Laatste kans voor cultuur in Groningen

Nog één kans de gemeenteraad ervan te overtuigen toch subsidie te geven. Culturele instellingen grijpen die tijdens de hoorzitting op acht november.

Pleidooi

De datum is bekend. Nog één keer halen bestuursleden van muziekverenigingen, musea en andere culturele instellingen alles uit hun toetsenbord om een allesovertuigend pleidooi op papier te krijgen. De prijs: vier jaar subsidie.

De gemeenteraad van Groningen beslist eind november over de cultuurnota 2017-2020. Wethouder Paul de Rook (D66) wijkt in een aantal gevallen af van de voorzet van de Kunstraad die de gemeente en ook de provincie onder meer over de toekenning van subsidies adviseert.

‘280.000 euro mislopen’

Dit dreigt grote gevolgen te hebben voor onder meer het grafisch museum GRID. ,,We lopen mogelijk in totaal 280.000 euro mis’’, zegt directeur Fronique Oosterhof. De Kunstraad adviseerde een jaarlijks bedrag van 30.000 euro van de provincie en 40.000 euro van de gemeente. Het museum krijgt in de concept-cultuurnota van de gemeente nul komma nul euro en ook de provincie negeerde het advies van de Kunstraad. Oosterhof: ,,Als we niks krijgen, dan hoor ik graag van de gemeente wat ze wil doen om ons te redden.’’

Het college vindt onder meer dat het museum minder de nadruk ligt op cultureel erfgoed. Oosterhof snapt daar niks van. ,,Ik heb natuurlijk al vaker tijdens bijvoorbeeld raadscommissies ingesproken om ons standpunt uit te leggen, maar ik kom tijdens de hoorzitting niet met een oud verhaal. Ik wil het nu naast onze waarde voor het cultureel erfgoed ook hebben over onze waarde voor het onderwijs en de vrijwilligersgemeenschap.’’ Ze heeft het er maar druk mee. ,,Donderdag is de hoorzitting bij de provincie.’’

Ook andere instellingen, zoals het Luthers Bach Ensemble en het Noordpool Orkest, lopen zich warm.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.