Kan een dubbeltje een kwartje worden? De verschillen tussen de Oosterparkwijk en Helpman (+video)

Nog altijd groeit een op de vijf kinderen in Stad op in armoede. Kinderen in noordelijke stadswijken hebben daar gemiddeld meer mee te maken dan kinderen die in het zuiden opgroeien. Beïnvloeden de wijkverschillen ook het toekomstperspectief van de kinderen? Of ligt de toekomst voor iedereen open?

Als hij later groot is, wil Tomas (11) profvoetballer worden. Tomas zit op obs Joseph Haydn in de Groningse wijk Helpman, dezelfde wijk waar hij woont. Hij heeft al duidelijke ideeën over zijn toekomst. Als middelbare school ziet hij het Zernike College wel zitten en mocht zijn carrière als profvoetballer toch niet doorgaan, dan wil hij daarna naar de universiteit, zodat hij als manager verantwoordelijk kan zijn voor een voetbalclub.

Meer contact met elkaar

Wat wil ik later worden? Een vraag die iedere jonge Stadjer zich weleens stelt. Sommigen dromen er lustig op los, terwijl anderen al jong een duidelijk doel voor ogen hebben. Maar wat als het doel niet aansluit bij de omgeving waarin het kind opgroeit? Als het doel als niet haalbaar wordt gezien, of de keuze als vreemd wordt ervaren? Kan een kind zijn achtergrond ontstijgen en zijn eigen weg op de sociale ladder vinden?

„Dat kan wel, maar ik denk dat het veel moeilijker is geworden”, zegt Evert Hurulean. Hij is gezinstherapeut en specialiseert zich in transculturele therapie. „Er zijn schotjes in die ladder geplaatst en die zijn moeilijk te overbruggen.” De schotjes zorgen er volgens Hurulean voor dat mensen uit verschillende socio-economische achtergronden elkaar minder tegenkomen. „Vijftig jaar geleden hadden mensen uit verschillende milieus veel meer contact met elkaar. Toen woonde je baas nog bij je in de straat of werkte je moeder als secretaresse van de buurman. Vandaag is de scheiding tussen die groepen veel groter.”

Cijfers uit 2016 van Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Groningen weerspiegelen het beeld dat Hurulean schetst. Groninger wijken lijken in meer of mindere mate ingedeeld naar de socio-economische achtergrond van de inwoners.

Verschillen

Een vergelijking: een inwoner van Helpman verdient gemiddeld 1948 euro per maand. Een bewoner van de Oosterparkwijk 1520 euro. Het percentage werklozen ligt in Helpman op 8,2 procent, terwijl het in de Oosterparkwijk 14,7 procent bedraagt. Van de kinderen in beide wijken groeit 9,4 procent in Helpman en 16,9 procent in de Oosterparkwijk op in een kansarm gezin: een eenoudergezin in de bijstand.

Een ‘kansrijke’ wijk met relatief veel tweeverdieners met hoge inkomens, tegenover een ‘kansarme’ wijk, waar relatief veel mensen afhankelijk zijn van de bijstand. Toch dromen kinderen net zo goed van een bijzondere carrière. Zoals Mees (11). Hij woont in de Oosterparkwijk en zit daar op de Siebe Jan Boumaschool. Hoewel hij nog niet precies weet welke opleiding hij ervoor nodig heeft, weet hij zeker dat hij later bioloog wil worden.

Hebben Tomas en Mees dezelfde kans om hun bijzondere baan uit te voeren? „Als kind is de wijk jouw wereld”, zegt Hurulean. „Die wijk geeft je de eerste kaders van hoe de wereld eruit ziet. De normen, waarden en gebruiken die een kind daar om zich heen ziet, vormen dat wereldbeeld.” Met andere woorden: waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. Een kind dat opgroeit tussen doktersfamilies zal het normaal vinden dat mensen dokter worden, maar wellicht niet begrijpen waarom iemand besluit vrachtwagenchauffeur te worden. En andersom.

Domper op de ontwikkeling

„Gelukkig is het niet allemaal zo zwart-wit”, zegt Hurulean. „Stel dat een kind uit een arbeidersfamilie zegt ‘ik wil dokter worden’ dan is in eerste instantie de reactie van de ouders het belangrijkst”, licht hij toe. Reacties als ‘weet je wel hoelang dat duurt?’ of ‘wie is dat bij ons nou ooit geworden?’ zijn volgens hem een domper op de ontwikkeling van het kind. „Dat beschadigt de motivatie van het kind om zijn nieuwsgierigheid te volgen.”

Een open en ondersteunende houding stimuleert motivatie. „Er zijn ook ouders die in zo’n situatie zeggen: ‘Ik weet niet precies wat je daarvoor moet doen, maar laten we het uitzoeken’. Dat is een instelling die het kind motiveert om door te gaan in zijn of haar zoektocht”, licht Hurulean toe. Belangrijk voor de ontwikkeling van een kind is dus de houding die ouders aannemen ten opzichte van onbekende situaties.

Dromen stimuleren

Dat geldt voor alle kinderen die buiten de gebaande paden willen treden. „Een kind van een doktersfamilie die timmerman wil worden, heeft ook ouders nodig die zijn droom stimuleren. De moeilijkheden zijn in dat geval anders. Bij kapitaalkrachtige ouders zie je vaker zorgen over hoe de keuze verantwoord kan worden binnen de sociale kring.”

Beide groepen mensen leven dus binnen hun eigen normen en waarden. „Ja, en de belangrijkste vraag in beide gevallen is: pas je nog wel in je eigen milieu?”, zegt Hurulean. „Waarbij voor de ene groep de zorg kan zijn ‘je moet niet denken dat je meer bent dan wij’ en de ander meer nadenkt over ‘hoe verantwoord ik deze keuze aan mijn familie en vrienden’. De vraag die je eigenlijk stelt, is of je een kwartje kunt worden als je voor een dubbeltje geboren bent”, licht hij toe. „Ja, dat kan, maar het is geen gegeven. Daar is moeite en hard werk voor nodig.”

menu