningen ook was: zijn eerste verantwoordelijkheid lag daar.

,,Toen ik in 2010 in Noord-Holland kwam was er een vrij stevig integriteitsprobleem. Dat schip ga je dan niet verlaten. Verantwoordelijkheid is voor mij altijd een belangrijke waarde geweest in het openbaar bestuur. Een persoonlijke drive . Daar neem ik niet gemakkelijk afstand van.’’

Hoe ver zijn verantwoordelijkheidsgevoel gaat, bleek afgelopen jaar. Remkes zat met zijn vrouw op een terras in Portugal toen hij vorig jaar een sms-je kreeg van minister Carola Schouten. Hij had heel bewust afscheid genomen van het openbaar bestuur omdat hij meer tijd wilde voor zijn privéleven.

Of ze hem mocht bellen, sms-te Schouten. ,,Niet nu!’’, reageerde zijn vrouw nog. Schouten vroeg hem voorzitter te worden van het Adviescollege Stikstofproblematiek.

Een paar maanden later vroeg de commissaris van Zuid-Holland hem als waarnemend burgemeester voor Den Haag omdat Paulien Krikke was opgestapt na het vernietigende rapport over de nieuwjaarsvuren op Scheveningen. ,,En ja, dan weet je eigenlijk ook wel dat je niet kunt weigeren.’’

Hij had er een ‘vrij stevig’ gesprek over met zijn vrouw. Uiteindelijk wees zij hem erop dat hij niet meer in de spiegel zou kunnen kijken als hij ‘nee’ zei. Want had hij zelf niet Jozias van Aartsen met moeite overgehaald om, na het overlijden van Eberhard van der Laan, waar te nemen in Amsterdam?


Het verhaal gaat dat de dood van Eberhard van der Laan meespeelde in uw beslissing om terug te treden als commissaris van de koning.

,,Dat heeft op de achtergrond inderdaad een rol gespeeld.’’

Remkes en Van der Laan waren ‘in zekere mate’ bevriend. Ze kwamen elkaar als commissaris en burgemeester vaak tegen, rookten samen een sigaretje als ze weer allebei als ‘veredelde portiers’ moesten opdraven bij officiële bezoeken in Amsterdam.

Totdat Eberhard uitgezaaide longkanker bleek te hebben en stierf. Remkes maakte dat proces van dichtbij mee. ,,Dat zet je wel aan het denken over de relativiteit van waar je mee bezig bent.’’

En over stoppen met roken?

,,Nee. Ik ben hartgrondig voorstander van een rookvrije generatie. Maar ik zeg ook: als je ouder wordt is de gezondheidswinst van stoppen marginaal.’’

Wat wilt u straks gaan doen in uw privéleven? Zijn er zaken die u misschien heeft verwaarloosd?

Hij aarzelt even. ,,Dat zijn toch altijd de kwesties van leven en dood. Die laat ik het liefst terzijde. Ik hou er niet van om publiekelijk te koop te lopen met je eigen verdrietige periodes.’’

Dat is te intiem?

,,Ja. Je ziet dat wel steeds meer. Dat mensen bijvoorbeeld publiekelijk omspringen met hun eigen sterven. Dat zou ik dus nooit doen.’’

Eberhard van der Laan deed dat in zekere zin ook.

,,Voor zover het zijn ambt gold. Hij zat zo in elkaar dat hij in het harnas wilde blijven tot het niet meer anders ging. Dan is het onvermijdelijk dat je inwoners er iets van meekrijgen.’’


Dat wilt u niet? Sterven in het harnas.

,,Nee.’’

Ooit was Café de Wolthoorn een PvdA-bolwerk, zoals heel de stad Groningen een rood bolwerk was. Johan Remkes, die als zoon van een tuinder het liberale gedachtengoed van huis uit meekreeg, wist waarvoor hij moest vechten.

,,Ik had niets met de politieke geluiden die eind jaren zestig, begin jaren zeventig de kop opstaken. Partijen die pleitten voor erkenning van de DDR, die behoorlijk linksradicale opvattingen hadden. Het gelonk naar landen achter het IJzeren Gordijn, terwijl je wist dat daar een aantal grondwettelijke waarden met de voeten werd getreden.’’

Bovendien was zijn overtuiging dat het liberale model economisch de meeste welvaart zou brengen - ‘en zo zit ik nog wel in de wedstrijd’.

Hij had het in die tijd niet durven dromen. Dat we inmiddels als tien jaar lang een minister-president in Nederland hebben die lid is van de VVD. ,,Dat was in die tijd ondenkbaar.’’

Toch was het niet de politiek zelf, maar vooral de publieke zaak waardoor hij echt bevlogen raakte. ,,Ik ben meer een bestuurder dan een politicus.’’ Hij is een bestuurder die, als hij dat nodig acht, geen moeite heeft om partijprogramma’s aan de kant te schuiven.

Remkes adviseerde het afgelopen jaar om om langzamer te rijden op de snelweg, boeren uit te kopen om de stikstofuitstoot in te dammen, de groei van Schiphol aan voorwaarden te verbinden, vuurwerk te verbieden.

Bepaald geen VVD-standpunten. Krijgt u dat te horen binnen de partij?

,,Nee hoor. Ik had deze week toevallig - want die komt soms wel even buurten - de minister-president nog op bezoek. Hij weet ook wel dat hij niet tegen mij moet zeggen: waarom ben je in vredesnaam met dat advies gekomen?’’

Remkes citeert graag de woorden van Groningens oud-burgemeester Harm Buiter: ‘je kunt beter een goede ruggengraat hebben dan een partijprogramma’. ,,Ik probeer altijd volstrekt onafhankelijk te zijn. En ik heb als motto: ik ben niet in deze wereld om te doen wat anderen zeggen.’’

Maar soms zit die partijpolitiek toch in de weg. In 2009 stond hij er ‘best wel voor open’ om na het vertrek van Wallage burgemeester van Groningen te worden. ,,Toen klonk er hier in de stad ineens een oproep dat het ab-so-luut geen VVD’er mocht worden. Het zou best eens kunnen zijn dat ze mij bedoelden, dacht ik. En dan zit ik ook betrekkelijk simpel in elkaar en is mijn Groningse reactie: den nait. Dèn nait.’’

Tien jaar later was hij toch burgemeester. Niet van Groningen, maar van Den Haag. En meteen in zijn eerste week was het raak: het Malieveld stond op 15 oktober 2019 vol met boeren die demonstreerden tegen de stikstofmaatregelen die hij notabene zelf met zijn adviescollege had aanbevolen.

Toch richtte het protest zich niet tegen u.

,,Ze hebben ook wel in de gaten dat wij adviseurs zijn en de verantwoordelijkheid bij de minister ligt. Ik heb me nooit persoonlijk aangevallen gevoeld. Het scheelt wel dat ik zelf de sociale media niet volg. Ik vind dat het riool van de samenleving. Dus het kan best zijn dat mij dingen ontgaan zijn, maar ik mis ze niet.’’

Dat boerenprotest was de aftrap van een bizar hectisch jaar, waarin hij de Haagse gemeentepolitiek weer op het rechte pad probeerde te sturen, de Duindorpers rond oud en nieuw moest kalmeren, door het coronavirus te maken kreeg met een situatie die burgemeesters in Nederland sinds de oorlog niet meer hebben meegemaakt en tussendoor vier stikstofrapporten afleverde.

Zo’n hectisch jaar, kortom, dat het bijna passend is dat het wordt afgesloten met rellen op het Malieveld. Het coronaprotest dat Remkes in eerste instantie verbood zou die zondag in afgeslankte vorm toch doorgaan, ernstig verstoord worden door hooligans en leiden tot vierhonderd arrestaties.

De vrijdag van het interview in Café de Wolthoorn heeft Remkes nog geen weet van wat er twee dagen later zal gebeuren. Maar dat er van rustig afbouwen in Den Haag geen sprake is, was hem allang duidelijk.

Dat dit jaar zó heftig zou zijn had u zich toch niet kunnen voorstellen?

,,Nee, maar dat had niet uitgemaakt. Dat kan gebeuren en er is iemand nodig die het moet doen. Ik zit niet zo in elkaar dat ik met terugwerkende kracht ergens spijt van heb.’’

Dan staat Johan Remkes op. ,,Mevrouw’’, sluit hij af. ,,Volgens mij hebben wij een hele hoop tegen elkaar gezegd, ik heb het zeer op prijs gesteld en nu ga ik een borrel drinken met Roel Vos.’’

menu