Kindermishandeling vaker gemeld, maar niet genoeg opgepakt

Het aantal meldingen van kindermishandeling in de drie noordelijke provincies is het afgelopen jaar verdubbeld. Een deel ervan is blijven liggen.

Na de publiciteit over de tragische dood van Sharleyne in Hoogeveen en Daniëlla in Groningen, gecombineerd met een landelijke reclamecampagne ‘Het houdt niet op, niet vanzelf’, is het aantal meldingen van vermoedens van kindermishandeling in Groningen, Drenthe en Friesland fors gestegen.

Die meldingen kwamen voorheen bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) terecht. Maar sinds vorig jaar is er een nieuwe organisatie Veilig Thuis. Die provinciale Veilig Thuis-organisaties werken nog niet goed, waardoor een belangrijk deel van de meldingen op een wachtlijst terecht kwam.

Nog niet genoeg

,,Er is veel gedaan maar nog lang niet genoeg bereikt’’, zei vicevoorzitter Diana Monissen van de landelijke taskforce Kindermishandeling donderdag op een bijeenkomst in het Karmelklooster in Drachten. Ze somde op: er worden door artsen en zorgpersoneel niet genoeg meldingen gedaan van vermoedens van mishandeling, de zogeheten meldcode.

Informatie die bekend is bij politie, gemeenten, zorginstellingen en andere instanties wordt niet genoeg gedeeld. Het is onduidelijk wie de regie heeft en er wordt niet genoeg gedaan om mishandeling te voorkomen. ,,Er gaan ieder jaar vijftig tot zestig kinderen dood door mishandeling’’, zei Monissen. ,,Er zijn wel stappen gezet, maar het is niet genoeg.’’

Verbetering

Namens de gemeenten in Groningen, Drenthe en Friesland kwamen donderdag vijf burgemeesters in Drachten bijeen, samen met instellingen uit onderwijs, zorg en welzijn, om plechtig te beloven de aanpak van kindermishandeling te verbeteren. Daarvoor hebben ze de Taskforce Kindermishandeling Noord-Nederland opgericht.

De burgemeesters gaan zorgen dat er meer personeel komt bij de Veilig Thuis-organisaties, zodat die de meldingen kunnen onderzoeken. Verder moet de meldcode serieuzer worden nageleefd, dus het verplicht doorgeven van blauwe plekken bij kinderen en andere verdachte situaties door artsen en andere zorgverleners. Er komt meer voorlichting op scholen. Maar vooral moeten de verschillende betrokken instanties beter gaan samenwerken.

Meer delen

Bij de zaken van Sharleyne en Daniëlla waren tal van hulpverleningsinstanties betrokken, maar wist niemand hun dood te voorkomen. ,,We moeten er echt aan werken dat hulpverleners meer informatie gaan uitwisselen’’, aldus de Leeuwarder wethouder Thea Koster. Dat uitwisselen mag vaak niet vanwege privacyregels. ,,Die privacyregels moeten dan soms maar wat minder strikt worden gehanteerd’’, meende Monissen.

Ze wees erop dat huisartsen vaak verdachte situaties niet doorgeven uit angst hun beroepsgeheim te schenden. Ouders durven soms niet naar de huisarts te gaan uit angst dat ze worden ‘aangegeven’ en Monissen kent voorbeelden van scholieren die door hun ouders van de ene naar de andere school worden gestuurd om ingrijpen te voorkomen. ,,Toch moeten we de kant op dat er veel meer gemeld gaat worden’’, vond Koster.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.