Khadija Arib.

Khadija Arib krijgt de Aletta Jacobsprijs. Heel haar leven vecht zij al voor de emancipatie en gelijkheid voor vrouwen

Khadija Arib. Foto: ANP/Frank van Beek

Kamervoorzitter Khadija Arib krijgt de Aletta Jacobsprijs voor haar ‘niet-aflatende’ strijd voor emancipatie, gelijkheid en democratische waarden.

Ze vecht haar leven lang al voor de positie van Marokkaanse vrouwen, maar trekt zich als Kamervoorzitter het lot van de Groningers net zo hard aan.

Honderd jaar algemeen kiesrecht vieren in 2017? Vergeet het maar, besloot Kamervoorzitter Khadija Arib. We vieren geen halve democratie. Mannen mogen dan misschien stemrecht hebben sinds 1917, de vrouwen kregen het pas in 1919. Blaas maar af, die festiviteiten. We vieren het in 2019.

Maar één die kon winnen

De jury van de Aletta Jacobsprijs hoefde er niet lang over na te denken. Honderd jaar na de strijd van Jacobs voor vrouwenkiesrecht was er eigenlijk maar één die kon winnen. De tweejaarlijkse prijs van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) voor een vrouw die strijdt voor emancipatie gaat naar Khadija Arib. Het werd bekend op 28 september 2019, precies honderd na de invoering van het vrouwenkiesrecht. Vandaag is de uitreiking.

‘De jury concludeert dat Khadija Arib, net als Aletta Jacobs, weet wat het is om tegen de stroom in te zwemmen, om niet aan de heersende regels te voldoen, om je ambities te volgen - ook als dat moeilijk en niet passend is voor een Marokkaans meisje.’

Aribs rol in de viering van honderd jaar algemeen kiesrecht is zeker niet de enige reden dat zij de Aletta Jacobsprijs krijgt. Heel haar leven vecht zij al voor de emancipatie en gelijkheid voor vrouwen - Marokkaanse vrouwen in het bijzonder - en migranten. Ondertussen werkte ze zich, als meisje die op haar vijftiende naar Nederland kwam, op tot voorzitter van het hoogste democratische orgaan van het land. Daarmee is ze een rolmodel voor velen.

‘Als zij het kan, kan ik het ook’

,,Figuren als Khadija zijn je houvast, je reddingsboei’’, zegt Glimina Chakor, wethouder in Groningen met een Marokkaanse achtergrond. ,,Politiek was heel ver van mijn bed. Mijn moeder was analfabeet, mijn vader scheepslasser. Op tv zie je meestal witte mannen. En dan is er ineens iemand die op je lijkt, een vrouw uit een andere cultuur. Dat geeft hoop. Als zij het kan, kan ik het ook.’’

Arib kwam als 15-jarige terecht in Rotterdam-Noord. Haar vader was daar gastarbeider en deed zwaar en smerig werk in een wasserij. Anders dan de meeste Marokkaanse migranten kwam Arib niet uit de Rif maar uit Casablanca, waar vrouwen meer vrijheid hadden. Haar vader vernoemde haar naar Khadija, de eerste vrouw van de profeet Mohamed die onafhankelijk en geletterd was.

In Nederland zag Arib de moeilijke strijd van Marokkaanse vrouwen, hoe afhankelijk ze waren van hun man, zelden buiten kwamen, zich niet ontwikkelden. Arib kwam in actie. Deed maatschappelijk werk voor de migrantengezinnen en was een van de oprichters van de Marokkaanse Vrouwenvereniging Nederland.

,,Als je opgroeit als Marokkaans meisje is alles een strijd’’, zegt Chakor. ,,Je broers mogen alles, alleen maar omdat ze jongens zijn. Daar kun je in meegaan, of strijdbaar zijn. Khadija Arib is voor mij een inspiratie omdat ze vecht voor wat ze graag wil. Je kunt één keer nee krijgen, twee keer nee krijgen - zoals zij kreeg toen ze Kamervoorzitter wilde worden - maar toch doorgaan. Dat sterkt mij.’’

‘Ik heb enorme bewondering voor haar’

In 1998 werd Arib lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Ze zag de problemen binnen gezinnen en ze zag dat de Nederlandse politiek daarin ‘totaal afwezig’ was. Ze ageerde tegen de gevestigde partijen en wilde invloed. De Groningse provinciebestuurder Tjeerd van Dekken, ook van de PvdA, zat met Arib in de Kamer. ,,Ik heb enorme bewondering voor haar. Ze is zeer bevlogen, intelligent, geëmancipeerd, onafhankelijk, eigenwijs en een warme persoonlijkheid.’’

In de Kamer kaartte Arib de problemen van achterstandsgezinnen aan, stelde vragen over de positie van migrantenvrouwen - zaken waar volgens haar toen nog geen aandacht voor was. Totdat de stemming in Nederland veranderde. Na de aanslagen van 11 september 2001 en de moord op Theo van Gogh werden migranten met een islamitische achtergrond met wantrouwen bekeken. Ineens was het de Islam die vrouwen onderdrukte, plotseling waren er autochtone mannen die zich bekommerden om het lot van islamitische vrouwen.

Dubbele nationaliteit

Ze was blij met die aandacht, maar er was een keerzijde. Arib werd zelf aangevallen op haar dubbele nationaliteit en haar deelname aan een werkgroep die indirect advies gaf aan de Marokkaanse koning. Haar loyaliteit aan Nederland werd in twijfel getrokken, en daarmee haar geschiktheid als Kamerlid en later Kamervoorzitter. ,,Ze reageerde heel kordaat’’, zegt Van Dekken. ,,Ze liet zich niet provoceren, terwijl het echt vilein was, en hield vast aan het principe dat het niet uitmaakt waar je vandaan komt.’’

Uit haar boek Couscous op zondag blijkt dat de discussie haar wel diep heeft geraakt. ‘Alles wat ik meemaakte als kind, tiener, als volwassene, moeder en vrouw vormt mijn identiteit. Identiteit is niet een stukje Marokkaans en een stukje Nederland. Daarom zal ik nooit loyaal kunnen zijn aan Marokko of aan Nederland. Maar ik zal altijd loyaal zijn aan mijn principes.’’

Kamervoorzitter

Die principes maakten dat ze doorzette, ondanks de weerstand. Arib werd toch Kamervoorzitter - een vrouw met Marokkaanse achtergrond als het boegbeeld van de Nederlandse democratie. ,,Ze heeft ze echt een poepie laten ruiken’’’, zegt Chakor. ,,Ze doet het zó goed. Heel stoer hoe ze de regie houdt, bepaalde mannen durft aan te spreken.’’

Arib moet in haar functie op eieren lopen, zegt Marjo Buitelaar, hoogleraar Hedendaagse Islam en een van de sprekers op de uitreiking van de Aletta Jacobsprijs. ,,Ze moet zoveel mogelijk Nederlands zijn en toch haar eigenheid meebrengen. Ze vraagt nooit aandacht voor haar Marokkaanse achtergrond als het er niet toe doet, maar verloochent het niet en heeft diversiteit hoog in het vaandel.’’

Juryvoorzitter van de Aletta Jacobsprijs Janka Stoker roemt de manier waarop Arib in alles wat ze doet laat zien hoe cruciaal het is om op te blijven komen voor universele democratische waarden. ,,Ze weet uit eigen ervaring dat die waarden niet vanzelfsprekend zijn. Het was allesbehalve vanzelfsprekend dat juist een vrouw met haar achtergrond Kamervoorzitter zou worden.’’

In haar toewijding aan de democratische waarden is Arib er voor alle Nederlanders. Zo is ze ook sterk betrokken bij Groningers die zijn gedupeerd door de gaswinning, zeggen Tjeerd van Dekken en Tweede Kamerlid Sandra Beckerman van de SP. ,,Ze heeft de Groningen-debatten heel mooi gedaan’’, zegt Beckerman. ,,Ze zocht de randen op om de Groningers op de tribune toch een stem te geven, terwijl het eigenlijk niet mag.’’

Arib bezocht ook gedupeerde in Groningen. Van Dekken: ,,Ze ziet mensen in nood die niet op de juiste manier worden geholpen. Dan staat ze op.’’

Vereerd

Arib reageerde enorm vereerd toen ze hoorde dat ze de Aletta Jacobsprijs krijgt, vertelt juryvoorzitter Janka Stoker. Stoker en secretaris Willemien Bruulsema - drijvende kracht achter de prijs - zochten haar op in de Tweede Kamer. ,,Een heel bijzondere en inspirerende vrouw’’’, zegt Stoker, die aan de RUG hoogleraar leiderschap en organisatie is. ,,Ze leidt de kamer met humor, charme en stijl. Sterk, vasthoudend en doelgericht maar ook heel menselijk. En relativerend. Ze kan iemand met een grapje op zijn plek zetten.’’

Stoker en Bruulsema schonken haar Herinneringen , de autobiografie van Aletta Jacobs. Natuurlijk wist Arib heel goed wie Aletta Jacobs was. Die vrouw uit Sappemeer die als eerste meisje in Nederland een academische opleiding afrondde, de eerste universitair geschoolde vrouwelijke arts werd, opkwam voor onderdrukte vrouwen, geboortebeperking stimuleerde en vocht voor het vrouwenkiesrecht.

Een vrouw die nog altijd een voorbeeld is voor velen. Khadija Arib: ,,Dat mijn naam nu een beetje met die van Aletta Jacobs verbonden is, maakt mij heel trots.”

menu