Kinderarts Yola Bastiaans bleef soms, als het nodig was, bij ernstig zieke kinderen slapen in het Refaja Ziekenhuis.

Kinderarts Yola Bastiaans (1926-2020): een kleine vrouw die haar mannetje stond

Kinderarts Yola Bastiaans bleef soms, als het nodig was, bij ernstig zieke kinderen slapen in het Refaja Ziekenhuis. Foto: DVHN.

Tijd van Leven beschrijft het gepasseerde bestaan van mensen met een bijzonder verhaal. Zoals Yola Bastiaans (1926-2020), bevlogen kinderarts in Stadskanaal.

Ze bleef, wanneer nodig, ’s nachts bij ernstig zieke kinderen slapen. Yolanthe Christine Bastiaans (1926-2020), Yola voor iedereen, was een bevlogen kinderarts en tilde de kindergeneeskunde in het Refaja Ziekenhuis in Stadskanaal naar een hoog niveau. Wel had de op West-Java geboren en getogen vrouw aanvankelijk moeite met het Gronings dialect.

Er ontstond spraakverwarring als Bastiaans vroeg naar het voedingspatroon in het gezin en wanneer er precies warm werd gegeten. Als de moeder met ‘soams’ antwoordde, Veenkoloniaals voor ’s avonds, schoot de kinderarts uit haar slof en zei streng: ,,Soms? Soms??? Maar mens, je moet alle dagen warm eten.’’

Gelukkig had ze een secretaresse die het Gronings uitstekend beheerste en het een en ander op gezette tijden rechtzette.

‘Zeer aanwezig en pittig’

Yola Bastiaans, die 19 maart dit jaar overleed, was een kleine vrouw die haar ‘mannetje’ stond. De uitvaart in het gebouw ‘De Hoeksteen’ van de Protestantse gemeente, vier dagen na haar overlijden, was bescheiden vanwege de maatregelen vanwege corona. Het afscheid was evenwel te volgen via de website pknstadskanaal.nl en de woorden waarmee haar persoon werd gekenmerkt waren ‘zeer aanwezig en pittig, dynamisch en vasthoudend’. Misschien niet een empathische arts, soms ongeduldig, maar zeer kundig en wetenschappelijk onderlegd.

Ze werd geboren op 7 november 1926 in Tjimalaka op het eiland Java in wat toen nog Nederlands-Indië heette. Omdat haar vader niet in staat bleek te trouwen werd Yola door haar moeder, die werkte als secretaresse in dienst van de resident, grootgebracht.

Naar school in Yogyakarta

Het meisje ging na de lagere school in het eigen dorp op haar twaalfde naar de middelbare school in het ver weg gelegen Yogyakarta op Midden-Java, waar ze in de kost ging bij een tante. Alleen in de weekenden kwam ze thuis.

De bezetting ten tijde van de Tweede Wereldoorlog was ook voor het eenouder gezin een moeilijke tijd. Scholen bleken gesloten en een inkomen was er niet. Ze hielden zich evenwel staande en op haar zeventiende ging Bastiaans werken op het secretariaat bij een arts in het ziekenhuisje voor de opvang van vrouwen uit het ‘Jappenkamp’.

Vlucht tijdens Bersiap

Wat haar altijd is bijgebleven is de vlucht tijdens de zogeheten ‘Bersiap’. Indonesische paramilitairen zaaiden tussen oktober 1945 en begin 1946 dood en verderf onder ‘niet-inlanders’en van collaboratie verdachte inlanders.

Zij hoorde bij een groep vrouwen die op een nacht met heldere maan onder begeleiding van Gurkha’s, Nepalese militairen in Britse dienst, naar de kust werd gebracht en vandaar naar veilig gebied op Java.

In 1947 naar Nederland

Bastiaans maakte in Surabaja de HBS af, deed in 1947 eindexamen en kwam in dat jaar naar Nederland, waar ze in Utrecht begon aan de artsenopleiding. Haar moeder kwam twee jaar later deze kant op. Tijdens de vier jaar als ontwikkelingsarts in een kraamkliniek en ziekenhuis in Malang, op Oost-Java, kwam ze tot de conclusie dat ze kinderarts wilde worden.

Ze ging terug naar Nederland voor de opleiding in het Sophiaziekenhuis in Rotterdam. Daarna kwam ze terecht in het Amerikaanse Albert Schweitzer kinderziekenhuis op Haïti, een verblijf waar ze dierbare herinneringen aan overhield.

Refaja Ziekenhuis

Eenmaal terug in Nederland hoorde ze in 1968 van ‘zuster Ensing’ dat er een vacature was in het november van dat jaar officieel te openen Refaja Ziekenhuis in Stadskanaal. Ze nam een kijkje, had een ‘plezierige ontmoeting’ in Hotel Braams in Gieten met Grietinus Zwartsenberg, de belangrijkste grondlegger van het hospitaal. De kleine vrouw legde haar eisen op tafel en ze kreeg de taak om de afdeling kindergeneeskunde op te zetten en ook te runnen. Met internist Hein Piso, chirurg Piet Moret en radioloog Reinoud Roukema vormde zij in de beginjaren de vaste medische staf in het hospitaal.

Project in Ceresdorp

De vraag aan de mensen wanneer er warm werd gegeten was niet zomaar. Bastiaans zag al snel dat in sommige gezinnen in bepaalde wijken het voedingspatroon te wensen overliet en verbeterd zou moeten worden. De kinderarts zette daarom een project op in het Ceresdorp, een arbeiderswijk tussen Stadskanaal en Musselkanaal. Ze draaide zelf ook mee in de consultatiebureaus. Het initiatief is via wijkverpleging en consultatieartsen verder uitgedragen in de regio.

Werk was niet het enige voor Yola Bastiaans, die haar hele leven alleen bleef. Ze vond naast haar drukke baan tijd om kunstgeschiedenis te studeren, was zeer belezen en reisde graag en veel. Ze ging de sporen van het christendom na in Europa en het Midden-Oosten en bezocht landen als India (haar favoriete land), Nepal, Bhutan, Siam (Thailand) en Japan.

‘Haar’ kinderafdeling

Ze vertelde er graag over, bereidde zich grond voor en bleek soms beter geïnformeerd dan de reisleider. De verslagen van die trips zijn ‘leerzame’ boekwerken vol foto’s, kunst, geschiedenis en cultuur.

De kleine vrouw die haar mannetje stond genoot van het reizen, van de vrienden, van het leven en werkte meer dan twintig jaar in het ziekenhuis, tot haar afscheid in 1989. Yola Bastiaans werd bij die gelegenheid benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Hoewel niet meer actief bleef ze tot op hoge leeftijd betrokken bij het wel en wee van ‘haar’ kinderafdeling.

menu