Aantal schademeldingen na aardbeving Loppersum naar 495

Langverwacht wetsvoorstel voor versterking Groningen stelt teleur: 'Minstens zoveel stutten nodig om deze wet te versterken, als voor de woningen in Groningen'

Aantal schademeldingen na aardbeving Loppersum naar 495 ANP

Het wetsvoorstel Versterken Groningen dat woensdag naar de Tweede Kamer is gestuurd, voldoet niet aan de hooggespannen verwachtingen. „Het eerste wat ik dacht toen ik het voorstel las, was: is dit het nou?”, zegt Tweede Kamerlid Henk Nijboer (PvdA).

De wet moet de versterking in Groningen uit het slop trekken en duidelijkheid verschaffen over de versterkingsprocedure. „Dit is een belangrijke wet”, zegt Susan Top van het Groninger Gasberaad. „Als dit niet goed in elkaar zit, houd je daar jarenlang last van.”

Langverwacht wetsvoorstel

Het voorstel liet lang op zich wachten. Betrokken partijen vreesden zelfs dat het niet meer zou komen. Een conceptversie van het stuk lag vorig jaar al eens voor. Die werd toen door onder meer het Groninger Gasberaad, het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en de Raad van State (RvS) terug naar de tekentafel gestuurd. De bewoner stond niet centraal en ook de mogelijkheid om een verzoek te doen voor een versterkingsinspectie zat niet in dat voorstel.

De versie die nu op tafel ligt, is de gewijzigde versie. Enkele kritische noten zijn gekraakt: bewoners kunnen, als deze wet wordt aangenomen, wél een verzoek voor een inspectie indienen. Ook als de woning niet is opgenomen in het versterkingsprogramma. De wet maakt het juridisch mogelijk dat huiseigenaren de versterking in eigen beheer uitvoeren, of hun eigen wensen betrekken bij de versterking.

Maar er mist ook een heleboel, vindt Tweede Kamerlid Henk Nijboer (PvdA). „Versterking en schade worden nog steeds niet samengevoegd. Ik zie ook termen als ‘klantreis’ en ‘routekaarten’ terugkomen. Daar gaan mijn haren recht van overeind staan.”

Volgens Nijboer is het tijd voor duidelijkheid voor de Groningers en deze wet voorziet daar niet in. „Er zijn minstens zoveel stutten nodig om deze wet te versterken, als voor de woningen in Groningen.”

Raad van State zet vraagtekens bij het voorstel

Ook de RvS is kritisch over het voorstel. Het doel van de wet wordt volgens de belangrijkste wetgevingsadviseur niet gehaald. De RvS wijst erop dat in het wetsvoorstel onderscheid wordt gemaakt tussen schadeafhandeling en versterking en stelt dat Groningers ‘schade en versterken als één probleem beleven, met één oorzaak en dat zij één oplossing willen met één loket voor al hun vragen en problemen.’

De adviseur schrijft ook dat de onafhankelijkheid bij het nemen van versterkingsbeslissingen niet voldoende gewaarborgd is. Bovendien worden de verantwoordelijkheden voor de besluitvorming over en uitvoering van de versterking niet belegd bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen, maar verdeeld over verschillende bestuursorganen en een uitvoeringsorganisatie.

Volgens Herman Bröring, hoogleraar bestuursrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, vallen er een paar dingen op aan de wet en het advies van de RvS. „Ten eerste is het opvallend dat de RvS meermaals opmerkt dat hij kijkt vanuit het perspectief van de gedupeerden. Blijkbaar vindt de wetgevingsadviseur het belangrijk om dit te benoemen. Het eindadvies van de RvS is om het wetsvoorstel zoals het er nu ligt, niet voor te leggen aan de Tweede Kamer.” Dat advies wordt door de ministers genegeerd.

‘Wet doet niet waar ze voor is bedoeld’

Ook is de rol voor de gemeenten opvallend, vindt Bröring. „De gemeenten hebben formeel zeggenschap, maar zijn vervolgens voor van alles nog wat afhankelijk van andere instanties: het SodM, de Nationaal Coördinator Groningen, etc. Ik proef in het advies van de Raad van State dat hij zich zorgen maakt over de positie van de gemeente.” Ook zitten er volgens Bröring bijzondere punten in het voorstel verstopt. Zo zit er veel rek in de termijnen. „Er staat bijvoorbeeld dat de minister vanaf de dagtekening van de beoordeling op veiligheid een jaar heeft om een besluit te nemen. In combinatie met de daaraan voorafgaande tijd en de tijd die met de uitvoering is gemoeid, duurt het allemaal erg lang.”

Al met al doet de wet volgens Bröring niet precies waar ze voor bedoeld is. „Een spoedige versterking krijg je niet door deze wet zelf. Het creëert wel een echte bevoegdheid om besluiten te nemen over de versterking. Het geeft een juridische basis om als overheid iets aan de versterking te doen. Maar het blijft te ingewikkeld.”

‘Groningen heeft geen stapjes nodig’

Tweede Kamerlid Sandra Beckerman (SP) is zwaar teleurgesteld. „Met de wet gaan we een paar stapjes vooruit. Maar Groningen heeft geen stapjes nodig. Groningen heeft een staat nodig die gaat rennen. Dit is geen aanpak voor de maatschappelijke ontwrichting die de staat heeft aangericht. Groningen blijft hiermee nog jaren in diepe ellende zitten.”

Ze is vooral verbolgen over het feit dat het advies van het SodM om de versterking en de schadeafhandeling samen te voegen in de wind wordt geslagen. „Dit is geen crisisaanpak, terwijl de SodM daar al zo lang op hamert. Dat zegt zo’n instelling niet zomaar. De kritiek van het SodM is bikkelhard. Net als dat van de RvS.”

De taal die in het voorstel wordt gebruikt, bijvoorbeeld woorden als klantreis, schoot net als bij Nijboer ook bij Beckerman in het verkeerde keelgat. „We hebben het hier niet over klanten. We hebben het over gedupeerden.”

Kamerleden kunnen nog wijzigingen afdwingen

Het is nog geen gelopen race. Het wetsvoorstel, ingediend door minister Kajsa Ollongren (D66) van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en minister Eric Wiebes (VVD) van Economische Zaken en Klimaat, moet eerst nog langs de Tweede Kamer. De parlementsleden kunnen met amendementen nog wijzigingen afdwingen.

Wanneer het voorstel op de agenda staat is nog niet duidelijk.

menu