Kleine winkelcentra krijgen het moeilijk

Gemeenten moeten ermee leren leven dat ze een compleet ander winkelcentrum krijgen; kleiner, compacter en met minder aanbod.

,,Binnen enkele jaren zullen in het Noorden Groningen, Assen, Leeuwarden en misschien ook Emmen de enige plaatsen zijn met een compleet winkelaanbod waar het een hele dag fijn winkelen is’’, betoogt Marcel Evers van Platform De Nieuwe Winkelstraat (DNWS).

Dat is het kennis- en netwerkcentrum dat in 2014 is gestart en zich richt op het in de benen houden van winkelgebieden. DNWS is actief in zeker 75 gemeenten, onder meer in Veendam, Stadskanaal, Westerbork, Beilen, Hoogeveen en Roden.

Onderscheiden

Evers: ,,Iedereen is zich aan het onderscheiden of aan het herbezinnen. Dat is goed. Onderscheiden betekent dat je keuzes durft maken. Dat je bijvoorbeeld afschaalt en niet meer alles in huis wilt hebben, maar wel investeert in een winkelcentrum dat een goede lokale functie heeft. Ondernemers en gemeenten moeten fundamentele vragen bij de kop pakken: waar staan we, wat willen we en wat is reëel? Je onderscheiden kan ook betekenen dat je je meer gaat inzetten op efficiëntie, dat je je ogen niet sluit voor nieuwe ontwikkelingen vooral op online-gebied. Dat je je realiseert dat je niet alle winkels in huis hoeft te hebben’’, zegt Evers.

Miljoenen euro's

,,Met een goed boodschappencentrum is niks mis. Maak er een mooi dorpscentrum van waar het op zaterdagmiddag goed toeven is. Dan krijg je wellicht minder grote winkelcentra.’’ Steeds meer internetaankopen, een veranderend winkelaanbod en krimp maken dat de detailhandel het steeds moeilijker krijgt. Gemeenten steken opgeteld miljoenen euro’s om hun het winkelgebied leuker, aantrekkelijker of bruisend te maken, een fijne plek om te vertoeven, ‘toekomstbestendig’.

Publiekstrekkers

,,In heel veel gevallen zullen gemeenten hun winkelcentra moeten afschalen naar een realistischer omvang. Niet overal zal dat even gemakkelijk gaan. Gemeenten en ondernemers zullen moeite hebben met dat nieuwe realiteitsbesef’’, zegt Evers. ,,Winschoten en Veendam zijn prima plaatsen met een levendige kern waar je op zaterdagmiddag graag komt. Maar je moet realistisch zijn. De echt grote publiekstrekkers gaan steeds meer kiezen voor steden als Groningen. Dat betekent niet dat je dan niet meer hoeft te investeren. Zeker niet. Je moet alleen wel nadenken over je rol en de functie die je hebt of krijgt. En dat is soms even slikken.’’

Geen blauwdruk

Evers: ,,Er liggen geen kant-en-klare blauwdrukken. We zullen per locatie met elkaar aan de slag moeten. Met ondernemers, overheden, vastgoed, de financiële wereld. In veel gemeenten is vooral ook zaak om eerst met elkaar in gesprek te komen. Al die verschillende partijen spreken elkaars taal niet en weten van elkaar niet wat ze willen. En het echte werk begint pas met de uitvoering van de plannen.’’

In Veendam wordt een deel van de samen ontwikkelde plannen uitgevoerd. De auto rijdt vanaf deze week weer in de Kerkstraat in Veendam. Die mag niet harder dan stapvoets weliswaar en de automobilist mag er ook niet langer dan een half uur parkeren. Maar het autoblik is terug in (een deel van) het centrum. Een proef van een jaar om te kijken of op die manier meer winkelend publiek naar Veendam te halen valt. ,,We proberen het. Het klinkt afgezaagd. Niks doen is geen optie’’, zegt Joseph Kremer. Hij is voorzitter van de Ondernemersvereniging Veendam Centraal (OVC) en weet dat er wat moet gebeuren om het centrum levendig te houden. ,,Eén op de drie winkels staat er leeg. 33 procent leegstand. Dat is echt ons zorgenkind.’’

De Nieuwe Winkelstraat

Samen met de gemeente Veendam, de Rabobank en het Platform De Nieuwe Winkelstraat (DNWS) is hard gewerkt aan een plan voor een ‘toekomstbestendig Veendam’. ,,De inventarisatie is vorig jaar gemaakt. Dit jaar worden de bevindingen uitgewerkt tot een stappenplan voor de komende jaren. En dat wordt lastig’’, zegt Kremer. ,,Panklare oplossingen zijn er niet. Je moet bijna per winkelstraat nadenken wat je wilt. Wat is de functie van een gebied. Wat is de uitstraling, hoe zit het met de leefbaarheid en de bereikbaarheid.’’ Dit jaar ook moet er een city-manager komen die zaken coördineert en lijnen uitzet.

Het schort aan overleg

Dat de bomen niet meer tot in de hemel groeien, daar is iedereen het volgens Kremer wel over eens. ,,Waar moeten we ons vooral wel en waar juist niet druk over maken? Wie is waar verantwoordelijk voor?’’ Uit een voorlopig onderzoek dat vorig jaar werd gepresenteerd blijkt dat het aan overleg schort, vooral tussen ondernemers onderling. Dat er ook geen gezamenlijke visie is ontwikkeld door ondernemers, gemeente, vastgoedeigenaren. ,,We zijn met zo veel verschillende partijen die ook veel verschillende ideeën hebben. Het platform brengt al die partijen met elkaar in gesprek en weet welke taal iedereen spreekt. Met vastgoedeigenaren en banken wordt gesproken of die starters tegemoet kunnen komen.’’

Zwarte gaten

Waar nu nog winkels zitten, zouden woningen kunnen komen, betoogt Kremer. ,,Of een kantoor of dienstverlening. Waar iedereen het over eens is dat leegstand slecht is voor de uitstraling. Vooral in de Kerkstraat waar veel ‘zwarte gaten’ zijn, willen we kijken wat er wel mogelijk is. De straat krijgt een andere functie en wordt een ander type winkelstraat met bijvoorbeeld pick-up store. Winkels waar je heengaat om een bepaald onderdeel voor de computer te halen, of boodschappen die je via internet hebt besteld.’’

Kremer zegt dat de OVC in gesprek is met verschillende partijen zoals grotere webshops om die te verlokken naar de Kerkstraat te komen. ,,Ondernemers die anders voor een bedrijventerrein zouden kiezen, kunnen we misschien kietelen om naar het centrum te verhuizen.

Hoogeveen denkt niet aan afschalen winkelaanbod

 

Hoogeveen is er alles aan gelegen om de regiofunctie op winkelgebied te behouden en te versterken. Afschalen van het winkelaanbod is volgens centrummanager Leo Hoksbergen niet nodig.

Hoogeveen investeert miljoenen euro’s in het verfraaien en moderniseren van het winkelhart. De Hoofdstraat en het omliggende gebied gaan de komende jaren flink op de schop. ,,Juist vanuit de reden om ons te blijven onderscheiden en het de bezoekers naar de zin te maken’’, zegt Hoksbergen.

Hij vreest niet dat binnen enkele jaren in Drenthe alleen nog maar Assen en Emmen een compleet winkelaanbod hebben.

,,We volgen de trends en ontwikkelingen. Je moet goed nadenken over je identiteit. Hoogeveen staat er sterk op, met een compleet winkelaanbod. Dat willen we zo houden, waarbij gastvrijheid, gezelligheid en kwaliteit van groot belang zijn.’’

Afschalen van het aanbod is volgens Hoksbergen niet nodig. ,,We willen het koopcentrum wel compacter maken, maar dat hoeft niet ten koste te gaan van diversiteit.’’ Toch neem ook in Hoogeveen het aantal bezoekers aan het winkelhart af. ,,Dus is het zaak om in actie te komen en de specifieke couleur locale nog beter te tonen en te laten beleven.’’

Voor het winkelhart van Hoogeveen betekent dat meer horeca (terrassen), groen en water(partijen). De gemeente wil de mensen langer in de binnenstad houden, zodat de ondernemers er ook van profiteren. Eind 2021 moet de operatie zijn afgerond.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.