Kamervragen over door RUG-hoogleraar betwiste bewering van minister Grapperhaus over softdrugs vooralsnog onbeantwoord

Ferd Grapperhaus. ANP

De schriftelijke vragen van Tweede Kamerlid Vera Bergkamp (D66) die ze een aantal weken geleden aan Ferd Grapperhaus stelde over zijn bewering dat het bezit van softdrugs, en dus ook het gebruik, strafbaar is, blijven nog onbeantwoord. In een reactie laat de minister weten dat nog niet alle benodigde informatie is ontvangen.

De minister deed zijn uitspraak naar aanleiding van een artikel in Dagblad van het Noorden, waarin hoogleraar recht en samenleving Jan Brouwer van de Rijksuniversiteit Groningen stelt dat de minister er naast zit.

Minister Grapperhaus stelde destijds in een brief aan de Tweede Kamer dat een verbod op softdrugs mogelijk is, omdat het aanwezig hebben van dergelijke middelen, en dus ook het gebruik, strafbaar is volgens de Opiumwet. Brouwer stelde dat bezit niet hetzelfde is als gebruik. Hij verwees daarbij ook naar een uitspraak van de Hoge Raad die tot de slotsom leidt dat gebruik niet onder ‘aanwezig hebben’ valt.

Achterhaald arrest Hoge Raad

Vera Bergkamp wilde van Grapperhaus weten of hij zich voor zijn brief aan de Tweede Kamer heeft gebaseerd op een inmiddels achterhaald arrest van de Hoge Raad uit 2004. Ook vroeg het Kamerlid Grapperhaus of hij kon bevestigen dat hij ten onrechte heeft beweerd dat handhavend kan worden opgetreden tegen het gebruik van softdrugs en of de minister dit in een nieuwe brief wilde rechtzetten, omdat ‘het onhandig is hier lang een misverstand over te laten bestaan.’

In een reactie laat Grapperhaus weten dat de vragen niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, ‘aangezien nog niet alle benodigde informatie is ontvangen’. De minister streeft naar eigen zeggen ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

menu