'Slagboom' op zee moet ramp met containers boven Waddengebied voorkomen

Een sleepboot brengt twee overboord geslagen containers van het schip MSC Zoe de haven binnen. Het containerschip MSC Zoe verloor in de nieuwjaarsnacht 281 containers in de Noordzee. Foto: ANP

De Nederlandse Kustwacht moet bij slechte weersomstandigheden containerschepen kunnen weigeren op de zuidelijke vaarroute boven de Waddeneilanden.

Dit staat in het ‘Actieplan schone Wadden, het voorkomen van een tweede MSC Zoë ramp’ van D66, dat woensdag wordt aangeboden aan VVD-minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat). D66 vindt dat de Waddenkust veel beter moet worden beschermd tegen vervuiling van grote schepen door containerverlies.

Het voorstel om de Kustwacht ‘meer strepen op de mouw’ te geven wordt tijdens de begrotingsbehandeling in een motie voorgelegd aan de andere partijen. D66-Kamerlid Rutger Schonis verwacht dat een meerderheid in de Tweede Kamer het plaatsen van deze ‘slagboom’ voor de vaarroutes steunt.

‘Niet wachten tot weer zoiets gebeurt’

Schonis: „Na de ramp met de MSC Zoë lagen de stranden bezaaid met plastic, sandalen, en lithium-ion batterijen. Dat was een regelrechte ramp voor de natuur in het Waddengebied. We moeten niet wachten tot weer zoiets gebeurt, maar in actie komen. Als het stormt dan moet die vaarroute gewoon dicht.”

De MSC Zoë, verloor in 2019 net ten noorden van de Waddenzee 342 containers. Nog steeds zijn 41 containers en 800 ton lading onvindbaar. „Het kan morgen weer gebeuren”, stelde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) na onderzoek over de ramp met de MSC Zoë. Door een aantal specifieke weer- en golfomstandigheden die op kunnen treden bij een noordwesterstorm, blijken de routes boven de Waddenzee risicovol om te bevaren.

Verboden routes

Op dit moment krijgen kapiteins van grote schepen van de Kustwacht het advies om voor of tijdens stormachtige weersomstandigheden met name de zuidelijke vaarroute te mijden. De kapiteins kunnen dat advies negeren. De bedoeling van het actieplan is dat de Kustwacht schepen kan dwingen de noordelijke en de zuidelijke routes boven Waddenkust niet te nemen. Al eerder werd hier in de Tweede Kamer door meerdere partijen op aangedrongen. De minister zei toen dat het hier internationale vaarroutes betreft, waardoor ook Duitsland en Denemarken bij het nemen van maatregelen een stem in het kapittel hebben.

Daarom moet Nederland zo snel mogelijk met beide landen naar de International Maritime Organisation (IMO) om de zuidelijke vaarroute boven de Waddenzee helemaal te sluiten wanneer het stormt. Via het IMO kunnen ook beperkingen worden opgelegd voor de noordelijke route bij bepaalde stormachtige weersomstandigheden. Van de verzekeringsmaatschappijen wordt gevraagd dat zij eisen stellen aan het opvolgen van adviezen van de Kustwacht en het vastsjorren van de containers. De minister wordt verzocht met strengere regels te komen voor het vastzetten van ladingen.

Overigens blijkt uit onderzoeken van het Maritiem Research Instituut Nederland (MARIN) en Deltares dat ook kleinere schepen gevaar lopen containers te verliezen. Dat geldt voor beide routes. Het ongeval met het schip OOCL Rauma in februari van 2020 heeft het gelijk van beide onderzoeken bewezen. Wat D66 betreft moet ook betere afstemming plaatsvinden tussen de Kustwacht in Nederland, Duitsland en Denemarken. D66 wil dat de minister in overleg gaat met deze landen om te kijken hoe deze samenwerking verder versterkt kan worden.

menu